RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 11322519 \ MB VERZ 24-1294 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 1 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. B. de Jong (Skandara B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 augustus
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: geen dim of groot licht voeren, bij dag bij slecht zicht (motorvoertuig (+ aanhangwagen), bromfiets, snorfiets of gehandicaptenvoertuig) op de Graaf Engelbertlaan te Breda op 1 april 2023 om 12:17 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Het zicht was niet dusdanig slecht dat verlichting gevoerd moest worden. Ook heeft betrokkene niet met het voertuig gereden. Uit de verklaring van de verbalisant blijkt niet dat betrokkene met het voertuig heeft gereden. Ook na een aanvullende toelichting van de verbalisant is dit niet vast komen te staan. Op basis van de beschikbare gegevens komt de verweten gedraging niet vast te staan. Ook is de redelijke termijn overschreden, waardoor subsidiair verzocht wordt om de boete met 25% te matigen. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat voor het opleggen van de boete noodzakelijk is dat sprake is van slecht zicht en niet per se slecht weer. De verbalisant heeft het de hele tijd over het slechte weer, maar niet over het slechte zicht. Daaruit is niet op te maken dat het zicht dusdanig slecht was dat verlichting gevoerd moest worden, waardoor de gedraging niet kan worden vastgesteld. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren, omdat er te veel vragen zijn over wat de verbalisant heeft verklaard in het zaakoverzicht. Gelet op de pleegdatum ziet de zittingsvertegenwoordiger geen aanleiding om een aanvullend proces-verbaal op te vragen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het dossier onduidelijkheden bevat die aanleiding geven tot twijfel. Nu deze onduidelijkheden niet zijn weggenomen, ziet de kantonrechter aanleiding om betrokkene het voordeel van de twijfel te geven. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 € 1.230,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 169,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,
- Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus
- Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: