← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7266

RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Breda Zaaknummer: C/02/422923 / HA ZA 24-284 Vonnis van 19 maart 2025 in de zaak van MR. [curator] , in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid [eiser] , te [plaats 1] , eisende partij, hierna te noemen: de curator, advocaat: mr. J.T. van Balen, tegen 1 [gedaagde 1] , te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 1] , advocaat: mr. M.J.W. van Ingen,

  1. [gedaagde 2], te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 2] , advocaat: mr. M.W. van der Heijden,
  2. [gedaagde 3], te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 3] , advocaat: mr. M.J.W. van Ingen,
  3. [gedaagde 4], te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 4] , advocaat: mr. M.W. van der Heijden,
  4. [gedaagde 5], te [plaats 3] , gemeente Loon op Zand, hierna te noemen: [gedaagde 5] , niet verschenen,
  5. [gedaagde 6], te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 6] , advocaat: mr. M.W. van der Heijden, 7 [gedaagde 7] , te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 7] , advocaat: mr. M.W. van der Heijden,
  6. [gedaagde 8], te [plaats 2] , hierna te noemen: [gedaagde 8] , advocaat: mr. M.W. van der Heijden, gedaagde partijen, hierna samen te noemen: de bestuurders. De zaak in het kort [eiser] is een kleine voetbalvereniging uit [plaats 2] . De voetbalseizoenen 2017/2018 en 2018/2019 waren verlieslatend. Eind 2018/begin 2019 heeft [gedaagde 5] een ambitieus plan gepresenteerd om de voetbalvereniging weer te laten floreren. Dit zou betaald moeten worden door sponsors. De algemene ledenvergadering heeft dit plan omarmd en het bestuur is dit plan gaat uitvoeren. Voorafgaand en aan het begin van het voetbalseizoen 2019/2020 zijn er uitgaven gedaan en verplichtingen aangegaan die de voetbalvereniging in grote financiële problemen hebben gebracht doordat de door [gedaagde 5] toegezegde sponsorgelden uitbleven. Daar kwam bij dat vanwege de Covid-19 maatregelen de voetbalvereniging in maart 2020 dicht moest, waardoor er geen inkomsten meer waren. Dit heeft uiteindelijk tot het faillissement van de voetbalvereniging geleid. De curator heeft de bestuurders aangesproken op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Hij verwijt de bestuurders dat zij te grote financiële risico’s hebben genomen door zonder nader onderzoek naar de door [gedaagde 5] gepresenteerde begroting uitvoering te geven aan zijn plannen voor de voetbalvereniging. De bestuurders hebben het verwijt weersproken. De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur, maar dat de bestuurders zich kunnen disculperen, met uitzondering van [gedaagde 5] , die dan ook aansprakelijk wordt gehouden voor de schade die de voetbalvereniging heeft geleden. 1De procedure 1.
  7. Het verloop van de procedure blijkt uit: – het tussenvonnis van 16 oktober 2024 en de daarin genoemde stukken, – de akte in geding brengen producties tevens eiswijziging van de curator, met producties 47 tot en met 53, – de mondelinge behandeling van 4 februari 2025, waarvan door de griffier spreekaantekeningen zijn gemaakt. 1.
  8. Ten slotte is vonnis bepaald. 1.
  9. [gedaagde 5] is niet verschenen. Tegen hem wordt verstek verleend. Nu de andere bestuurders wel zijn verschenen, wordt op grond van artikel 140 Rv de gehele zaak behandeld als een zaak op tegenspraak. Dat betekent dat in het geval de rechtsbetrekking tussen partijen moet leiden tot een voor alle bestuurders gelijke beslissing, het door de verschenen bestuurders gevoerde verweer ook ten gunste van [gedaagde 5] strekt. 2De feiten 2.
  10. [eiser] , opgericht in november 1947, is een kleine amateurvoetbalvereniging uit [plaats 2] . Begin 2019 had de voetbalvereniging zo’n 100 leden en twee herenelftallen en een dameselftal die deelnamen aan de amateurcompetities van de KNVB. Het voetbalseizoen 2017/2018 was verlieslatend (ongeveer € 3.800,00), evenals het voetbalseizoen 2018/2019 (ongeveer € 15.700,00). 2.
  11. Eind 2018/begin 2019 heeft [gedaagde 5] de toenmalig voorzitter van het bestuur van [eiser] , [gedaagde 8] , benaderd met een ambitieus plan om de voetbalvereniging nieuw leven in te blazen. Hij wilde met [eiser] binnen 15 jaar in de top van het Nederlandse amateurvoetbal spelen. Alles zou worden opgeknapt, waaronder het clubgebouw/de kantine, het veld, de dug-outs, het logo en de tenues, en er zou een aantal jeugdelftallen worden opgeleid, waarvoor [naam 1] als hoofd jeugdopleiding zou worden aangetrokken en [naam 2] als hoofdtrainer. Er zouden talentvolle jeugdspelers van verenigingen uit de regio worden aangetrokken en de spelers zouden met busjes worden opgehaald. [gedaagde 5] heeft voor dit plan een begroting opgesteld voor de seizoenen 2019/2020, 2020/2021 en 2021/
  12. Volgens deze begroting zouden de inkomsten hoofdzakelijk bestaan uit kantine-inkomsten, contributies en sponsoring. Voor het seizoen 2019/2020 was een bedrag aan sponsoring begroot van € 143.057,00 en een resultaat van € 6.250,00, voor het seizoen 2020/2021 een bedrag aan sponsoring van € 191.750,00 en een resultaat van € 15.000,00 en voor het seizoen 2021/22 een bedrag aan sponsoring van € 215.250,00 en een resultaat van € 49.050,
  13. 2.
  14. [gedaagde 5] heeft zijn plan gepresenteerd tijdens de algemene ledenvergadering van 26 februari
  15. Blijkens de notulen van deze vergadering is op de vraag hoe het plan zal worden gefinancierd geantwoord “dit zal gebeuren aan de hand van sponsoring, het geld dat in de clubkas zit en door [gedaagde 5] zelf’”. Op verdere vragen is onder meer geantwoord:” Het wordt een bedrijf dus als er extra kosten zijn zullen die voor [gedaagde 5] zijn. Als we op deze manier doorgaan dan redden we het hooguit nog vijf jaar met het geld dat in de clubkas zit. Als je in de regulaire competitie wil blijven zullen er kosten gemaakt moeten worden. Het is daarom wel belangrijk dat de leden de plannen zien zitten.” Besproken is dat als er vanavond door de leden ‘ja’ wordt gestemd, [naam 1] volgende maand zal starten met de jeugdelftallen. De eerste investeringen worden gedaan “uit de clubkas, sponsoring en vanuit [gedaagde 5] zelf”. Tijdens deze algemene ledenvergadering hebben alle 33 aanwezige leden voor het plan gestemd. 2.
  16. Op 26 februari 2019 is [gedaagde 8] om gezondheidsredenen per direct als voorzitter afgetreden. [gedaagde 6] is lid van het bestuur gebleven, evenals [gedaagde 4] . Met ingang van 6 mei 2019 zijn [gedaagde 1] , [gedaagde 3] als penningmeester, [gedaagde 2] en [gedaagde 7] toegetreden tot het bestuur. Ook [gedaagde 5] is op 6 mei 2019 toegetreden tot het bestuur en tot voorzitter benoemd. 2.
  17. Na de algemene ledenvergadering van 26 februari 2019 is het bestuur voorbereidingen gaan treffen voor het nieuwe voetbalseizoen 2019/
  18. Men is begonnen met de verbouwing van de kantine. De verbouwing is grotendeels verricht door de leden zelf, met materialen van het bouwbedrijf dat de voetbalvereniging zou sponsoren. 2.
  19. [gedaagde 5] heeft namens [eiser] een ongedateerde ‘arbeidsovereenkomsten voor Hoofd jeugdopleiding werkzaam in het amateurvoetbal’ gesloten met [naam 1] om als hoofd jeugdopleiding werkzaam te zijn tegen een vergoeding van € 1.250,00 per maand plus bonussen. [naam 1] had via zijn eenmanszaak ‘ [eenmanszaak] ’ een commerciële voetbalschool. Hij kon met zijn eigen elftallen niet deelnemen aan de KNVB-competities, omdat de voetbalschool geen lid was van de KNVB en dit ook niet kon zijn. Door samen te werken met [eiser] , waarbij gezamenlijk een jeugdopleiding werd opgezet, kon [naam 1] onder de vlag van [eiser] deelnemen aan de KNVB-competities. De overeenkomst is aangegaan voor de periode 1 maart 2019 tot en met 31 augustus
  20. Daarnaast zijn er ook overeenkomsten gesloten met [naam 2] om als hoofdtrainer werkzaam te zijn tegen een vergoeding van € 1.700,00 per maand, en met [naam 3] om als voetbaltrainer werkzaam te zijn tegen een vergoeding van € 900,00 per maand. 2.
  21. Er hebben zich 127 nieuwe jeugdleden ingeschreven bij de voetbalvereniging. 2.
  22. Op 5 juli 2019 heeft [gedaagde 5] namens [eiser] een ‘Clubovereenkomst Voetbal TV’ gesloten met Voetbal TV BV voor een periode van drie jaar, ingaande 1 september 2019, tegen een vergoeding van € 3.655,75 ex btw aan installatiekosten en bijkomende kosten en een bedrag van € 999,00 per jaar. 2.
  23. In augustus zijn er door [gedaagde 5] en/of [naam 1] diverse bestellingen geplaatst voor voetbaltenues en benodigdheden voor voetbalvelden bij [winkel 1] (€ 29.954,55) [winkel 2] (€ 6.171,00), [winkel 3] (€ 2.471,70) en [B.V. 2] (€ 1.276,00). 2.
  24. Op 21 augustus 2019 heeft [eiser] , vertegenwoordigd door het voltallig bestuur, een huurkoopovereenkomst gesloten met [B.V. 2] , een vennootschap van [gedaagde 1] , voor vier personenbussen, merk Citroën Jumpy, voor een totaalprijs van € 74.000,00 vermeerderd met € 1.900,00 rente, hetgeen resulteert in een maandelijks te betalen bedrag van € 1.265,00, ingaande op 1 oktober
  25. 2.
  26. In de bestuursvergadering van 15 september 2019 is onder voorzitterschap van [gedaagde 5] onder andere besproken dat de kosten van de busjes en de rekeningen van [winkel 1] ver boven de begroting uitgaan. Afgesproken is dat [winkel 1] geen spullen meer levert totdat de rekeningen zijn betaald. Verder is besproken dat er op korte termijn minimaal € 50.000,00 moet binnen komen om de onbetaalde facturen en de salarissen te kunnen voldoen. Ondanks de toezegging van [gedaagde 5] zijn de getekende contracten nog steeds niet doorgestuurd naar [gedaagde 3] Er dient een overzicht te worden gemaakt van de contractafspraken versus de begroting. De sponsorinkomsten zijn begroot op € 169.000,00 en er is slechts circa € 40.000,00 incl. btw binnengekomen. [gedaagde 5] moet zijn toezeggingen nakomen en ervoor zorgen dat er op zeer korte termijn, per 30 september, € 50.000,00 wordt binnengehaald. Er is destijds op basis van de begroting besloten om het voorstel van [gedaagde 5] te accepteren. Om te voorkomen dat de missie mislukt moet er op korte termijn circa € 100.000,00 binnenkomen. [gedaagde 5] dient daarvoor te zorgen. 2.
  27. In de bestuursvergadering van 2 oktober 2019 is – bij afwezigheid van [gedaagde 5] onder voorzitterschap van [gedaagde 1] – geconstateerd dat het banksaldo van [eiser] nul is. Er staat voor € 40.000,00 open aan facturen, waarvan € 14.400,00 aan facturen van [winkel 1] . De salarissen van de trainers en spelers zijn hierin nog niet meegenomen en bedragen rond de € 10.000,
  28. [gedaagde 5] zou voor 1 oktober voor een bedrag van € 50.000,00 zorgen. Dit bedrag is niet voldaan. De inkomsten per maand zijn circa € 10.300,00 aan kantine-inkomsten en lidmaatschappen. Daarmee zijn de kosten momenteel niet gedekt. Er kan gesproken worden van een financieel tekort. Afgesproken is dat de jeugdopleidingen worden gehandhaafd, de jeugdopleiding voor eigen vervoer zorgt, de salarissen van het 1e elftal worden stopgezet, er inzicht komt in de inkomsten, huidige betalingen worden stopgezet en betalingsregelingen worden getroffen en dat de inkomsten worden vergroot door de club van 50/100 en sponsors te benaderen. Verder is met betrekking tot de positie van de voorzitter besproken:“ [gedaagde 5] geeft aan dat hij weinig tijd heeft om zich met zaken bezig te houden binnen [eiser] . Geeft aan geen 40 tot 50 u in de week te kunnen investeren. i.v.m. werk- en privézaken. [gedaagde 5] geeft aan dat hij maximaal 10u per week kan inzetten. Vraag vanuit bestuur hoe de situatie nu verder aan te pakken m.b.t. situatie voorzitter. Zaken van verwijtbaar tekort op basis van functioneren: Niet nakomen van afspraken Vertrouwen in persoon (i.v.m. geschetst toekomstbeeld) Opgewekt vertrouwen in begroting m.b.t. sponsoring niet is nagekomen. Op basis van de begroting die is voorgelegd aan het bestuur. Heeft het bestuur akkoord gegeven aan de voorzitter. Toegezegd werd bij herhaling door [gedaagde 5] , dat de er vele sponsoren zijn en toezeggingen/contracten voor hun bijdragen. Het is triest dat er na maanden slechts een fractie van het sponsorbedrag is ontvangen. [gedaagde 5] heeft een bedrag van 40.000 (inclusief 30.000 van hoofdsponsor voor drie jaar) van de 168750 euro waargemaakt aan sponsoring. Door deze reden, waardoor er een tekort is van een ruim € 150.000,00, heeft het huidige bestuur geen vertrouwen meer in [gedaagde 5] . Daarenboven zijn er naast de bekende financiële tegenvallers ook veel te veel kosten gemaakt voor het openingsweekend. Er was door [gedaagde 5] de indruk gewekt, dat de artiesten gesponsord zouden worden. Dit blijkt dus ook nog eens ca € 5000,00 gekost te hebben. Deze zaak dient een vervolg te krijgen.” 2.
  29. [gedaagde 5] is op 6 oktober 2019 op non-actief gezet. Op 7 oktober 2019 is hij afgetreden als voorzitter van het bestuur. 2.
  30. In de bestuursvergadering van 28 oktober 2019 heeft het bestuur, inmiddels onder voorzitterschap van [gedaagde 1] , besloten [naam 1] te ontslaan. Er is tijdens de vergadering verder nog gesproken over openstaande facturen en het benaderen van schuldeisers, onder andere voor het treffen van betalingsregelingen. Als tijdelijke overbrugging betaalt [gedaagde 1] een bedrag van € 27.000,
  31. 2.
  32. [naam 1] heeft na zijn ontslag in november 2029 65 jeugdleden meegenomen. 2.
  33. In de bestuursvergadering van 2 december 2019 is onder andere besproken dat er op 17 december 2019 een kort geding is tegen [naam 1] , waarbij ook zijn ontslag wordt besproken. Besloten is om [naam 3] op staande voet te ontslaan. Met betrekking tot de financiën is besproken dat er nog een bedrag openstaat van ongeveer € 35.000,
  34. De grootste bedragen die openstaan zijn facturen van [winkel 1] , Gemeente Waalwijk en het Ledbord. Het huidige banksaldo is € 13.500,00 en de vaste lasten zijn € 4.800,
  35. Er zijn mensen van de vriendenclub van [eiser] die tussen de € 20,00 en € 1.000,00 willen sponsoren. 2.
  36. In de bestuursvergadering van 13 januari 2020 is besproken dat er op 10 februari 2020 een zitting gepland staat bij de kantonrechter tegen [naam 1] en op 18 februari 2020 tegen [naam 3] . Over de financiën is het volgende besproken: “(…) [gedaagde 3] heeft de Forecast gemaakt op de werkelijke cijfers tot december
  37. En gebudgetteerd tot juni
  38. Dan hebben we een verlies van 120.
  39. Technisch gezien zou [eiser] failliet zijn. Belangrijk is om op korte termijn voor meer inkomsten te zorgen. Vooral door sponsoring, wil het bestuur de inkomsten verhogen. – Alle bestuursleden gaan hun contacten na wie er sponsor wil worden. – Club van 100 van start laten gaan – Contacten worden aangeschreven (…) Club van 100 De club van 100 zal de naam krijgen ‘Vrienden van…’. Er kunnen verschillende bedragen gesponsord worden namelijk: € 100, € 250 en 1000(…)” 2.
  40. In maart 2020 zijn alle KNVB competities stilgelegd en is de kantine dicht gegaan vanwege de Corona-maatregelen. [eiser] heeft vanaf dat moment ook geen contributies meer geïnd. 2.
  41. In de bestuursvergadering van 30 april 2020 zijn de volgende besluiten genomen: “(…) Raad van arbitrage: [eiser] moet aan [naam 3] en [naam 1] circa 20.000 euro betalen. [eiser] kan dit niet betalen. Betalingsonmacht is gemeld naar trainers, leveranciers en spelers. Conclusie bestuur: faillissement aanvragen, er is geen andere uitweg. (…) Onduidelijk over hoe nu verder. Faillissement kan niet aangevraagd worden door het bestuur. Hiervoor is een ALV nodig, welke vanwege de corona niet bijeengeroepen kan worden. Leveranciers hebben nog niet het faillissement aangevraagd. (…) Bestuursleden geven aan dat er geen bestaansrecht is om door te gaan met de club, hetgeen betekent dat dit het einde is van de club. (…)” Uit de concept begroting 2020/2021 blijkt dat er een tekort is van € 31.636,
  42. Besproken is verder dat er onvoldoende leden en vrijwilligers zijn en onvoldoende inkomsten aan contributie en inkomsten van de kantine om nog door te kunnen gaan. 2.
  43. Op 26 mei 2020 heeft de rechtbank Zeeland West-Brabant aan [eiser] voorlopige surseance van betaling verleend, met benoeming van mr. [curator] tot bewindvoerder. Op 3 juni 2020 is de voorlopige surseance van betaling ingetrokken en [eiser] failliet verklaard, met benoeming van de bewindvoerder tot curator. 2.
  44. De curator heeft op 5 juni 2020 het bestuur verzocht informatie en de administratie te verstrekken. Na diverse herinnering zijn onderdelen van de administratie bij de curator aangeleverd. De notulen van de bestuursvergaderingen zijn slechts gedeeltelijk aan de curator verstrekt. De oudste notulen die hij heeft ontvangen zijn de notulen van de bestuursvergadering van 11 juli
  45. 2.
  46. Op 1 juni 2023 heeft de curator de bestuurders aansprakelijk gesteld wegens onbehoorlijk bestuur.. In deze brief worden de bestuurders verweten dat zij onverantwoord grote uitgaven hebben gedaan en grote verplichtingen zijn aangegaan terwijl zij wisten of behoorden te begrijpen dat [eiser] haar verplichtingen (daardoor) niet zou kunnen nakomen. De verplichtingen zijn aangegaan en de uitgaven zijn gedaan op grond van een conceptbegroting van [gedaagde 5] waarin een enorme stijging van de sponsorinkomsten voor de seizoenen 2019/2020, 2020/2021 en 2021/2022 was opgenomen, zonder dat zeker was dat de sponsorinkomsten zouden volgen. Daarnaast wordt hen verweten dat zij hebben gehandeld in strijd met de administratieplicht door de notulen van vóór 11 juli 2019 niet aan te leveren. De schade die de crediteuren van [eiser] daardoor hebben geleden wordt begroot op € 144.353,
  47. 2.
  48. De bestuurders hebben bij brief van 1 september 2021 verweer gevoerd tegen de aansprakelijkheidsstelling. 2.
  49. Bij brief van 1 juni 2023 heeft de curator de concept dagvaarding aan de bestuurders toegestuurd. Op 15 juni 2023 heeft op het kantoor van de curator een gesprek plaatsgevonden met een aantal bestuurders. Daarna hebben de bestuurders bij brief gereageerd op de concept dagvaarding. Vervolgens heeft de curator de bestuurders op 2 mei 2024 gedagvaard. 2.
  50. Een groot aantal concurrente crediteuren die hun vordering bij de curator had ingediend, heeft hun vordering ingetrokken nadat zij vernomen hadden dat de curator de bestuurders aansprakelijk heeft gesteld. Uit het faillissementsverslag van 18 september 2024 en de daarbij behorende crediteurenlijst blijkt dat de concurrente crediteuren daardoor nog een bedrag van € 15.102,49 bedragen, in plaats van € 124.648,
  51. De preferente crediteuren bedragen € 37.561,56 en de boedelcrediteuren € 21.679,
  52. Van de concurrente crediteuren heeft nog een aantal crediteuren laten weten hun vordering ook (voorwaardelijk) in te trekken, waardoor er een bedrag resteert van € 8.443,
  53. Het geschil 3.
  54. De curator vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: primair: voor recht zal verklaren dat de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden in het faillissement van [eiser] voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan; de bestuurders hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van het boedeltekort (per maart 2024 begroot op € 161.196,70 + P.M.), één en ander nader op te maken bij staat; de bestuurders hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van een voorschot op de veroordeling zoals genoemd onder B. ter hoogte van een bedrag van € 100.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; de bestuurders hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 161.196,70, één en ander zo nodig nader op te maken bij staat, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2021 (datum aansprakelijkstelling), althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; primair en subsidiair: de bestuurders hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten, waaronder een bedrag van € 131,00 aan nasalaris ingeval van betekening van het vonnis, één en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – uitdrukkelijk te vermeerderen met de wettelijke rente over de ter zake van deze (na)kosten toegewezen bedragen vanaf de 14e dag na de datum van het wezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 3.
  55. Bij akte heeft de curator zijn vordering tegen [gedaagde 8] ingetrokken, met uitzondering van de proceskostenveroordeling, en zijn eis verder als volgt gewijzigd: De curator vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad primair: voor recht zal verklaren dat de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor het bedrag van de schulden in het faillissement van [eiser] voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan; de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van het boedeltekort (per januari 2025 begroot op € 52.042,46 + P.M.), één en ander nader op te maken bij staat, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2021 (datum aansprakelijkstelling), althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van een voorschot op de veroordeling zoals genoemd onder B. ter hoogte van een bedrag van € 30.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag; subsidiair: de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 108.519,74, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2021 (datum aansprakelijkstelling), althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; meer subsidiair: de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van een bedrag van € 46.810,77, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2021 (datum aansprakelijkstelling), althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening; uiterst subsidiair: de bestuurders (met uitzondering van [gedaagde 8] ) hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 1 juni 2021 (datum aansprakelijkstelling), althans vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening primair, subsidiair, meer subsidiair en uiterst subsidiair: de bestuurders hoofdelijk, des de een betalende de anderen zullen zijn bevrijd, althans ieder voor zich, zal veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten, waaronder een bedrag van € 131,00 aan nasalaris ingeval van betekening van het vonnis, één en ander te voldoen binnen 14 dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – uitdrukkelijk te vermeerderen met de wettelijke rente over de ter zake van deze (na)kosten toegewezen bedragen vanaf de 14e dag na de datum van het wezen te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening. 3.
  56. De rechtbank heeft ter zitting het bezwaar van de bestuurders tegen de wijziging van eis onder D. afgewezen, zodat voor wat betreft de verschenen bestuurders wordt uitgegaan van de gewijzigde eis. Voor zover er sprake is van een eisvermeerdering geldt deze eiswijziging niet voor [gedaagde 5] , omdat hij verstek heeft laten gaan en de eiswijziging niet aan hem is betekend. 3.
  57. De curator legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur, zodat de bestuurders op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk zijn voor de door de voetbalvereniging geleden schade. De curator verwijt de bestuurders dat zij uitvoering hebben gegeven aan een ambitieus plan zonder onderzoek te doen naar de haalbaarheid daarvan. Daarnaast hebben de bestuurders gehandeld in strijd met de statuten. Dit handelen van de bestuurders is tevens onrechtmatig jegens de schuldeisers van de voetbalvereniging, zodat de bestuurders ook op grond van artikel 6:162 aansprakelijk zijn voor de geleden schade. 3.
  58. De bestuurders voeren verweer. De bestuurders concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de curator, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de curator, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de curator in de kosten van deze procedure. 3.
  59. De bestuurders betwisten dat er sprake is van onbehoorlijk bestuur. Zij stellen zich op het standpunt dat zij als onbezoldigd bestuur alles in het werk hebben gesteld om de voetbalvereniging te behouden voor de gemeenschap, onder andere door daar zelf substantiële middelen in te investeren. Daarnaast betwisten zij de hoogte van de schade. 3.
  60. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4De beoordeling 4.
  61. De hoofdregel is dat een bestuurder van een rechtspersoon – de rechtspersoon is in dit geval een voetbalvereniging – niet persoonlijk aansprakelijk is voor de schulden van de rechtspersoon. Deze beperking van aansprakelijkheid kan op een aantal gronden worden doorbroken. De gronden waarop de curator de bestuurders van de voetbalvereniging aansprakelijk houdt zijn artikel 2:9 BW, onbehoorlijk bestuur, en artikel 6:162 BW, onrechtmatige daad. Aan beide grondslagen ligt hetzelfde feitencomplex ten grondslag. De grondslagen zullen hieronder worden besproken. Is er sprake van onbehoorlijk bestuur ex artikel 2:9 BW? 4.
  62. Elke bestuurder is op grond van 2:9 BW tegenover de rechtspersoon gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Wanneer er meerdere bestuurders zijn, dan zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor het uitoefenen van de bestuurstaak. Tot die taak behoort de algemene gang van zaken, waaronder het voeren van een deugdelijk financieel beleid. Is er sprake van onbehoorlijk bestuur door een of meerdere bestuurders, dan is het bestuur op grond van deze bepaling aansprakelijk voor de door de rechtspersoon geleden schade. Van onbehoorlijk bestuur is sprake als er een onmiskenbare, duidelijke tekortkoming is in de vervulling van de bestuurstaak. De betrokken bestuurder moet van zijn handelen een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt. Bij de beoordeling of de bestuurder een ernstig verwijt treft, moeten alle omstandigheden van het geval worden betrokken. Zijn er meerdere bestuurders, dan zijn alle bestuurders hoofdelijk aansprakelijk voor de door de rechtspersoon geleden schade.. Een individuele bestuurder kan zich disculperen, wanneer hij kan bewijzen dat hem geen ernstig verwijt kan worden gemaakt en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. 4.
  63. De rechtbank is van oordeel dat de curator de bestuurders terecht verwijt dat zij geen onderzoek hebben gedaan naar de haalbaarheid van de door [gedaagde 5] gepresenteerde begroting, voordat zij het plan van [gedaagde 5] zijn gaan uitvoeren. De begroting van [gedaagde 5] bestond uit twee pagina’s aan inkomsten en uitgaven zonder enige onderbouwing van de daarin genoemde posten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft een van de bestuurder verklaard dat hij het plan van [gedaagde 5] niet onwerkelijk maar wel uitdagend vond. Toch hebben de bestuurders niet onderzocht of de door [gedaagde 5] genoemde sponsors ook daadwerkelijk sponsorgelden hadden toegezegd, laat staan voor welk bedrag die toezegging gold. Evenmin hebben zij gevraagd om inzage in de doorberekening, die [gedaagde 5] volgens de bestuurders heeft laten maken van zijn begroting. De bestuurders hebben, zo begrijpt de rechtbank, eenvoudigweg vertrouwd op de juistheid van de door [gedaagde 5] gegeven informatie. Gelet op het feit dat [gedaagde 5] voor de bestuurders een onbekende was en er voor de uitvoering van zijn plannen aanzienlijke inkomsten nodig waren om deze te kunnen verwezenlijken, hadden de bestuurders niet zonder nader onderzoek naar de begrote (sponsor)inkomsten hun medewerking mogen verlenen aan de uitvoering van zijn plannen. Dit geldt te meer nu eerdere sponsorinkomsten niet voldoende waren gebleken om de kosten van de afgelopen twee seizoenen te dekken, laat staan dat deze voldoende zouden zijn om de ambitieuze plannen van [gedaagde 5] te verwezenlijken. Van de bestuurders had dan ook mogen worden verwacht dat zij aan [gedaagde 5] enig vorm van zekerheid hadden gevraagd met betrekking tot de begrote inkomsten. Dat hebben zij niet gedaan. [gedaagde 5] heeft de bestuurders geen (concept) sponsorcontracten laten zien, dan wel enige andere vorm van zekerheid gegeven dat de plannen financieel haalbaar waren. Toch is het bestuur op basis van die begroting uitvoering gaan geven aan de plannen van [gedaagde 5] , onder andere door bouwmaterialen te bestellen voor de verbouwing van de kantine, in de verwachting dat de bouwmaterialen, naar [gedaagde 5] hen had verteld, werden gesponsord. [gedaagde 5] heeft uitvoering gegeven aan zijn plannen door namens de voetbalvereniging arbeidscontracten af te sluiten met [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] , die vorm zouden geven aan de jeugdopleiding, en door een contract voor drie jaar af te sluiten met Voetbal TV. In augustus heeft hij, dan wel [naam 1] , grote bestellingen geplaatst voor voetbaltenues en verschillende benodigdheden voor de voetbalvelden. De rechtbank is van oordeel dat het aangaan van deze verplichtingen en het doen van deze uitgaven zonder dat daar voldoende inkomsten tegenover staan, kan worden aangemerkt als onbehoorlijk bestuur. Daarvan kan met name [gedaagde 5] een ernstig verwijt worden gemaakt, aangezien hij degene is geweest die de toezegging heeft gedaan dat de uitgaven gesponsord zouden worden en deze toezegging niet is nagekomen. Voor zijn handelen zijn ook de overige bestuurders aansprakelijk, omdat zij gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de wijze waarop de voetbalvereniging wordt bestuurd. Dat betekent dat niet alleen [gedaagde 5] , maar ook de andere bestuurders wegens onbehoorlijk bestuur aansprakelijk zijn voor de schade die de voetbalvereniging daardoor heeft geleden. 4.
  64. Gelet op het voorgaande kan de vraag of er ook sprake is van onbehoorlijk bestuur wegens handelen in strijd met de statuten onbesproken blijven. Kunnen individuele bestuurders zich disculperen ex artikel 2:9 lid 2 BW? 4.
  65. De bestuurders [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] hebben zich beroepen op de disculpatiegrond van artikel 2:9 lid 2 BW. Zij stellen zich allen op het standpunt dat hen als individuele bestuurder geen ernstig verwijt van het onbehoorlijke bestuur kan worden gemaakt en dat zij niet nalatig zijn geweest in het nemen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijke bestuur af te wenden. 4.
  66. Bij de beoordeling van de vraag of individuele bestuurders zich kunnen disculperen speelt een belangrijke rol dat het plan afkomstig is van [gedaagde 5] en de begroting ook door hem is opgesteld. [gedaagde 5] is ook degene geweest die de meeste verplichtingen is aangegaan en de grootste uitgaven heeft gedaan. Hij heeft – voor zover in deze zaak kan worden beoordeeld, nu [gedaagde 5] geen verweer heeft gevoerd – de overige bestuursleden daar niet bij betrokken. [gedaagde 5] heeft de vermeende door hem gesloten contracten in ieder geval niet met de overige bestuurders gedeeld, zo blijkt uit de notulen van 15 september
  67. Ondertussen gingen de overige bestuursleden ervan uit dat het plan werkte: er hadden zich 127 nieuwe jeugdleden ingeschreven die ook contributie betaalden, en een van de grote sponsors had ook een aanzienlijk bedrag gegeven. Pas op het moment dat de facturen binnenkwamen van de uitgaven waarvan de bestuurders dachten dat die gesponsord werden, werd duidelijk dat de door [gedaagde 5] toegezegde sponsorgelden niet kwamen, zo heeft [gedaagde 3] ter zitting toegelicht. Onder deze, door de bestuursleden geschetste, omstandigheden acht de rechtbank het alleszins begrijpelijk dat de bestuursleden er pas in september 2019 achter kwamen dat [gedaagde 5] zijn toezeggingen niet nakwam en de inkomsten daardoor de uitgaven niet dekten. 4.
  68. De rechtbank is van oordeel dat hoewel de bestuurders kan worden verweten dat zij te makkelijk zijn meegegaan met de plannen van [gedaagde 5] zonder kritisch te kijken naar de financiële haalbaarheid daarvan, en tijdens de uitvoering van het plan de inkomsten en uitgaven van de voetbalvereniging niet goed in de gaten hebben gehouden, de bestuurders hiervan niet een zodanig ernstig verwijt kan worden gemaakt dat dit hen aansprakelijk maakt voor de schulden van de voetbalvereniging. De bestuurders hebben uitvoering gegeven aan een plan dat de goedkeuring had van de algemene ledenvergadering. Daar komt bij dat zij geen professionele bestuurders zijn maar vrijwilligers, die zich bereid hebben verklaard om als onbezoldigd bestuurder van een kleine amateurvoetbalvereniging van, in eerste instantie, zo’n 100 leden in het bestuur te gaan zitten. In hun enthousiasme voor de plannen voor de voetbalvereniging, waar de meeste bestuursleden al sinds hun jeugd lid van zijn, zijn zij te goed van vertrouwen geweest. Op het moment dat zij ontdekten dat van de door [gedaagde 5] begrote sponsorinkomsten van € 169.000,00 maar een bedrag van € 40.000,00 was ontvangen en er op korte termijn € 50.000,00 nodig was om de openstaande facturen en salarissen te betalen, hebben zij [gedaagde 5] opgedragen om binnen een termijn van twee weken voor dit bedrag te zorgen. Dat is [gedaagde 5] niet gelukt. Begin oktober 2019 is hij door de bestuurders op non-actief gezet en een dag later is hij afgetreden als voorzitter. Uit de notulen en de ter zitting gegeven verklaringen blijkt dat de bestuurders diverse maatregelen hebben genomen om te trachten het tij te keren. Zo hebben zij de verdere uitvoering van de plannen van [gedaagde 5] on hold gezet, betalingsregelingen getroffen met een aantal schuldeisers, getracht sponsorgelden binnen te halen en activiteiten ontplooid die inkomsten opleverden. [gedaagde 1] heeft via zijn vennootschap [B.V. 2] diverse kosten betaald, waaronder de kosten van de bouwmaterialen, de reclameborden en het reclamebureau ten bedrage van € 20.880,00 ex btw. Daarnaast heeft hij ook het salaris betaald van de trainer van het eerste elftal, [naam 2] , de personenbusjes tegen kostprijs ter beschikking gesteld en de gerechtelijke en arbitrageprocedures tegen [naam 1] en [naam 3] betaald. De rechtbank is dan ook, anders dan de curator, van oordeel dat de bestuurders niet nalatig zijn geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. De tegenslag kwam doordat [naam 1] na zijn ontslag 65 jeugdspelers meenam, waardoor een deel van de contributie wegviel. Ook het verlies van de procedures tegen [naam 1] en [naam 3] heeft tot extra verplichtingen geleid. Tot slot kwamen daar de coronamaatregelen nog bij, die ook gevolgen hebben gehad voor de inkomsten van de voetbalvereniging. 4.
  69. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de individuele bestuurders [gedaagde 1] , [gedaagde 2] , [gedaagde 3] , [gedaagde 4] , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] zich kunnen disculperen. Dit geldt niet voor [gedaagde 5] . Hij is in deze procedure niet verschenen en heeft dan ook geen disculpatiegronden aangevoerd. Van enige disculpatie is verder ook niet gebleken. Dat betekent dat hij als bestuurder van [eiser] op grond van artikel 2:9 BW aansprakelijk is voor de door de voetbalvereniging geleden schade. De vorderingen tegen de overige bestuurders worden afgewezen, voor zover deze gebaseerd zijn op onbehoorlijk bestuur. Is er sprake van onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW? 4.
  70. Anders dan de hiervoor besproken aansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur, gaat het bij aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad niet om aansprakelijkheid tegenover de rechtspersoon, maar om aansprakelijkheid tegenover de schuldeisers van de rechtspersoon. Uitgangpunt is dat alleen de rechtspersoon aansprakelijk is voor de schade die de schuldeisers lijden doordat de rechtspersoon tekortschiet in de nakoming van een verbintenis. Onder bijzondere omstandigheden is evenwel, naast aansprakelijkheid van de rechtspersoon, ook ruimte voor aansprakelijkheid van een bestuurder van de rechtspersoon op grond van onrechtmatige daad. Voor het aannemen van deze aansprakelijkheid is vereist dat die bestuurder ter zake van de benadeling van de schuldeisers een persoonlijk ernstig verwijt kan worden gemaakt. Of de bestuurder zo’n verwijt kan worden gemaakt, is afhankelijk van de aard en ernst van de normschending en de overige omstandigheden van het geval. Uit het persoonlijke karakter van zo’n verwijt volgt dat voor het aannemen van aansprakelijkheid voor iedere bestuurder afzonderlijk moet worden vastgesteld dat hij in zijn hoedanigheid van bestuurder onrechtmatig heeft gehandeld en dat dit handelen aan hem kan worden toegerekend. 4.
  71. Deze vordering uit onrechtmatige daad kan worden ingesteld door een of meerdere individuele schuldeisers. In geval van faillissement van de rechtspersoon kan onder omstandigheden deze vordering ook worden ingesteld door de curator. De curator stelt deze vordering dan in namens de gezamenlijke schuldeisers, omdat deze vordering niet in de boedel valt. Hij zal dan ook allereerst dienen te stellen en, zonodig, bewijzen dat de gezamenlijke schuldeisers zijn benadeeld. 4.
  72. Wanneer schuldeisers zijn benadeeld door het onbetaald of onverhaald blijven van hun vordering, kan blijkens jurisprudentie van de Hoge Raad grond zijn voor aansprakelijkheid van degene die als bestuurder de overeenkomst namens de rechtspersoon is aangegaan terwijl hij wist of behoorde te weten dat de rechtspersoon die overeenkomst niet zal kunnen nakomen en ook geen verhaal zal bieden voor de daardoor door de schuldeiser geleden schade. De curator doet een beroep op deze jurisprudentie. Hij voert daartoe aan dat door het bestuur van [eiser] namens [eiser] beslissingen werden genomen en rechtshandelingen werden aangegaan met zeer vergaande, te grote financiële consequenties. Dit gebeurde zonder gedegen voorbereiding en zonder onderzoek of er ook daadwerkelijk dekking was voor deze verplichtingen en uitgaven, bijvoorbeeld in de vorm van sponsors. Bovendien werd in strijd gehandeld met diverse onderdelen in de statuten van [eiser] , aldus de curator. 4.
  73. De rechtbank is van oordeel dat de stellingen van de curator zijn vordering uit hoofde van onrechtmatige daad niet kunnen dragen. Zo heeft de curator onvoldoende gesteld om tot de conclusie te kunnen komen dat de gezamenlijke schuldeisers zijn benadeeld. De gedane uitgaven en aangegane verplichtingen die de curator de bestuurders verwijt, betreffen niet alle schuldeisers van de voetbalvereniging. De voetbalvereniging had immers ook vaste lasten. Met betrekking tot het aangaan van die verplichtingen heeft de curator de bestuurders geen verwijt gemaakt. Bovendien heeft de curator niet voor iedere bestuurder afzonderlijk gesteld, laat staan aannemelijk gemaakt, dat de desbetreffende bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft. Tot slot is onvoldoende gesteld, noch anderszins gebleken, dat die desbetreffende bestuurder op het moment van het aangaan van de overeenkomsten c.q. verplichtingen wist dan wel behoorde te weten dat de voetbalvereniging deze verplichtingen niet zou kunnen nakomen en geen verhaal zou bieden voor de daardoor geleden schade. 4.
  74. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de bestuurders niet aansprakelijk zijn op grond van onrechtmatige daad, zodat de vorderingen tegen hen worden afgewezen voor zover zij op deze grondslag zijn gebaseerd. Welke schade heeft de voetbalvereniging geleden door onbehoorlijk bestuur? 4.
  75. De curator hanteert terecht als uitgangpunt dat de hoogte van de veroorzaakte schade gelijk is aan het verschil tussen de daadwerkelijke financiële positie van [eiser] en de financiële positie waarin [eiser] zou hebben verkeerd in de hypothetische situatie dat het onbehoorlijk bestuur niet zou hebben plaatsgevonden. De rechtbank volgt de curator echter niet in zijn standpunt dat de schade bestaat uit het boedeltekort. De curator heeft onvoldoende onderbouwd dat het onbehoorlijk bestuur van [gedaagde 5] tot het faillissement van de voetbalvereniging heeft geleid. Zoals hiervoor is overwogen, hebben de andere bestuurders vanaf september 2019 maatregelen genomen om te trachten de gevolgen van het onbehoorlijk bestuur af te wenden. Zij stellen zich dan ook op het standpunt dat er geen reden zou zijn geweest voor een faillissement, wanneer er geen corona zou zijn uitgebroken. De curator heeft onvoldoende onderbouwd dat de voetbalvereniging ook zonder de door de overheid genomen coronamaatregelen failliet zou zijn gegaan. Dat betekent dat de vorderingen onder A. t/m C. worden afgewezen, evenals het onder D. genoemde bedrag van € 161.196,70, nu ook dat bedrag is gebaseerd op het door de curator gestelde boedeltekort. 4.
  76. Bij de begroting van de schade knoopt de rechtbank aan bij de verplichtingen die zijn aangegaan door [gedaagde 5] en die hebben geleid tot onbetaalde facturen, proceskosten in verband met procedures tegen [naam 1] en [naam 3] , kosten in verband met loonvorderingen en wettelijke schadeloosstellingen van [naam 1] en [naam 3] , belastingschulden en schulden aan het UWV in verband met aangenomen werknemers. Dit komt uit op een bedrag van € 46.810,
  77. [gedaagde 5] zal tot betaling van dat bedrag worden veroordeeld. Dit bedrag aan schadevergoeding zal worden vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente vanaf 1 juni
  78. De proceskosten 4.
  79. De curator zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de bestuurders 1 t/m 4 en 6 t/m 8 als na te melden. 4.
  80. [gedaagde 5] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van de curator als na te melden. 4.
  81. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  82. veroordeelt [gedaagde 5] tot betaling van een bedrag van € 46.810,77, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juni 2021 tot aan de dag der algehele voldoening, 5.
  83. veroordeelt [gedaagde 5] in de proceskosten, aan de zijde van de curator gevallen en tot op heden begroot op € 4.869,72, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 5] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  84. veroordeelt [gedaagde 5] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 5.2 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
  85. veroordeelt de curator in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 2] , [gedaagde 4] , [gedaagde 6] , [gedaagde 7] en [gedaagde 8] gevallen en tot op heden begroot op € 6.662,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de curator niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  86. veroordeelt de curator in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 3] gevallen en tot op heden begroot op € 6.662,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als de curator niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
  87. veroordeelt de curator tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten onder 5.4 en 5.5 als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
  88. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 5.
  89. wijst af het meer of anders gevorderde. Dit vonnis is gewezen door mr. Hermans en in het openbaar uitgesproken op 19 maart
  90. Productie 10 dagvaarding, begroting Productie 2 conclusie van antwoord van [bestuurders] , notulen ALV 26 februari 2019 Productie 2 conclusie van antwoord [bestuurders] Productie 3 dagvaarding, uittreksel KvK Productie 1 conclusie van antwoord [bestuurders] , arbeidsovereenkomst met [naam 1] Productie 18 dagvaarding, Clubovereenkomst Voetval TV Productie 15 dagvaarding, facturen Productie 21 dagvaarding, rekeningafschriften Productie 16 dagvaarding, akte van huurkoop Productie 19 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 15 september 2019 Productie 20 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 2 oktober 2019 Productie 26 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 28 oktober 2029 Productie 27 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 2 december 2019 Productie 28 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 13 januari 2020 Productie 29 dagvaarding, notulen bestuursvergadering 30 april 2020 Productie 35 dagvaarding, aansprakelijkheidsstelling Productie 37 dagvaarding Productie 38 dagvaarding Productie 13 conclusie van antwoord [bestuurders] , correspondentie met crediteuren Productie 47 bij akte, faillissementsverslag van 18 september 2024 Zie Hoge Raad 8 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521, Beklamel

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.