← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7000

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 24/5814 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [plaats], eiser en De Staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser heeft dit verzoek gedaan op 27 mei
  2. 1.
  3. Op 5 juni 2025 heeft een regiezitting plaatsgevonden waarbij met partijen onder meer gesproken is over het grote aantal beroepen niet tijdig beslissen dat door eiser is ingediend. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en mr. R.P. Vaarnold, de gemachtigde van de staatssecretaris. 1.
  4. Bij brief van 7 augustus 2025 heeft de staatssecretaris de rechtbank verzocht om in dit beroep zonder nadere zitting uitspraak te doen. Eiser heeft hiervoor ook toestemming gegeven. Beoordeling door de rechtbank
  5. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
  6. Eiser heeft op 15 juli 2024 beroep ingesteld. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris na het instellen van het beroep – op 29 augustus 2024 – alsnog een besluit heeft genomen, namelijk op 8 augustus
  7. Eiser heeft geen procesbelang meer. Dit houdt in dat eiser nu geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek. 3.
  8. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet de staatssecretaris het griffierecht aan eiser vergoeden. Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep niet-ontvankelijk; bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 16 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl. De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.