RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11325174 \ MB VERZ 24-802 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 6 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 13 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de N57 Serooskerkseweg (t.h.v. HMP 49.6) te Serooskerke op 27 november 2023 om 22:14 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht en dat betrokkene onterecht als kentekenhouder is beboet. Gemachtigde verwijst naar artikel 8 sub b Wahv. De activiteiten van de kentekenhouder betreft onder andere de verkoop en verhuur van (eventueel elektrische) voertuigen en rijwielen. Gemachtigde verwijst naar de bijlage waaruit een schriftelijke aangegane huurovereenkomst van minder dan drie maanden blijkt. Eveneens blijkt wie de huurder van het voertuig was. Het betreft de reserveringdetails en het profiel van de huurder, of de factuur indien deze beschikbaar is. De reserveringsdetails en het profiel van de huurder tezamen dienen volgens jurisprudentie van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden als huurovereenkomst te worden bestempeld. Gemachtigde stelt dat de beschikking ofwel is opgelegd ten tijde van de verhuur, dan wel opgelegd na de verhuur wanneer sprake is van een beschikking omtrent verkeerd parkeren. In dat laatste geval was de huurder de laatste huurder van het voertuig voordat de beschikking was opgelegd, en dient deze alsnog als de huurder te worden aangewezen. Gemachtigde stelt gelet op jurisprudentie dat de geboortedatum van de huurder geen vereiste betreft. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft aangevoerd dat het dossier geen huurovereenkomst, maar slechts een factuur bevat. Vanuit het CVOM is dat onvoldoende. De zittingsvertegenwoordiger refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter. Overwegingen Inhoudelijk Op grond van artikel 5 Wahv wordt, als niet direct kan worden vastgesteld wie de bestuurder is, de boete opgelegd aan de kentekenhouder. Ingevolge artikel 8 Wahv is dat alleen dan anders indien de kentekenhouder: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.