← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7522

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/437128 / JE RK 25-1182 Datum uitspraak: 7 augustus 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE HILVARENBEEK, namens deze ingediend door het college van burgermeester en wethouders van de gemeente Tilburg, zetelende te Tilburg, hierna te noemen het college, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. L.C.W. Wingens te Tilburg. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] , voornoemd, [de oma] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen de oma. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 juni 2025; de instemmende verklaring van de onafhankelijke gedragswetenschapper, van 2 juli 2025; het e-mailbericht van het college van 9 juli
  2. 1.
  3. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 30 juli
  4. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] , die ook apart is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat, de oma, twee vertegenwoordigster namens het college. 1.
  5. Aan mevr. [naam 1] , begeleidster vanuit [begeleiding] , en aan de heer [naam 2] , gedragsdeskundige van [begeleiding] is bijzondere toegang verleend om de zitting bij te wonen. 2De feiten 2.
  6. Bij beschikking van 23 juli 2020 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van oma moederzijde. 2.
  7. [minderjarige] verblijft op een crisisgroep van [begeleiding] in [plaats 1] . 3Het verzoek 3.
  8. Het college verzoekt om een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 3.
  9. De voogd (oma moederszijde) stemt in met het verblijf in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. 4De standpunten 4.
  10. Ter onderbouwing van het verzoek voert het college, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] verblijft momenteel op een crisisgroep van [begeleiding] in [plaats 1] . Voorafgaand daaraan verbleef hij op een woongroep van [begeleiding] in [plaats 1] en op een behandelgroep van Sterk Huis in [plaats 2] . De zorgen over [minderjarige] zijn groot. [minderjarige] is een laagbegaafde jongen met ADHD en hij heeft een zeer belast verleden. Zijn oma is zijn voogdes en zij draagt de zorg voor hem. [minderjarige] heeft veel meegemaakt in het verleden. Daarnaast is hij erg kwetsbaar en beïnvloedbaar en kan hij zijn eigen aandeel in situaties vaak niet inzien. Er bestaan zorgen over mogelijk middelengebruik. Er zijn daarnaast zorgen over zijn contacten buiten de deur en filmpjes op zijn telefoon, die wijzen op grensoverschrijdend en agressief gedrag. Hij veroorzaakt met zijn gedrag zowel onveiligheid voor zichzelf als voor anderen in zijn omgeving. [minderjarige] verlaat regelmatig de groep en is hij dan enige tijd onvindbaar voor de begeleiding. Hij is betrokken geraakt bij meerdere vechtpartijen. Sinds zijn verwijdering van school in verband met agressie volgt [minderjarige] geen onderwijs meer. [minderjarige] was met dagbesteding aan het werk om op [VSO] toegelaten te worden. [VSO] had nog geen plek beschikbaar voor [minderjarige] . Het wachten hierop heeft lang geduurd, waardoor [minderjarige] de motivatie hiervoor is verloren en waardoor hij minder vaak naar zijn dagbesteding ging. 4.
  11. De huidige crisisplaatsing biedt op dit moment onvoldoende stabiliteit voor [minderjarige] en zorgt voor onrust bij hem. Een voorlopige gesloten plaatsing is noodzakelijk om [minderjarige] te beschermen tegen zichzelf en zijn omgeving. Vanuit een gesloten setting kan gekeken worden naar een perspectief biedende en passende plek voor [minderjarige] . In het vrijwillig kader is de verwachting dat [minderjarige] zijn huidige gedrag zal voortzetten, hij zich zal blijven onttrekken aan zorg en behandeling en dat hij zich verder het criminele pad op zal begeven. [minderjarige] is op dit moment niet te sturen in zijn gedrag. Ook zijn oma geeft aan de grip op hem te zijn verloren. Het is belangrijk dat [minderjarige] perspectief krijgt op het gebied van dagbesteding en onderwijs. Daarnaast is het van belang dat [minderjarige] behandeling krijgt, gericht op het verwerken van zijn verleden. Als er hier samen met [minderjarige] aan wordt gewerkt, kan er mogelijk worden toegewerkt naar een minder ingrijpende vorm van jeugdhulp, waarbij de juiste ondersteuning, hulp en duidelijke kaders aan hem kunnen worden geboden. Gelet op het voorgaande verzoekt het college om een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. 4.
  12. Door en namens [minderjarige] is aangevoerd dat het verzoek dient te worden afgewezen. [minderjarige] geeft aan dat hij zich niet herkent in de zorgen die worden genoemd. Volgens hem kloppen deze zorgen niet en worden er veel onjuiste dingen over hem verteld. Hij zit niet op het criminele pad en hij staat niet op de filmpjes op zijn telefoon. Een gesloten plaatsing is een ingrijpende maatregel. Er moet eerst gekeken worden naar andere mogelijkheden. Op dit moment loopt er een onderzoek om te bepalen wat een passende plek voor [minderjarige] zou zijn. De uitkomsten daarvan zijn nog niet bekend. [minderjarige] zelf denkt dat het belangrijk is dat hij uit zijn huidige omgeving wordt gehaald omdat daar risicofactoren aanwezig zijn, die hem negatief kunnen beïnvloeden. Hij geeft aan dat hij vanuit een nieuwe omgeving graag wil werken aan zijn toekomst. Dagbesteding en onderwijs zijn daarbij belangrijk. [minderjarige] staat open voor hulp, bijvoorbeeld via [hulpverlening] , en heeft duidelijke doelen voor zichzelf zoals het behalen van een diploma en later een goede baan. Hij wil graag op een fijne open groep wonen. Een gesloten plaatsing ziet hij absoluut niet zitten. Hij is bang dat hij daar zijn boosheid gaat opkroppen omdat er daar geen mogelijkheid is om even uit de omgeving te gaan. Daarnaast hoort hij veel negatieve verhalen over gesloten groepen. Gelet op het voorgaande verzoekt [minderjarige] om het verzoek af te wijzen. 4.
  13. De oma heeft, samengevat, aangegeven dat zij instemt met het verzoek van het college. [minderjarige] maakt op dit moment te vaak verkeerde keuzes en laat steeds vaker agressief gedrag zien. Het vrijwillig kader is onvoldoende steunend voor [minderjarige] ; niemand kan hem op dit moment in zijn gedrag begrenzen of bijsturen. Er is al veel geprobeerd en er zijn al veel gesprekken gevoerd met [minderjarige] maar zonder resultaat. [minderjarige] heeft intensieve en passende ondersteuning nodig, binnen een gesloten setting waar hem structuur, begeleiding en veiligheid geboden kunnen worden. Daar kan hij onderwijs volgen en werken aan een toekomstperspectief, bijvoorbeeld richting werk of dagbesteding. Een opname binnen een gesloten setting is hiervoor naar de mening van de oma noodzakelijk. Zij blijft daarom bij haar eerdere instemming met een gesloten plaatsing. 5De beoordeling 5.
  14. Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet, kan de kinderrechter slechts een machtiging verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven indien naar het oordeel van de kinderrechter: a. jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren;, en b. de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken;. c. er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 5.
  15. Uit de overgelegde stukken en uit hetgeen tijdens de zitting is besproken, blijkt het volgende. [minderjarige] is een jongen die al veel heeft meegemaakt in zijn leven. Er zijn grote zorgen over zijn gedrag. [minderjarige] is kwetsbaar en gemakkelijk te beïnvloeden en hij laat steeds vaker agressief en grensoverschrijdend gedrag zien. Zo is [minderjarige] meerdere keren betrokken geraakt bij vechtpartijen en verlaat hij regelmatig ongezien de groep. [minderjarige] gaat al lange tijd niet naar school en heeft ook geen dagbesteding. 5.
  16. De huidige crisisplek biedt niet de structuur die [minderjarige] nodig heeft. De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat een plaatsing op een open groep onvoldoende bescherming biedt aan [minderjarige] . De zorg bestaat dat [minderjarige] in het vrijwillige kader verder zal afglijden, met name door zijn contacten met personen die een negatieve invloed op hem hebben. Om tot een meer positieve ontwikkeling te komen, is het noodzakelijk dat [minderjarige] structuur, veiligheid en nabijheid ervaart. Een gesloten setting is daarvoor op dit moment het meest passend. Na een periode van stabilisatie kan worden gestart met behandeling, gericht op het verbeteren van zijn emotieregulatie en op het leren omgaan met agressie. Daarnaast is het van belang dat er passende dagbesteding of onderwijs wordt geboden. Het verblijf moet erop gericht zijn dat [minderjarige] leert omgaan met zijn gevoelens en hoe hij daarnaast leert hoe hij op een verantwoorde manier met zijn vrijheden kan omgaan. 5.
  17. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een gesloten plaatsing noodzakelijk is in verband met de ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 5.
  18. De kinderrechter overweegt dat de onafhankelijke gedragswetenschapper die [minderjarige] met het oog op het verzoek kort van tevoren heeft onderzocht instemt met een verblijf voor de duur van zes maanden. De kinderrechter overweegt daarnaast dat de voogdes ook heeft ingestemd met het verzoek. 5.
  19. De kinderrechter zal het college machtigen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden. 5.
  20. Hieronder volgt een overweging gericht tot [minderjarige] . Beste [minderjarige] , Op 30 juli jl. was de zitting, waarbij we het hebben gehad over het verzoek van het college om jou in een gesloten setting te plaatsen voor de duur van zes maanden. Ik heb besloten om het verzoek toe te wijzen. In deze brief wil ik je graag uitleggen waarom ik dat heb gedaan. Jij hebt tijdens de zitting verteld dat veel van de zorgen die over jou worden uitgesproken volgens jou niet kloppen. Ook heb je duidelijk aangegeven dat je absoluut niet naar een gesloten groep wilt. Toch heb ik, na alles wat ik heb gelezen en gehoord, besloten dat een gesloten plaatsing op dit moment voor jou nodig is. Ook al geef jij aan dat sommige zorgen niet kloppen, bij mij zijn er wel degelijk zorgen over hoe het nu met je gaat en over jouw ontwikkeling. Wat voor mij belangrijk is, is dat jij de hulp en begeleiding krijgt die je nodig hebt. Zodat je niet verder in de problemen komt, maar je juist vooruit kunt. Ik vind het belangrijk dat je weer onderwijs en dagbesteding krijgt en dat je hulp krijgt bij het verwerken van wat je hebt meegemaakt. Ook is het belangrijk dat je leert om je emoties te beheersen en dat je verstandig om leert gaan met de vrijheid die je hebt. In een vrijwillige setting lukt het je nu niet goed om je aan de afspraken op de groep te houden en komt je behandeling niet goed op gang. In een gesloten setting is er meer rust, structuur en duidelijkheid. Dat kan je helpen om de komende tijd stappen in de goede richting te zetten en te werken aan je doelen die je graag wilt behalen, zoals het halen van: een diploma en het vinden van een baan. Ik weet dat dit niet de uitkomst is waarop je had gehoopt. Toch hoop ik dat je er het beste van probeert te maken en dat je het een kans geeft. Ik wens je veel goeds toe voor de komende periode. Met vriendelijke groet, De kinderrechter Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  21. verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 7 augustus 2025 tot 7 februari
  22. Deze beschikking is gegeven door mr. Bogaert, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2025, in tegenwoordigheid van mr. Van Krieken, griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.