RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11261013 \ MB VERZ 24-630 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 29 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 29 augustus
- Namens de officier van justitie, werkzaam bij het CVOM te Utrecht (hierna: zittingsvertegenwoordiger), is wegens verhindering niemand verschenen. In plaats daarvan is schriftelijk een standpunt ingenomen. Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: rechts inhalen waar dat verboden is op de Bredasebaan (A58) te Rucphen op 4 februari 2023 om 19:56 uur Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is van mening dat hij niet rechts heeft ingehaald. Betrokkene reed naast de verbalisant, waarna zij na 19:00 hun snelheid van 100 km per uur verhoogde. De verbalisant stopte echter rond 120 km per uur, waardoor betrokkene met zijn snelheid van 130 km per uur langs het voertuig ging. Betrokkene was meer bezig met het letten op het niet overschrijden van de maximumsnelheid. Het is dus niet zo dat betrokkene via de rechterrijbaan de linker rijbaan voorbijging. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Betrokkene stelt dat er een voertuig naast hem reed die de snelheid verhoogde vanwege het tijdstip. Hij trok ook op maar was vooral bezig met het opletten niet te hard te rijden en ging hierdoor per ongeluk via rechts voorbij het voertuig. Het is aan betrokkene om alert te zijn in het verkeer en de verkeersregels op te volgen. Dat de gedraging niet bewust is begaan is niet relevant. Op basis van de genoemde omstandigheden ziet de zittingsvertegenwoordiger geen aanleiding tot matiging van de boete. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor verzocht wordt om de boete met 25% te matigen. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat de kantonrechter voldoende aannemelijk acht dat sprake was van ongelijkmatig optrekken en niet van rechts inhalen. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 259,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 29 augustus
- Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending: