← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7518

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/436679 / JE RK 25-1106 Datum uitspraak: 14 augustus 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Regio Zuidwest Nederland, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2018 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats 1] , advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats 2] , advocaat mr. A. Mudde-Zeevaart te Tilburg. De kinderrechter merkt als informant aan: STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI). 1Het (verdere) verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: de in deze zaak gegeven beschikking van 31 juli 2025 en de daarin genoemde stukken; het bericht van de Raad, ontvangen op 6 augustus
  2. 2De feiten 2.
  3. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  4. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 3Het verzoek 3.
  5. Aan de orde is het verzoek van de Raad om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De (nadere) beoordeling 4.
  6. Bij beschikking van 31 juli 2025 is het verzoek van de Raad om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar aangehouden, in afwachting van bericht van de Raad. Daarbij is de Raad verzocht na te gaan of het Leger des Heils beschikbaar is als gecertificeerde instelling. Op 6 augustus 2025 heeft de Raad bericht dat dit niet het geval is. 4.
  7. Zoals uit de beschikking van 31 juli 2025 blijkt, is er sprake van een zeer zorgelijke situatie. De ouders van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zijn sinds 2023 uit elkaar. Bij beschikking van deze rechtbank van 12 december 2024 is een voorlopige zorgregeling vastgesteld. In april 2025 heeft er een incident plaatsgevonden tussen [minderjarige 1] en de vader. Hierna is de zorgregeling niet langer nageleefd en is het contact tussen de vader en de kinderen gestopt. Hoewel er nadien twee contactmomenten met de vader hebben plaatsgevonden, is het contact daarna niet meer van de grond gekomen. De kinderen groeien al geruime tijd op in een gespannen thuissituatie. De verstandhouding tussen de ouders is ernstig verstoord en zij slagen er niet in om met elkaar afspraken te maken over wat de kinderen nodig hebben. De kinderen worden structureel belast door deze situatie. Er dienen op korte termijn structurele en blijvende veranderingen plaats te gaan vinden als het gaat om het wegnemen van de ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . Er moet snel gewerkt gaan worden aan het opbouwen van het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De ouders hebben tijdens de zitting aangegeven achter het verzoek tot ondertoezichtstelling te staan en zich te kunnen vinden in de gestelde doelen. 4.
  8. Al uit het voorgaande blijkt dat er voldaan wordt aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling. De kinderrechter zal het, onweersproken, verzoek van de Raad dan ook toewijzen. De kinderrechter zal de Stichting Jeugdbescherming Brabant benoemen als gecertificeerde instelling, in de verwachting dat zij de zaak met spoed zal oppakken. De kinderrechter beschouwt deze zaak als een code roodzaak, waarin snel handelen noodzakelijk is. 4.
  9. De komende periode dient er door de GI en de ouders gewerkt te worden aan onder meer de volgende doelen: [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren een onbelast, prettig en veilig contact met hun beide ouders; [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren dat zij van beide ouders mogen houden; [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren vanuit de ouders dat zij volwassen problemen onderling oplossen en dat zij hen niet belasten met problemen of met negatieve uitspraken over de andere ouder of met emoties die hen negatief beïnvloeden ten aanzien van hun ouders; [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ervaren duidelijkheid en voorspelbaarheid over de afspraken en de zorgregeling en kunnen erop rekenen dat hun ouders afspraken nakomen en dat zij emotionele toestemming geven om het bij de andere ouder fijn te hebben; De ouders houden elkaar op een passende manier op de hoogte van bijzonderheden rondom [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en hun ontwikkeling. 4.
  10. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling uitspreken voor de duur van negen maanden, met ingang van 14 augustus 2025 tot 14 mei
  11. Het resterende deel van het verzoek zal worden aangehouden tot een nader te bepalen dag en tijdstip waarop de zitting wordt voortgezet – met inachtneming van eventuele verhinderdata van de advocaten – zodat er sprake zal zijn van een tussentijds toetsmoment. Aangezien het zittingsrooster van de rechtbank voor de maand mei 2026 op dit moment nog niet beschikbaar is, zal de kinderrechter het resterende deel van het verzoek pro forma aanhouden tot de hierna te noemen datum, waarna de dag en het tijdstip van de nadere zitting zal worden bepaald. Daarbij zal het resterende deel van het verzoek gelijktijdig worden behandeld met de zitting rondom de (definitieve) zorgregeling (met het zaaknummer C/02/411552 / FA RK 23-3204). 4.
  12. De kinderrechter verzoekt aan de GI om uiterlijk twee weken voorafgaand aan de hierna genoemde pro forma datum schriftelijk verslag uit te brengen over de actuele stand van zaken en daarbij haar standpunt kenbaar te maken over het resterende deel van het verzoek. 4.
  13. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 4.
  14. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 5De beslissing De kinderrechter: 5.
  15. stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van de Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg , met ingang van 14 augustus 2025 tot 14 mei
  16. 5.
  17. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  18. houdt het resterende deel van het verzoek aan tot dinsdag 14 april 2026 PRO FORMA, waarna de griffier van de rechtbank – met inachtneming van eventuele verhinderdata van de advocaten en de afloopdatum van de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] – een dag en tijdstip zal plannen begin mei 2026 waarop het resterende deel van het verzoek nader mondeling zal worden behandeld (gelijktijdig met de nadere mondelinge behandeling van het verzoek tot vaststelling van de (definitieve) zorgregeling met het zaaknummer: C/02/411552 / FA RK 23-3204; 5.
  19. bepaalt dat de ouders, hun advocaten, de GI en de Raad tijdig zullen worden opgeroepen voor de nader te bepalen zitting; 5.
  20. verzoekt de GI om uiterlijk twee weken voorafgaand aan de voornoemde pro forma datum schriftelijk verslag uit te brengen over de actuele stand van zaken en haar standpunt over het resterende deel van het verzoek, zoals hiervoor is overwogen; 5.
  21. behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2025, in tegenwoordigheid van mr. Van Krieken, griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.