← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7446

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer.: 11346922 \ MB VERZ 24-849 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 23 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] ( [bedrijf] B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: een voertuig parkeren waar dat niet mag (bord E1, parkeerverbod(szone)) op de Overdamstraat te Hulst op 13 augustus 2023 om 16:45 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de beslissing, genomen zonder de eerbiediging van het recht op een hoorzitting, tegen de voorschriften van de Awb indruist. Gemachtigde verwijst naar artikel 7:2 Awb en stelt dat de gelegenheid had moeten worden geboden om gehoord te worden. Voorts verwijst gemachtigde naar artikel 3:2, 3:9 en 3:46 Awb en uitspraak ECLI:NL:GHARL:2022:
  2. Gemachtigde stelt dat het motiveringsbeginsel is geschonden, aangezien een dergelijke onderbouwing mist. Aanvullend verzoekt gemachtigde om een proceskostenvergoeding en wordt aangevoerd dat betrokkene betwist dat hij een verkeersbord van de betreffende zone was gepasseerd. De verklaring van de verbalisant is onvoldoende om aannemelijk te maken dat de bebording ten tijde van de gedraging op de afgelegde route aannemelijk was. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie waaruit blijkt dat bij parkeerverbodszones aangetoond moet worden dat op de toegangswegen naar deze zones de vereiste bebording aanwezig was. De aanwezigheid van de verbalisant op de pleeglocatie doet daar niets aan af, gezien het feit dat zoneborden op meerdere toegangswegen geplaatst zijn en betrokkene een route heeft afgelegd voor het bereiken van de pleeglocatie waarvan de aanwezigheid van de bebording via deze toegangsweg niet aannemelijk is gemaakt. Om die reden dient de aanwezigheid van de bebording te worden aangetoond middels schouwrapporten die voldoen aan de eisen. Aanvullend stelt gemachtigde dat betrokkene ontkent de bebording te zijn gepasseerd. Op basis van het overzichtsarrest dient de aanwezigheid van bord E1 vast te staan. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Gelet op het aanvullend proces-verbaal van de verbalisant kan de gedraging worden vastgesteld. Wat betreft de bebording was de verbalisant fysiek aanwezig, waardoor volgens de jurisprudentie van het hof ervan uit kan worden gegaan dat de bebording door de verbalisant is gecontroleerd. Wel is de hoorplicht geschonden, waardoor de boete met 25% gematigd dient te worden. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Bij incidentele controles wordt er volgens vaste rechtspraak van uitgegaan dat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van bebording controleert. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om daar in dit geval anders over te denken en verwerpt de stelling van gemachtigde dat deugdelijke bebording ontbrak. De boete is dus terecht opgelegd. Schending hoorplicht Betrokkene heeft via een gemachtigde beroep aangetekend bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de gemachtigde en betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om te worden gehoord. Dit is in strijd met de wet, omdat niet is voldaan aan de wettelijke voorwaarden om van horen af te zien. Volgens vaste rechtspraak dient dit te leiden tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep. Het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep is om die reden gegrond. De kantonrechter ziet verder reden de boete met 25% te matigen, omdat betrokkene ten onrechte niet is gehoord. Het beroep tegen de inleidende beschikking is gelet hierop gedeeltelijk gegrond en die beschikking zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Proceskostenvergoeding Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten van de kantonfase, aangezien geen sprake is van een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid, zodat de kosten, gemaakt in het administratief beroep, niet voor vergoeding in aanmerking komen (zie ECLI:NL:GHARL:2025:2852). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 82,50, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 27,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,
  3. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
  4. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.