← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7448

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer : 11347199 \ MB VERZ 24-855 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 23 juli 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 23 juli

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: parkeren op parkeerplaats vergunninghouders (bord E9) zonder vergunning voor dat voertuig op de Commandoweg te Vlissingen op 22 oktober 2023 om 15:06 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht, aangezien er geen borden stonden. Betrokkene is teruggelopen naar de kruising tussen de Koningsweg en de Commandoweg, maar ook daar stonden geen borden. Betrokkene kwam ook aangereden vanuit de Koningsweg, maar zag tijdens het aanrijden ook geen bebording. Gemachtigde heeft hieraan toegevoegd dat betrokkene niet langs een E9 bord is gereden. Gemachtigde verwijst voor de gereden route naar de producties. Uit art. 62 RVV1990 volgt dat weggebruikers verplicht zijn gevolg te geven aan de verkeerstekens die een gebod of verbod inhouden. Echter, verkeersdeelnemers kunnen zich onvoldoende vergewissen van de verkeerssituatie indien slechts de achterzijde van een verkeersbord zichtbaar is. Gemachtigde verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Nu betrokkene een route heeft gereden waarbij slechts de achterzijde van het E9 bord zichtbaar was, heeft betrokkene de vermeende gedraging niet verricht. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De zittingsvertegenwoordiger ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant was fysiek aanwezig. Uit uitspraak ECLI:NL:GHARL:2023:10447 volgt dat er van uit kan worden gegaan dat de verbalisant de bebording heeft gecontroleerd, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat dit niet zo is. Ook is de rijroute niet onderbouwd. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Bij incidentele controles wordt er volgens vaste rechtspraak van uitgegaan dat de verbalisant voorafgaand aan de controle de aanwezigheid van bebording controleert. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om daar in dit geval anders over te denken en verwerpt de stelling van gemachtigde dat deugdelijke bebording ontbrak. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep ongegrond; ‒ wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 23 juli
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.