← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7305

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer.: 11229388 \ MB VERZ 24-583 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 18 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas ( [bedrijf] B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Stationsstraat te Roosendaal op 9 juni 2023 om 18:15 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Gemachtigde verwijst naar art. 61a RVV en het feitenboekje en de Instructie Politie en stelt dat niet aan alle bestanddelen en eisen is voldaan. Verder is geen mobiel elektronisch apparaat vastgehouden. Daarnaast is er in dit geval wel staandegehouden, maar is de staandehouding niet verricht door degene die de constatering heeft gedaan. De stelling in het zaakoverzicht klopt daarom niet. Niet kan met zekerheid worden gezegd dat de verbaliserende agent daadwerkelijk zelf de gedraging heeft waargenomen. Ten minste had een aanvullend proces-verbaal moeten worden opgevraagd bij de verbalisant die de gedraging heeft geconstateerd. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat er een aanvullend proces-verbaal opgevraagd diende te worden, vanwege de ontkenning. Subsidiair verzoekt gemachtigde om de boete met 25% te matigen, omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het is onvoldoende aannemelijk dat betrokkene een pasjeshouder en geen mobiel elektronisch apparaat vasthad. De zittingsvertegenwoordiger hecht doorslaggevende waarde aan de verklaring van de verbalisant. Volgens uitspraak ECLI:NL:GHARL:2022:6265 mag de boete worden opgelegd door een ambtenaar die niet zelf de gedraging heeft waargenomen, op verzoek van de verbalisant die de gedraging heeft vastgesteld. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Dat het in dit geval gaat om twee verbalisanten doet daar niets aan af, gelet op het feit dat het zaakoverzicht beide namen en alle elementen bevat. De boete is dus terecht opgelegd. Overschrijding redelijke termijn Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 9 juni 2023 en is de redelijke termijn dus met ongeveer een maand overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Proceskosten Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter. Daarbij wordt de wegingsfactor 0,25 (zeer licht) toegepast, nu de matiging uitsluitend het gevolg is van overschrijding van de redelijke termijn (zie ECLI:NL:HR:2023:1526). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75 totaal € 453,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 285, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 95, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli
  3. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.