← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7423

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11189402 \ MB VERZ 24-525 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 18 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas ( Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV1990 eenrichtingsverkeer) op de Achterhoeksestraat te Rucphen op 17 november 2022 om 14:33 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene moest in verband met werk bij [bedrijf] zijn. In Rucphen was die dag een grote rotonde afgesloten waardoor er meerdere omleidingen waren. Bij vertrek heeft betrokkene de navigatie naar huis ingesteld. De navigatie stuurde betrokkene in de weg van de geslotenverklaring. Daarbij was dit een smalle weg waar keren niet mogelijk was door fietsers en brommers achter betrokkene. Betrokkene is niet bekend in Rucphen. Uit artikel 5 Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de ambtenaar de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een sanctie kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de sanctie aan de kentekenhouder worden opgelegd. Gemachtigde stelt dat artikel 5 Wahv buiten toepassing dient te blijven, aangezien zich een reële mogelijkheid tot staandehouding heeft voorgedaan. Uit de verklaring van de verbalisant wordt niet duidelijk waarom hij niet kon omkeren nu de Achterhoekstraat een lange smalle weg is, dus als betrokkene verbalisant passeerde had hij betrokkene makkelijk kunnen staandehouden. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde niets toegevoegd aan de beroepsgronden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, omdat onvoldoende duidelijk is geworden waarom er tijdens het passeren geen reële mogelijkheid tot staandehouding bestond. Overwegingen Inhoudelijk Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter is onvoldoende duidelijk waarom de verbalisant heeft afgezien van de staandehouding. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Proceskostenvergoeding Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 1.230,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 159,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli
  3. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.