← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7440

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11305301 \ MB VERZ 24-759 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 23 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: handelen in strijd met een geslotenverklaring voor alle motorvoertuigen: bord C12 op de Vierwegen te Kapelle op 22 januari 2024 om 16:10 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene vindt het kwalijk dat niet gereageerd is op het verzoek hem te horen. Verder stelt betrokkene dat hij ten tijde van de gedraging zijn werk aan het uitvoeren was met zijn bedrijfsvoertuig. Betrokkene doet al 13 jaar zaken met [bedrijf] , gevestigd op de pleeglocatie. Dat is betrokkene zijn vaste stoffeerder voor zadels van motorfietsen. Betrokkene heeft zelfs de verbalisanten de stalen stof die in zijn bus lag laten zien, maar hier werd verder geen aandacht aan geschonken. Ook werd dit niet nagetrokken. Betrokkene verwijst naar de getekende getuigenverklaring. Betrokkene komt minimaal tweemaal per maand op de pleeglocatie voor zijn werk. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij zelfs op het perceel van de stoffeerder was geparkeerd en binnen was geweest. Verzocht wordt om de reiskosten en verletkosten te vergoeden. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op het verhaal van betrokkene en het feit dat hij een getuige mee heeft genomen, ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Wellicht heeft de verbalisant het later waargenomen. Ook bestaat de mogelijkheid dat de verbalisant een fout kan maken. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat betrokkene ten onrechte niet als bestemmingsverkeer werd aangemerkt. De uitzondering op het onderbord was voor betrokkene van toepassing. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Reis- en verletkostenvergoeding Betrokkene wordt voor hemzelf en de getuige een vergoeding van reiskosten toegekend op basis van openbaar vervoer, tweede klas, bestaande uit vier keer een reis van [woonplaats] naar rechtbank Middelburg v.v. à € 10,65, in totaal € 42,
  2. Daarnaast wordt aan betrokkene voor de tijd dat hij niet aan het werk was in zijn bedrijf een vergoeding toegekend, zijnde 1 uur arbeid ten bedrage van € 70,-. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 119,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de reis- en verletkosten van betrokkene van € 112,
  3. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
  4. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.