← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7433

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11237170 \ MB VERZ 24-602 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 18 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 18 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. Z. Fluitsma (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is [gemachtigde] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de Vosdonk te Etten-Leur op 20 april 2023 om 15:55 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene heeft niet in het voertuig gereden en is zich ervan bewust dat de kentekenhouder verantwoordelijk is voor een voertuig. Echter, in dit geval heeft er een staandehouding plaatsgevonden en had de beschikking dus aan de bestuurder moeten worden opgelegd. Dat was betrokkene dus niet, aangezien het rijbewijsnummer van de persoon tijdens de staandehouding niet overeenkomt met die van de kentekenhouder. Onduidelijk is dan ook wat verbalisant heeft gedaan en waarom alsnog op kenteken is bekeurd, ondanks dat er gesteld wordt dat er is staandegehouden. Het had dan ook op de weg van de officier van justitie gelegen om een aanvullend proces-verbaal op te vragen bij de verbalisant. Onduidelijk is waarom dat tot op heden nog niet is gedaan. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde niets toegevoegd aan de beroepsgronden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het rijbewijsnummer van het zaakoverzicht leidt tot een andere betrokkene, wat blijkt uit verschillende voorletters. Het betreft de zoon van de kentekenhouder. Ergens is iets niet goed gegaan tijdens het opleggen van de boete, waarbij het niet de bedoeling is dat het op zo’n manier gaat. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het rijbewijsnummer van de bestuurder niet overeenkomt met het rijbewijsnummer van de kentekenhouder. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Proceskostenvergoeding Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 totaal € 1.230,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 389,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 18 juli
  3. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.