RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/436246 / JE RK 25-1023 Datum uitspraak: 30 juli 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2024 in [geboorteplaats], hierna te noemen [minderjarige]. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [woonplaats], advocaat mr. J. Nederlof te Tilburg. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 juni
- 1.
- De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 30 juli
- Daarbij waren aanwezig: - de advocaat van de moeder; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.
- De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige]. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 31 oktober 2024 [minderjarige] onder toezicht gesteld met ingang van 31 oktober 2024 tot 31 juli
- 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 20 mei 2025 de machtiging verlengd [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 20 mei 2025 tot 31 juli
- 2.
- [minderjarige] verblijft op basis van voornoemde machtiging onder 2.3.in een pleeggezin. 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van zes maanden. De GI verzoekt daarnaast om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- Als onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] is als ongeboren baby onder toezicht gesteld en direct na zijn geboorte uit huis geplaatst. Deze maatregelen zijn genomen vanwege ernstige zorgen over de situatie van de moeder. Deze zorgen zijn nog steeds aanwezig. De moeder gebruikt op dit moment cocaïne en er zijn zorgen over haar eerdere relatie met [naam 1], de vermoedelijke biologische vader van [minderjarige]. Deze relatie werd gekenmerkt door afhankelijk, harddrugsgebruik en door huiselijk geweld. In mei 2025 heeft de politie een melding gedaan bij Veilig Thuis vanwege mogelijk huiselijk geweld. De relatie met [naam 1] is inmiddels beëindigd en de moeder richt zich nu op haar herstel en op haar ontwikkeling. Zij heeft zich aangemeld bij Novadic Kentron en bij de GGZ. Over het biologisch vaderschap van [naam 1] bestaat nog onduidelijkheid. De moeder twijfelt hier niet aan maar [naam 1] weigert tot op de dag van vandaag om zijn medewerking te verlenen aan een DNA-test. Hij lijkt inmiddels wel overtuigd dat hij de biologische vader is. De samenwerking met [naam 1] verloopt moeizaam. Hij is dreigend richting de jeugdbeschermers en heeft ook gedreigd om [minderjarige] mee te nemen. 4.
- De GI heeft met de moeder gesproken over een opname bij [locatie] (Verslavingszorg) omdat de GI van mening is dat deze stap noodzakelijk is om te kunnen toewerken naar een eventuele thuisplaatsing van [minderjarige] bij de moeder. Aanvankelijk stond de moeder hier niet voor open maar inmiddels heeft zij aangegeven deze stap te willen zetten. Zij heeft een intakegesprek gehad bij [locatie] en naar verwachting kan zij daar na de zomervakantie worden opgenomen. [minderjarige] verblijft op dit moment in een kortverblijf pleeggezin. De pleegouders hebben aangegeven dat [minderjarige] voorlopig bij hen kan blijven wonen, zodat er ruimte is om zorgvuldig te werken aan het bepalen van een duurzaam perspectief voor [minderjarige]. De GI had in eerste instantie een aanvaardbare termijn van ongeveer zes maanden ingeschat. Nu [minderjarige] langer in het huidige pleeggezin kan blijven en de moeder kleine stappen vooruit lijkt te zetten, schat de GI de aanvaardbare termijn iets langer in. De komende periode zal worden benut om het perspectief van [minderjarige] zorgvuldig te bepalen met hopelijk als resultaat dat hij veilig thuisgeplaatst kan worden bij de moeder. De komende tijd is nog afstemming nodig tussen de moeder, de begeleiding van [hulpverlening], GGZ ([team]) en de jeugdbeschermer om de opname van de moeder bij [locatie] op een zorgvuldige manier vorm te geven. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI om de verlenging van de ondertoezichtstelling en van de machtiging tot uithuisplaatsing. 4.
- Namens de moeder is, samengevat, aangegeven dat zij zich niet verzet tegen de verzoeken van de GI. De moeder gaat binnenkort starten bij [locatie]. Dit heeft voor haar prioriteit omdat zij inziet dat deze behandeling nodig is om een goede moeder voor [minderjarige] te kunnen zijn. Zij wil er alles aan doen om ervoor te zorgen dat [minderjarige] bij haar kan komen wonen. 5De beoordeling Wettelijk kader 5.
- Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.
- Ingevolge artikel 1:260 lid 1 BW kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar. 5.
- Op basis van artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 5.
- Op grond van artikel 1:265c lid 2 BW kan de rechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:265b lid 1 BW is voldaan, de duur van de machtiging uithuisplaatsing telkens verlengen met ten hoogste een jaar. Inhoudelijke beoordeling 5.
- De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom. 5.
- Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt het volgende. 5.
- [minderjarige] is als ongeboren baby onder toezicht gesteld en direct na zijn geboorte uit huis geplaatst vanwege ernstige zorgen over de situatie van de moeder. Er zijn zorgen over het cocaïnegebruik van de moeder, en daarnaast over de relatie met [naam 1], de vermoedelijke biologische vader van [minderjarige]. De relatie tussen de moeder en de vermoedelijke vader van [minderjarige] is inmiddels beëindigd maar desondanks blijven er zorgen bestaan. De relatie tussen de moeder en [naam 1] werd namelijk gekenmerkt door afhankelijk harddrugsgebruik en door huiselijk geweld, wat heeft geleid tot erg onveilige situaties. De vermoedelijke vader is tot op de dag van vandaag niet bereid om een DNA-onderzoek uit te laten voeren. Daarnaast is hij in het contact met de GI zeer dreigend en heeft hij onder meer gedreigd met kinderontvoering. 5.
- De moeder heeft aangegeven definitief afstand te hebben genomen van deze relatie en richt zich nu op haar herstel en behandeling. Zij wil zich voor 100% inzetten om haar situatie te verbeteren. De moeder heeft toegezegd mee te willen werken aan de behandeling bij [locatie]; de intake daar heeft inmiddels plaatsgevonden. Daarnaast is zij aangemeld bij Novadic Kentron en krijgt zij hulp vanuit de GGZ. De kinderrechter complimenteert de moeder met de stappen die zij tot nu toe heeft gezet. Het is van groot belang dat zij op deze weg doorgaat om tot een daadwerkelijke verandering van de situatie te kunnen komen. 5.
- Ondanks deze positieve ontwikkeling blijft [minderjarige] in zijn ontwikkeling bedreigd. De zorgen over de vermoedelijke vader en over de huidige situatie maken dat een terugkeer naar huis op dit moment niet veilig en ook niet verantwoord is. Daarnaast moet het verdere verloop van de behandeling van de moeder gevolgd worden. Op basis daarvan zal toegewerkt worden naar een zorgvuldig en duurzaam perspectief voor [minderjarige]. 5.
- De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds noodzakelelijk. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter acht een termijn van zes maanden passend, zodat over deze periode de voortgang gemonitord en geëvalueerd kan worden. 5.
- Binnen de ondertoezichtstelling dient (verder) gewerkt te worden aan de volgende doelen: [minderjarige] ontwikkelt zich goed en dit wordt gevolgd door de GI; [minderjarige] verblijft in een veilige en stabiele thuissituatie waarin hij kan rekenen op een volwassene die hem voorziet in de fysieke en emotionele zorg die een kind nodig heeft; [minderjarige] heeft een onbelast contact met beide ouders en met broer [naam 2]; Indien uit het DNA-onderzoek blijkt dat [naam 1] daadwerkelijk de biologische vader is, wordt onderzocht op welke wijze er contact tussen [naam 1] en [minderjarige] mogelijk en wenselijk is; De moeder gaat de behandeling bij [locatie] aan. De GI volgt haar inzet en voortgang, met als doel te bekijken of het contact met [minderjarige] uitgebreid kan worden en of een mogelijke thuisplaatsing bij de moeder haalbaar is. 5.
- De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 31 juli 2025 tot 31 juli 2026; 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg met ingang van 31 juli 2025 tot 31 januari 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2025 door mr. Bogaert, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 13 augustus
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.