← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7235

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer.: 11285739 \ MB VERZ 24-720 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 23 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 15 maart 2023 om 17:06 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene stelt dat de officier van justitie beweert dat hij in zijn beroep “omstandigheden” noemt als reden dat het voertuig niet verzekerd was. Dit is geheel niet juist, aangezien bewijs werd aangeleverd waaruit blijkt dat het voertuig wel degelijk verzekerd was. Het beroep bevat twee afschriften van de verzekeringsmaatschappij, een van voor en een van na de registercontrole. De officier van justitie heeft het hier helemaal niet over gehad. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat het voertuig een tractor betreft die wel verzekerd was. Echter, het kenteken was niet doorgegeven aan de verzekering. Dit is niet aan elkaar gekoppeld. Vroeger hadden tractoren geen kentekens, maar sinds januari 2022 is dat verplicht. Betrokkene heeft zijn kenteken niet aan de verzekering doorgeven. Anderzijds heeft de verzekeraar hier nooit om verzocht. Betrokkene heeft slechts twee tractoren. Betrokkene verwijst naar de twee bijgevoegde polisbladen. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Sinds 1 januari 2022 is het verplicht om een tractor of andere landbouwvoertuigen bij het RDW te laten registreren en om een WA-verzekering af te sluiten. Als gekeken wordt naar het systeem van de RDW, dan blijkt dat op 15 maart 2023 het voertuig niet was verzekerd. Betrokkene heeft het pas op 20 maart 2023 in orde gemaakt. Dat betekent dat het voertuig in ieder geval vijf dagen niet verzekerd of geschorst was. Dit maakt dat de boete terecht is opgelegd. Het feit dat betrokkene het is vergeten of niet wist dient voor eigen rekening en risico te komen. Dat betrokkene stelt dat het voertuig wel was verzekerd kan alleen worden aangetoond met een WAM-verklaring. Een polisblad is hiervoor niet voldoende. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit het dossier volgt dat het voertuig op peildatum 15 maart 2023 niet was verzekerd. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene middels de bewijsstukken aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een doorlopende verzekering van het voertuig. De boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 409, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.