← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7282

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer.: 11076966 \ MB VERZ 24-336 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 18 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1) op de Moerdijkbrug te Moerdijk op 19 november 2022 om 17:34 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat het zaakoverzicht niet de juiste waarheid aangeeft. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er voorafgaand aan de staandehouding sprake was van een geheel andere situatie. Gemachtigde kwam van de A59 richting de A16, waarna hij keurig is ingevoegd. Door de verkeersdrukte schoof gemachtigde op naar de tweede rijbaan. Achter gemachtigde kwam een voertuig met hoge snelheid, die gemachtigde voorliet. Dit voertuig kwam vervolgens voor gemachtigde rijden en ging op de rem om hem te blokkeren. Dit deed de bestuurder van het voertuig een aantal keer, waardoor gemachtigde weg wilde om hieraan te ontkomen. Daarbij heeft hij gas gegeven om het voertuig in te halen, waarna het voertuig door een verbalisant mee werd genomen. Gemachtigde voelt zich juist een slachtoffer. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld. Gemachtigde geeft zelf aan harder te hebben gereden, maar vraagt aandacht voor de omstandigheden. Gemachtigde koos er echter zelf voor om het gaspedaal verder in te trappen, waarbij een aanzienlijke overschrijding van de maximumsnelheid heeft plaatsgevonden die gevaarzetting met zich meebrengt. De verklaring over de staandehouding komt overeen met de situatie die gemachtigde schetst, waardoor het niet mogelijk was om gemachtigde ook staande te houden. Er is daarom terecht op kenteken bekeurd. Wel is de hoorplicht geschonden en is de redelijke termijn overschreden, waardoor de zittingsvertegenwoordiger verzoekt om de boete tweemaal met 25% te matigen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Volgens het aanvullend proces-verbaal heeft de verbalisant afgezien van de staandehouding omdat het voertuig voor gemachtigde al een volgteken kreeg. Naar het oordeel van de kantonrechter was er dan ook geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat de hoorplicht is geschonden, de redelijke termijn is overschreden en gemachtigde zich in een dilemma bevond tussen het enerzijds houden aan de maximumsnelheid en waarborgen van de verkeersveiligheid en anderzijds het ontkomen aan een gevaarlijke incidentele situatie. De boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 234,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.