← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7047

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/436245 / FA RK 25-2911 Datum uitspraak: 7 juli 2025 Beschikking zorgmachtiging op het verzoek van de officier van justitie voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , hierna te noemen betrokkene, wonend in [plaats 1] , advocaat mr. F.J. Koningsveld te Breda. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 6 juni
  2. Daarnaast blijkt het procesverloop uit het volgende stuk: - het proces-verbaal van 25 juni
  3. 1.
  4. De verdere mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 7 juli
  5. Daarbij zijn gehoord: betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat; [persoon] , verpleegkundig specialist; 1.
  6. Bij aanvang van de mondelinge behandeling blijkt dat betrokkene niet aanwezig is. Meerdere pogingen zijn gedaan om met betrokkene in contact te komen. De medewerkers van [hulpverlening] hebben betrokkene op meerdere plekken geprobeerd te vinden, maar dit is niet gelukt. Ook de advocaat heeft meermaals geprobeerd contact met betrokkene te krijgen, helaas zonder resultaat. 1.
  7. Gelet op voorgaande stelt de rechtbank aldus vast dat betrokkene niet gehoord wilde worden. Betrokkene was via de medewerkers van [hulpverlening] op de hoogte gebracht van de eerdere zitting en ook van deze zitting. De rechtbank heeft zoals reeds aangekondigd in het proces-verbaal - gelet op het feit dat betrokkene voor de tweede keer niet bij de zitting aanwezig was - de zitting buiten de aanwezigheid van betrokkene voortgezet. De advocaat en verpleegkundig specialist hebben hiertegen geen bezwaar. 1.
  8. De officier van justitie is zoals zij reeds aangaf in het verzoek niet op de mondelinge behandeling verschenen en dus ook niet gehoord. 2Het verzoek 2.
  9. De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden. 3De standpunten 3.
  10. Omdat betrokkene niet gehoord wilde worden, heeft de rechtbank geen kennis kunnen nemen van zijn visie op het verzoek. 3.
  11. De verpleegkundig specialist verklaart dat het moeilijk vast te stellen is hoe het nu met betrokkene gaat. Hij gaat van plek naar plek binnen [plaats 1] . De medewerkers van [hulpverlening] zijn volgens de verpleegkundig specialist vaak wel op de hoogte van waar hij verblijft. De verpleegkundig specialist verklaart dat er veel zorgen zijn om het middelengebruik van betrokkene en de mensen in de buurt waar hij mee in aanraking komt. Er is daarnaast sprake van verward gedrag. De verpleegkundig specialist verklaart dat betrokkene wisselend is in contact. Hij wil op sommige momenten dit patroon zien te doorbreken en op andere momenten blijkt de verslaving toch te hardnekkig. De verpleegkundig specialist verwacht dat de eerste stappen vrijwillig zouden kunnen worden gezet, maar dat later in het proces verplichte zorg noodzakelijk is. Het streven is om betrokkene op te laten nemen in [plaats 2] en daarna verder te kijken naar de juiste zorg in een ambulant kader, bijvoorbeeld in de vorm van een safehouse. De verpleegkundig specialist vindt de volgende vormen van verplichte zorg niet noodzakelijk: ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek aan de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ De advocaat voert aan dat hij geen contact heeft gehad met betrokkene. De advocaat gaat er, gelet op alle informatie, vanuit dat betrokkene de zorgmachtiging niet wil. Namens betrokkene pleit de advocaat dan ook voor afwijzing van het verzoek. De advocaat ziet juridisch gezien geen hobbels om het verzoek toe te wijzen. Mocht de rechtbank tot een toewijzing van het verzoek komen, dan pleit de advocaat voor een beperking van de duur van de zorgmachtiging. Op het moment dat betrokkene wordt opgenomen, is de gelegenheid er om met hem in gesprek te gaan en kan er worden gepolst hoe hij de situatie ziet. Gelet op voorgaande vindt de advocaat een eerdere toetsing, dan pas na zes maanden, wenselijk. Daarnaast pleit de advocaat nog afwijzing van de volgende zorgvormen: ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek aan de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’. 4De beoordeling 4.
  12. De rechtbank verleent de gevraagde zorgmachtiging voor de duur van zes maanden. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt. 4.
  13. Uit de overgelegde stukken en wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Betrokkene heeft namelijk schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen, middelgerelateerde en verslavingsstoornissen, andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn. 4.
  14. Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit: - ernstig lichamelijk letsel; - ernstige psychische schade; - ernstige materiële schade; - ernstige financiële schade; - ernstige verwaarlozing; - maatschappelijke teloorgang; - het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag; - gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen. 4.
  15. De rechtbank neemt hierbij onder andere in aanmerking dat betrokkene al jaren in beeld is bij de GGZ, maar nooit voor langere tijd in zorg komt. De behandeling voor zijn multimiddelengebruik is nooit goed van de grond gekomen in verband met de ambivalente houding van betrokkene ten aanzien van zijn middelengebruik. Betrokkene is dakloos omdat hij wegens agressie richting zijn familie, door zijn familie uit huis is gezet. Betrokkene komt veelvuldig in aanraking met politie en justitie omdat hij in de openbare ruimte agressief en/of verward gedrag vertoont. Hij is al 4,5 jaar gedetineerd geweest en is recentelijk gedagvaard omdat hij een gevulde Jumbo tas door een ruit van een woning zou hebben gegooid. Betrokkene heeft meerdere winkelverboden en omgevingsverboden gehad vanwege de overlast die hij veroorzaakte. Ook maakt betrokkene een vermagerde en verwaarloosde indruk en heeft forse schulden. 4.
  16. Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig. 4.
  17. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene zegt open te staan voor zorg op vrijwillige basis, maar de ervaring leert dat dit vele malen geprobeerd is, zonder resultaat. Betrokkene weet tot op heden niet langdurig weerstand te bieden aan zijn verslavingsgevoeligheid. Zo bleek dit ook na ontslag van de HIC afgelopen december. Betrokkene liet eerder een wilsbekwame indruk achter; hij kan dan redelijk voor- en nadelen benoemen van het accepteren van zorg. Echter, wanneer hij in een psychotische toestand verkeert valt deze wilsbekwaamheid direct weg; dit komt regelmatig voor. Daarom is verplichte zorg nodig. 4.
  18. De verzochte vormen van verplichte zorg zijn tijdens de mondelinge behandeling besproken. 4.
  19. De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn: - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid (in geval van opname); - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 4.8.
  20. Ten aanzien van de verzochte vormen van verplichte zorg ‘onderzoek aan kleding of lichaam’, ‘onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen’ en ‘controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen’ oordeelt de rechtbank deze niet toe te wijzen nu de noodzaak en voorzienbaarheid hiervan niet gebleken is. Daarnaast is, gelet op het feit dat betrokkene geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, onderzoek van de woon- of verblijfsruimte niet van toepassing. 4.8.
  21. De rechtbank bepaalt dat de zorgvorm ‘het beperken van de bewegingsvrijheid’ enkel mag worden toegepast wanneer sprake is van een opname. De rechtbank wijst deze vorm van verplichte zorg met deze clausulering toe. 4.
  22. Met betrekking tot het verweer van de advocaat over de duur van de zorgmachtiging oordeelt de rechtbank dit verweer niet te volgen. De ervaring leert dat een zorgmachtiging voor een kortere duur dan zes maanden zorgt voor het snel toe moeten werken naar een eventueel nieuw verzoek. Dit kan juist voor onrust zorgen en is voor betrokkene niet wenselijk. De rechtbank gaat er vanuit dat de zorgmachtiging proportioneel wordt ingezet; wanneer het niet nodig is, zal het niet worden gebruikt. 4.
  23. Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. 4.
  24. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst, zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en zijn omgeving. 4.
  25. Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  26. verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1983 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de navolgende maatregelen kunnen worden toegepast; - het toedienen van medicatie; - het verrichten van medische controles; - het beperken van de bewegingsvrijheid (in geval van opname); - aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen; - opnemen in een accommodatie. 5.
  27. bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 7 januari 2026; 5.
  28. wijst het meer of anders verzochte af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2025 door mr Govaers, rechter, in aanwezigheid van Van Ginneken, griffier en op schrift gesteld op 14 juli
  29. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.