RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer : 11292315 \ MB VERZ 24-1194 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 1 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] ( [bedrijf] ) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 augustus
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: van rijstrook wisselen zonder het andere verkeer voor te laten gaan op de Rijksweg (A27) te Breda op 11 april 2023 om 19:50 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Ook is niet duidelijk waarom de verbalisant onderaan de afrit de bestuurder niet heeft kunnen aanspreken. Ook al reed de verbalisant in een voertuig zonder stoptransparant is dat alsnog mogelijk. Betrokkene blijft erbij dat de agent gepikeerd lijkt over het feit dat betrokkene ging voegen voor hem terwijl er achter hem ook plek was. Voorts is de hoorplicht geschonden. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant is in het aanvullend proces-verbaal niet ingegaan over de staandehouding. Het enkel aangeven dat er geen middelen zijn is onvoldoende. Vanwege de pleegdatum is er ook geen aanleiding voor een aanhouding. Overwegingen Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van de staandehouding omdat geen stopbord aanwezig was. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze verklaring te summier en dus geen gegronde reden om van staandehouding af te zien. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 € 777,00 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van €
- Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus
- Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: