RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/3672 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 november 2025 in de zaak tussen [eiseres] , uit [plaats] , eiseres (gemachtigde: [gemachtigde] ) en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, het college. Inleiding
- In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op de door haar ingediende schadeclaim. 1.
- Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
- De bestuursrechter is onbevoegd om het beroep te behandelen. Hierna wordt uitgelegd waarom de bestuursrechter onbevoegd is.
- Een belanghebbende kan tegen het niet tijdig nemen van een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Een verzoek om schadevergoeding is echter geen verzoek om een besluit te nemen. Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat dit verzoek aangemerkt moet worden als een kennisgeving aan het bestuursorgaan dat het voornemen bestaat dat een schadeverzoekprocedure zal worden gestart. Dat betekent dat het uitblijven van een reactie van het college op eiseres haar schadeclaim ook niet kan worden gezien als het niet tijdig nemen van een besluit. 3.
- Ten overvloede merkt de rechtbank op dat nu geen sprake is van een aanvraag om een beschikking te nemen, ook geen dwangsommen wegens niet tijdig beslissen kunnen worden verbeurd. Conclusie en gevolgen
- De bestuursrechter zal zich onbevoegd verklaren. Omdat de bestuursrechter kennelijk onbevoegd is, zal het griffierecht aan eiseres worden vergoed. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 13 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit is bepaald in artikel 8:1 in samenhang gelezen met artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb. ECLI:NL:CRVB:2024:
- ECLI:NL:CRVB:2025:1016