← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7184

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaaknummer 11758901 CV EXPL 25-3113 vonnis van 24 september 2025 in de zaak van [koper] , wonende in [plaats 1] , eisende partij, (hierna: [koper] ), gemachtigde: Berding Service in Amersfoort, tegen [verkoper] , handelend onder de naam [autobedrijf], wonende in [plaats 2] , zaakdoende in [plaats 3] aan het [adres] ), (hierna: [verkoper] of [autobedrijf] genoemd), procederend in de persoon van de heer [naam] . 1Het verloop van de procedure De procedure blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van [koper] van 17 juni 2025, met 8 producties; b. het extract van het audiëntieblad van de rolzitting van 25 juni 2025, waaruit de conclusie van antwoord van [autobedrijf] blijkt, met producties; c. de reactie (akte) van [koper] , die door de griffie op 6 augustus 2025 ontvangen is; d. het extract van het audiëntieblad van de rolzitting van 13 augustus 2025, waaruit een aanvullende akte van [koper] blijkt, met producties; e. de reactie (antwoordakte) van [autobedrijf] , die door de griffie op 28 augustus 2025 ontvangen is. Hierna is de uitspraak van het vonnis op vandaag bepaald. 2De feiten De kantonrechter gaat -voor zover thans van belang- uit van de volgende feiten. a. [koper] heeft op 13 december 2024 van [autobedrijf] een Ford Fiësta gekocht voor een totaalbedrag van € 8.400,

  1. b. Diezelfde dag (13 december 2024) heeft [koper] aan [autobedrijf] om 14.30 uur -voor zover van belang- de volgende e-mail gezonden met als aanhef “kopen annuleren”: “Beste verkoper, Ik heb u een aantal keer gebeld maar er is niet opgenomen. Bij deze wil ik graag beroep doen op mijn wettelijke bedenktijd. Ik zie af van de aankoop van de Ford Fiesta van vanochtend.” c. Na correspondentie tussen de gemachtigde van [koper] en [autobedrijf] heeft [autobedrijf] de auto teruggenomen en op 18 januari 2025 een bedrag van € 7.140,00 aan [koper] terugbetaald. d. Het verschil van € 1.260,00 tussen aankoopbedrag en terugbetaald bedrag heeft [autobedrijf] ingehouden. e. [koper] is het niet eens met deze inhouding en heeft [autobedrijf] gedagvaard. f. Artikel 2 van de Annuleringsvoorwaarden Aangekochte Voertuigen van [autobedrijf] luidt als volgt:“2.1 In geval van annulering door de koper vóór levering van het voertuig, is [autobedrijf] gerechtigd 15% van het totale aankoopbedrag in rekening te brengen als annuleringskosten.2.2 Deze kosten dienen ter dekking van reeds gemaakte administratieve en logistieke kosten, alsmede de waardevermindering of verlies van verkoopkansen.”
  2. De vordering en het verweer 3.1 [koper] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, -samengevat- dat [autobedrijf] wordt veroordeeld om aan hem een bedrag te betalen van € 1.260,00 aan hoofdsom, een bedrag van € 332,49 aan buitengerechtelijke incassokosten alsmede een veroordeling in de proceskosten. 3.2 [koper] legt aan zijn vordering ten grondslag dat er geen rechtsgrond is voor inhouding van 15% op de koopsom. Die inhouding is niet overeengekomen. 3.3 [autobedrijf] voert verweer. Zij hanteert bij annulering door een koper 15% van het aankoopbedrag. Dit is gebaseerd op haar algemene voorwaarden. 3.4 Op de nadere standpunten van partijen wordt hierna (in onderdeel 4, De beoordeling), voor zover nodig, nader ingegaan. 4
  3. De beoordeling 4.1 Het gaat in dit geschil om de vraag of de inhouding van 15% op de koopsom door [autobedrijf] terecht is of niet. [autobedrijf] heeft zich daarbij gebaseerd op artikel 2.1 van haar algemene voorwaarden. [koper] is van mening dat die inhouding niet is overeengekomen. 4.
  4. De kantonrechter stelt voorop dat voor de toepasselijkheid van algemene voorwaarden op een overeenkomst tussen partijen van belang is of [koper] de gelding van de algemene voorwaarden heeft aanvaard. Het antwoord op de vraag of aan dit vereiste is voldaan, volgt uit de in het algemeen geldende regels voor aanbod en aanvaarding, zoals deze zijn te begrijpen in het licht van de artikelen 3:33 en 3:35 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De kantonrechter is van oordeel dat de algemene voorwaarden van [autobedrijf] in dit geval niet van toepassing zijn geworden. Uit niets blijkt dat [koper] deze heeft aanvaard. [koper] heeft de (als productie bij conclusie van antwoord overgelegde) algemene voorwaarden van [autobedrijf] niet ondertekend. Ook anderszins is niet gebleken dat [koper] deze algemene voorwaarden heeft aanvaard. 4.3 Op het moment dat [koper] weigerde om de algemene voorwaarden te ondertekenen, had [autobedrijf] kunnen weigeren om de koop door te laten gaan. [autobedrijf] heeft dat echter niet gedaan en er is op 13 december 2024 een rechtsgeldige koopovereen-komst tussen partijen tot stand gekomen. 4.4 [koper] heeft zich diezelfde dag (13 december 2024) nog beroepen op de wettelijke bedenktijd om de koop van de auto te ontbinden (zie de hierboven onder 2 b. vermelde e-mail). Vast staat echter dat de wettelijke bedenktijd in dit geval niet van toepassing is, omdat er bij de koop van de auto geen sprake was van koop op afstand (online aankoop of telefonische verkoop) of van een overeenkomst buiten de verkoopruimte (verkoop aan huis of op straat).Van een rechtsgeldige ontbinding van de koopovereenkomst door [koper] op grond van non-conformiteit, zoals [koper] in punt 12 van de dagvaarding nog heeft gesteld, is ook geen sprake. Los van het feit dat de non-conformiteit van de auto niet is komen vast te staan, is in de stukken geen ontbindingsverklaring ex artikel 6:265 BW van [koper] terug te vinden, terwijl ook niet voldaan is aan de voor een ontbinding vereiste voorafgaande ingebrekestelling. 4.5 Hoewel [autobedrijf] [koper] dus zonder meer aan de koopovereenkomst had kunnen houden nu er van een rechtsgeldige ontbinding aan de kant van [koper] geen sprake was, heeft [autobedrijf] dat niet gedaan. [autobedrijf] heeft de auto terug genomen en een bedrag van € 7.140,00 aan [koper] terugbetaald. TVM heeft daarbij 15% van het aankoopbedrag ingehouden. Dat laatste had zij juridisch gezien echter niet mogen doen zonder instemming van de koper, [koper] . De kantonrechter heeft hierboven al geoordeeld dat de algemene voorwaarden van [autobedrijf] niet van toepassing zijn geworden, zodat [autobedrijf] zich als onderbouwing van de inhouding niet kan beroepen op artikel 2.1 van de algemene voorwaarden. Verder had [autobedrijf] als voorwaarde voor het terugnemen van de auto de eis aan [koper] kunnen stellen dat deze akkoord ging met 15% inhouding, maar dat heeft [autobedrijf] (ook) niet gedaan. 4.6 Het juridische gevolg van dit alles is dat [koper] in principe recht heeft op terugbetaling van een bedrag van € 1.260,
  5. Billijkheidshalve zal de kantonrechter op dat bedrag € 25,00 RDW-kosten inclusief vrijwaringsbewijs in mindering brengen. Deze kosten heeft [autobedrijf] specifiek voor [koper] gemaakt en daarvan zou het niet redelijk zijn wanneer deze voor haar rekening zouden blijven. [autobedrijf] heeft ook nog gesteld dat zij op verzoek van [koper] voor € 1.100,00 aan reparaties aan de auto heeft laten uitvoeren, maar die kosten komen naar het oordeel van de kantonrechter niet in aanmerking voor mindering op het bedrag van € 1.260,
  6. De kantonrechter gaat er namelijk van uit dat [autobedrijf] deze reparaties, te weten het vervangen van de linkerkoplamp en het navigatiescherm, ook voor een andere koper dan [koper] had moeten laten uitvoeren.Bovendien staat vast dat [autobedrijf] [koper] heeft aangeboden om beide zaken kosteloos te laten repareren.Buitengerechtelijke incassokosten 4.7 [koper] maakt aanspraak op een bedrag van € 332,49 aan buitengerechtelijke incassokosten. 4.8 De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Voorafgaand aan deze procedure hebben partijen ( [koper] via zijn gemachtigde) over de in deze zaak voorliggende kwestie gecorrespondeerd. Er zijn door (de gemachtigde van) [koper] dus buitengerechtelijke incassowerkzaamheden verricht. Het gevorderde bedrag is hoger dan het in het Besluit bepaalde tarief behorende bij een toe te wijzen hoofdsom van € 1.235,
  7. De kantonrechter zal het bedrag dan ook toewijzen tot het wettelijke tarief, te weten € 224,15 inclusief btw. Proceskosten 4.9 Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zal [verkoper] ook in de proceskosten van [koper] worden veroordeeld. Gebaseerd op een toe te wijzen bedrag van € 1.235,00 aan hoofdsom worden die kosten vastgesteld op het bedrag van € 606,92 (bestaande uit € 147,42 aan dagvaardingskosten, € 257,00 aan griffierecht en € 202,50(1,5 punt van € 135,00 per punt) aan salaris gemachtigde). 5De beslissing De kantonrechter: 5.1 veroordeelt [verkoper] om aan [koper] een bedrag te betalen van € 1.459,15 (€ 1.235,00 aan hoofdsom en € 224,15 aan buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 1.235,00 vanaf 17 juni 2025 tot de dag van de volledige betaling; 5.2 veroordeelt [verkoper] in de proceskosten van [koper] , vastgesteld op € 606,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 15e dag na aanschrijving door [koper] tot de dag van betaling; 5.3 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 5.4 wijst af wat meer of anders is gevorderd. Dit vonnis is gewezen door mr. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken door mr. Eijssen-Vruwink op 24 september
  8. Zie artikel 6:230o BW. De kantonrechter heeft het vonnis ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat de veroordelingen in dit vonnis uitgevoerd moeten worden, ook als nog in hoger beroep zou kunnen worden gegaan tegen dit vonnis.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.