RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Tilburg Zaaknummer / rekestnummer: 11421007 \ AZ VERZ 24-88 Beschikking van 28 mei 2025, bij vervroeging in de zaak van [werknemer] , te [plaats 1] , verzoekende partij, hierna te noemen: [werknemer] , gemachtigde: mr. P.J. van der Meulen, tegen [werkgever] B.V., te [plaats 2] , verwerende partij, hierna te noemen: [werkgever] , gemachtigde: mr. S. Aartsen (onttrokken, zoals blijkt uit een e-mailbericht van 19 mei 2025) De zaak in het kort In deze zaak verzoekt de werknemer om betaling van de transitievergoeding en achterstallig loon met nevenvorderingen. De werkgever heeft in deze procedure geen verweer gevoerd en de verzoeken komen de kantonrechter ook niet ongegrond of onrechtmatig voor. Daarom zullen de verzoeken van de werknemer worden toegewezen. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift - de aanvullende productie van [werknemer] van 14 mei 2025 - de mondelinge behandeling van 21 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Voor deze mondelinge behandeling – die in eerste instantie in het gerechtsgebouw te Tilburg zou plaatsvinden – is [werkgever] deugdelijk opgeroepen via zijn toenmalige gemachtigde. Vervolgens is aan de voormalige gemachtigde van [werkgever] bericht dat de mondelinge behandeling om organisatorische redenen zal worden gehouden in het gerechtsgebouw te Breda. Na een bericht van de voormalige gemachtigde dat hij [werkgever] niet langer bijstaat, is het verplaatsingsbericht ook verstuurd naar de bij de rechtbank bekende e-mailadressen van [werkgever] . Desondanks is [werkgever] niet op de mondelinge behandeling verschenen, noch in Tilburg noch in Breda. 2De feiten 2.
- [werknemer] , geboren [datum] 1996, is op 25 maart 2024 in dienst getreden bij [werkgever] voor de duur van zes maanden en één dag. De functie van [werknemer] is field operations met een loon van € 13,30 bruto per uur, exclusief 8% vakantiebijslag. De gemiddelde arbeidsomvang was 35 uur per week. 2.
- Vanaf 15 mei 2024 heeft [werknemer] zijn werkzaamheden voor [werkgever] wegens ziekte niet meer kunnen verrichten. [werknemer] was voor meerdere weken na 15 mei 2024 al wel ingeroosterd. Per e-mailbericht van 1 augustus 2024 heeft [werkgever] [werknemer] aangezegd dat zijn arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd, zodat de laatste dag van zijn arbeidsovereenkomst 26 september 2024 zal zijn. 3Het verzoek 3.
- [werknemer] verzoekt de kantonrechter om [werkgever] te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding en achterstallig loon met nevenvorderingen. 3.
- Ondanks de eerdere correspondentie tussen partijen – blijkend uit de producteis bij het verzoekschrift – heeft [werkgever] in deze procedure geen verweer gevoerd. 4De beoordeling 4.
- Het verzoek om [werkgever] te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding zal worden toegewezen. Daarbij is van belang dat de arbeidsovereenkomst na het einde van rechtswege op initiatief van [werkgever] niet is voortgezet. [werkgever] zal daarom op grond van artikel 7:673 lid 1 BW worden veroordeeld tot betaling van de transitievergoeding, die € 367,07 bedraagt. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding wordt op grond van artikel 7:686a lid 1 BW toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 26 oktober
- 4.
- De niet weersproken vordering tot betaling van het achterstallige loon van € 9.185,88 bruto over de periode 15 mei 2024 tot en met 26 september 2024 zal eveneens worden toegewezen. Datzelfde geldt voor de vakantiebijslag van € 734,87 bruto. De (maximale) wettelijke verhoging over de deze bedragen – zijnde 50%, oftewel € 4.960,38 – is op grond van artikel 7:625 BW eveneens toewijsbaar. Ook de vordering met betrekking tot de openstaande vakantiedagen ten bedrage van € 881,83 bruto zal als onweersproken worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over het achterstallige loon, de vakantiebijslag en de openstaande vakantiedagen zal worden toegewezen vanaf 26 november 2024, zijnde de datum van ontvangst van het verzoekschrift. 4.
- Ook de vordering om [werkgever] te veroordelen om aan [werknemer] een deugdelijke bruto- en nettospecificatie te verstrekken zal worden toegewezen op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat [werkgever] na betekening van deze beschikking niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,
- 4.
- De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat [werkgever] overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 765,00 (€ 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten). 4.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De kantonrechter 5.
- veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een transitievergoeding te betalen van € 367,07, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 26 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling, 5.
- veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] te betalen: a. € 9.185,88 bruto aan loon over de periode 15 mei 2024 tot en met 26 september 2024 b. € 734,87 bruto aan vakantietoeslag c. € 881,83 bruto aan openstaande vakantiedagen d. de wettelijke rente over de hiervoor onder a. tot en met c. vermelde bedragen vanaf 26 november 2024 tot aan de dag van (volledige) betaling e. € 4.960,38 aan wettelijke verhoging 5.
- veroordeelt [werkgever] om aan [werknemer] een deugdelijke bruto- en nettospecificatie te verstrekken met betrekking tot de transitievergoeding, het (achterstallige) loon en de vakantiebijslag, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag voor elke dag dat [werkgever] na betekening van deze beschikking niet aan deze veroordeling voldoet tot een maximum van € 10.000,00; 5.
- veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 765,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, 5.
- veroordeelt [werkgever] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is gegeven door mr. Zander en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 28 mei
- Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.