← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7421

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11189372 \ MB VERZ 24-524 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 18 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] BV adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Burg. Freijterslaan te Roosendaal op 24 mei 2022 om 16:09 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Uit het zaakoverzicht volgt dat sprake was van een vrouwelijke bestuurder. Gemachtigde stelt dat enkel de heer [naam] de beschikking heeft over dit voertuig en niemand anders. Derhalve is het onmogelijk dat een vrouwelijke bestuurder zich bevond in het voertuig. Meneer bevond zich ten tijde van de gedraging in het buitenland en heeft het voertuig vanaf 23 mei 2022 tot en met 27 mei 2022 ondergebracht bij Autoservice [bedrijf] . Het voertuig had namelijk een probleem met een dynamo, hetgeen diende te worden gerepareerd. Een rit naar Roosendaal zou met dit defect onmogelijk zijn. Gemachtigde verwijst hiervoor naar de bijlagen. Aangezien het voertuig in Maastricht stond en er geen staandehouding heeft plaatsgevonden, bestaat de mogelijkheid dat de verbalisant een verkeerd kenteken heeft genoteerd. Voorts is het praktisch onmogelijk om achteraf bewijs te verzamelen om aan te tonen dat een staandehouding wel mogelijk zou zijn. De verbalisanten reden echter in een dienstvoertuig waarbij stopmiddelen voor handen waren. Dat sprake was van een incident, is door de verbalisanten niet bewezen. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij als eigenaar bv’s over heel Europa heeft en ook door heel Europa werkt. Tijdens de pleegdatum was hij dan ook in het buitenland. Dit bevestigen ook de aan het beroepschrift bijgevoegde vliegtickets. Ook de bijgevoegde WhatsApp gesprekken in combinatie met de verklaring en factuur van de garagehouder bevestigen dit. Niemand anders had toegang tot het voertuig, behalve de toenmalige directeur die zelf een eigen voertuig had waar hij in kon rijden. Het gaat gemachtigde niet om de boete, maar op de manier hoe de boete tot stand is gekomen. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gemachtigde heeft verschillende bewijsstukken aangeleverd. Bij dit soort situaties is het prettig om terug te gaan naar de verbalisant voor een aanvullend proces-verbaal. Echter, de gedraging is van zo lang geleden dat een aanhouding van de zaak niet meer mogelijk is. Gelet daarop verzoekt de zittingsvertegenwoordiger betrokkene het voordeel van de twijfel te geven. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij zijn de door gemachtigde aangeleverde bewijsstukken van belang. Gemachtigde krijgt het voordeel van de twijfel. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 777,00 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 359,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van €
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli
  3. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.