← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7484

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/437862 / JE RK 25-1333 (regulier) C/02/438939 / JE RK 25-1513 (spoed & regulier) Datum uitspraak: 22 augustus 2025 Beschikking van de kinderrechter over een (spoed)machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats], advocaat mr. J. Looman uit Wassenaar, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 19 augustus 2025, met alle daarin genoemde stukken. 1.
  2. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 22 augustus
  3. Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.
  4. De moeder en de vader zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen. 2De feiten 2.
  5. De moeder en de vader zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.
  6. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 februari 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld van 18 februari 2025 tot 8 januari 2026 en heeft een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 8 januari
  7. 2.
  8. Door de GI is op 16 juli 2025 verzocht om een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de oma moederszijde en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. 2.
  9. Bij beschikking van 19 augustus 2025 heeft de kinderrechter een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 19 augustus 2025 tot 2 september
  10. Het overige deel van de spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder is aangehouden. 2.
  11. [minderjarige] verblijft momenteel op basis van voornoemde spoedmachtiging in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. 3Het verzoek In de zaak met kenmerk: C/02/437862 / JE RK 25-1333 3.
  12. De GI verzoekt een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de oma moederszijde en aansluitend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. In de zaak met kenmerk: C/02/438939 / JE RK 25-1513 3.
  13. Aan de orde is het resterende deel van het verzoek van de GI om een spoedmachtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, te weten met ingang van 2 september 2025 tot 16 september
  14. 3.
  15. Tevens is aan de orde het verzoek van de GI om een machtiging te verlenen tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. 3.
  16. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten De GI 4.
  17. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. De afgelopen periode is er veel gebeurd. Na uitspraken over seksueel grensoverschrijdend gedrag door de vader is [minderjarige] in februari op [behandelgroep] in [plaats] geplaatst. In deze periode was er tijdelijk geen contact met beide ouders. In april is het contact met hen weer hersteld. In overleg met de ouders is vervolgens besloten dat [minderjarige] in juni zou terugkeren naar huis, omdat haar motivatie voor behandeling wegviel en de behandeling daarom niet meer op gang kwam. Kort na haar terugkeer beëindigden de ouders hun relatie. Eind juni liep [minderjarige] weg na ruzie met haar moeder. Zij ging bij haar oma wonen, met strikte afspraken. Halverwege augustus kwam hier echter een einde aan: oma werd opgenomen in het ziekenhuis, en [minderjarige] hield zich niet aan de gemaakte afspraken. Omdat het netwerk van [minderjarige] uitgeput raakte en zij dreigde op straat te belanden, is een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing verzocht. 4.
  18. Op dit moment verblijft [minderjarige] op een crisisgroep van Sterk Huis. Er zijn veel zorgen over haar ontwikkeling en gedrag. Ze verblijft wel op de groep en is bereikbaar, maar houdt zich niet aan afspraken, vertoont erg zelfbepalend gedrag en is moeilijk te sturen. De GI maakt zich daarnaast zorgen over haar contacten en de situaties waarin [minderjarige] terechtkomt, omdat er niet altijd goed zicht is op waar zij verblijft. Zo is zij van plan om te overnachten in een hotel, terwijl zij daar geen toestemming voor heeft. 4.
  19. Aanstaande dinsdag vindt er een gesprek plaats met Sterk Huis, de GI en [minderjarige] om te kijken naar de mogelijkheden voor de langere termijn. [minderjarige] geeft aan graag bij haar vader te willen wonen, maar hij heeft momenteel geen vaste woon-of verblijfplaats en er zijn zorgen over zijn situatie. Duidelijk is dat [minderjarige] niet terug naar de moeder wil en kan, waardoor een plaatsing bij Sterk Huis noodzakelijk blijft. Het plan voor de komende periode is om [minderjarige] een passende vorm van behandeling aan te bieden en toe te werken naar een vorm van zelfstandigheid. Op dit moment ontbreekt echter de motivatie van [minderjarige] om hieraan mee te werken. De GI maakt zich zorgen over haar ontwikkeling en onderzoekt wat [minderjarige] wél zou willen, in de hoop dat dit de meeste kans van slagen biedt. Tegelijkertijd wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat een gesloten plaatsing alsnog noodzakelijk is. De moeder 4.
  20. Door de advocaat van de moeder is het volgende aangegeven. De situatie rondom [minderjarige] is complex en de moeder maakt zich veel zorgen over haar gedrag. [minderjarige] liegt vaak en wil vooral haar eigen gang gaan. Daarnaast is de moeder ongerust over het blowen, het gebruik van alcohol, en merkt ze dat [minderjarige] vooral wil uitgaan. De moeder staat niet achter een plaatsing van [minderjarige] bij de vader, omdat hij haar teveel vrijheid geeft en haar gedrag toestaat. De moeder is van mening dat een gesloten plaatsing beter is, zodat [minderjarige] daar de juiste hulp en behandeling kan krijgen. Ook vindt zij het belangrijk dat [minderjarige] beschermd is tegen de negatieve invloeden van buiten. Binnen een open setting verwacht de moeder dat [minderjarige] haar eigen plan blijft trekken en dat begeleiding en behandeling daardoor weinig effect zal hebben. 5De beoordeling In de zaak met kenmerk: C/02/437862 / JE RK 25-1333 5.
  21. In afwachting de behandeling van het verzoek heeft zich in de tussen gelegen periode een spoedsituatie voorgedaan, waarbij er een spoedverzoek is ingediend met daarbij ook een aansluitend regulier verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder. 5.
  22. Gelet op het voorgaande heeft de GI het verzoek tijdens de zitting van 22 augustus 2025 ingetrokken. Aan een inhoudelijke beoordeling komt de kinderrechter niet meer toe. Dit leidt ertoe dat het verzoek zal worden afgewezen. In de zaak met kenmerk: C/02/438939 / JE RK 25-1513 Spoedverzoek 5.
  23. Dan is thans nog aan de orde het spoedverzoek tot machtiging uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder van 19 augustus
  24. 5.
  25. De kinderrechter dient, na het horen van de betrokkenen, te beoordelen of zich feiten en/of omstandigheden voordoen die er toe moeten leiden dat de spoedbeslissing van 19 augustus 2025 moet worden herroepen. 5.
  26. Bij voornoemde beschikking is er een spoedmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verleend met ingang van 19 augustus 2025 tot 2 september
  27. Deze beslissing is gegeven zonder daaraan voorafgaand horen van partijen. Het verzoek is verder aangehouden tot de zitting van 22 augustus
  28. Tijdens die zitting zijn partijen in de gelegenheid gesteld om hun zienswijzen kenbaar te maken. Naar aanleiding daarvan is naar het oordeel van de kinderrechter niet gebleken dat er sprake is van nieuwe feiten en/of omstandigheden die maken dat de beslissing van 19 augustus 2025 zou moeten worden herroepen. 5.
  29. Nu de kinderrechter hierna zal beslissen op het reguliere verzoek om een machtiging tot uithuisplaatsing, zal zij het resterende deel van het verzoek om een spoedmachtiging te verlenen afwijzen. Regulier verzoek 5.
  30. Op grond van artikel 1:265b lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 5.
  31. Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. [minderjarige] verblijft sinds 19 augustus 2025 op een crisisgroep van Sterk Huis. In de periode voorafgaand aan deze plaatsing is er veel gebeurd, en er zijn aanzienlijke zorgen over [minderjarige] en haar gedrag. [minderjarige] laat sterk zelfbepalend gedrag zien, is moeilijk te sturen en houdt zich niet aan afspraken. Er is onvoldoende zicht op haar contacten en op de situaties waarin zij terechtkomt. De kinderrechter vindt het daarnaast zorgelijk dat [minderjarige] eerder uitspraken heeft gedaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag door haar vader – waarvoor zij ook op [behandelgroep] is geplaatst – terwijl zij nu aangeeft graag bij haar vader te willen wonen. Zowel verblijf bij de moeder als bij de vader is op dit moment geen optie, en ook het netwerk van [minderjarige] is uitgeput. Een machtiging tot uithuisplaatsing is daarom noodzakelijk. 5.
  32. Voor de komende periode is het plan om een passende vorm van behandeling te starten en toe te werken naar zelfstandigheid. Tot nu toe ontbreekt echter de motivatie bij [minderjarige] voor behandeling. De kinderrechter spreekt grote zorgen uit over de situatie en het (mentale) welbevinden van [minderjarige]. Tijdens de zitting is benadrukt dat het op deze manier niet veel langer kan doorgaan en dat er grenzen zijn aan het zelfbepalende gedrag van [minderjarige]. Het kan niet zo zijn dat de wensen van [minderjarige] over waar zij op dat moment wil verblijven telkens worden gevolgd door de GI. Tot nu toe is het in het vrijwillig kader niet gelukt om behandeling goed van de grond te krijgen. Het is van belang dat [minderjarige] zo spoedig mogelijk daadwerkelijk start met behandeling en op een goede manier leert omgaan met vrijheden. De kinderrechter is van oordeel dat op korte termijn moet worden beoordeeld of een open setting [minderjarige] voldoende bescherming, structuur en veiligheid kan bieden, of dat een gesloten plaatsing daarvoor noodzakelijk is. 5.
  33. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
  34. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: In de zaak met kenmerk: C/02/437862 / JE RK 25-1333 6.
  35. wijst het verzoek af; In de zaak met kenmerk: C/02/438939 / JE RK 25-1513 6.
  36. wijst het resterende deel van het spoedverzoek van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder af; 6.
  37. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 22 augustus 2025 tot 8 januari 2026; 6.
  38. verklaart de beslissing onder r.o. 6.3 uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 28 augustus
  39. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.