← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7668

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/436396 / FA RK 25-2973 Datum uitspraak: 7 november 2025 Beschikking van de rechtbank over de gezagsbeëindiging in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, REGIO ROTTERDAM-DORDRECHT, locatie Rotterdam, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag 1] 2025 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De rechtbank merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, domicilie kiezende te [plaats] , STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Tilburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI). 1Het verloop van de procedure 1.

  1. Het verloop van de procedure bestaat uit de volgende stukken: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 12 juni 2025; het bericht met bijlagen van de Raad van 27 augustus 2025, waaronder het raadsrapport van 26 augustus 2025, de bereidverklaring van de GI van 12 juni 2025 en de rapportage van FIOM voornemen afstand ter adoptie; het bericht van FIOM van 21 oktober
  2. 1.
  3. Oorspronkelijk stond er een zitting gepland op 7 november
  4. Bij brief van 21 oktober 2025 heeft het FIOM de rechtbank laten weten dat de moeder niet naar de zitting zal komen en dat zij akkoord is met het verzoek. 1.
  5. Gelet op voormeld bericht van het FIOM en de inhoud van de overgelegde stukken, heeft de rechtbank besloten de zitting te annuleren en de zaak verder schriftelijk af te doen. De rechtbank acht zich op grond van de stukken voldoende geïnformeerd om op het verzoek te beslissen.
  6. De feiten 2.
  7. Bij beschikking van 11 april 2025 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de GI. 2.
  8. [minderjarige] verblijft, na een korte periode in een crisispleeggezin te hebben verbleven, sinds 18 juni 2025 bij zijn aspirant adoptieouders. 2.
  9. De GI heeft zich bij brief van 12 juni 2025 bereid verklaard om de voogdij te aanvaarden. 3Het verzoek 3.
  10. De Raad verzoekt het gezag van de moeder te beëindigen en de GI tot voogd(es) over [minderjarige] te benoemen en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De beoordeling Wat zegt de wet? 4.
  11. Op grond van artikel 1:266, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezag van een ouder beëindigen, indien: a. een minderjarige zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en de ouder niet in staat is de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247, tweede lid, BW te dragen binnen een voor de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, of b. de ouder het gezag misbruikt. Inhoudelijke beoordeling 4.
  12. Uit de overgelegde stukken is gebleken dat de moeder na vaststelling van haar zwangerschap, in september 2024, niet meer op (medische) controles en afspraken is verschenen. De verloskundige heeft hierover een melding gedaan bij Veilig Thuis. De moeder heeft voor haar bevalling aangegeven geen contact te willen met de baby na de geboorte. Zij wil het geen naam geven en niet vasthouden of verzorgen. Na haar bevalling blijft de moeder bij het voornemen afstand te doen van [minderjarige] . Zij wil niet betrokken zijn in het proces van plaatsing van [minderjarige] in het pleeggezin. De moeder is steeds volhardend in haar beslissing om afstand van [minderjarige] te doen ter adoptie. 4.
  13. De moeder ziet geen andere keuze dan adoptie vanwege haar dakloosheid en persoonlijke problematiek, waar zij niet over uit wil wijden. De moeder geeft aan teveel aan haar hoofd te hebben. Informatie over de vader van [minderjarige] geeft de moeder niet. Ook wenst zij niet dat er informatie in het dossier opgenomen wordt over haarzelf of haar familie. 4.
  14. Op basis van de stukken is de rechtbank van oordeel dat aan het criterium van artikel 1:266, eerste lid, onder a BW is voldaan en wijst het verzoek tot beëindiging van het gezag van de moeder daarom toe. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat door de huidige omstandigheden, zoals hierboven geschetst, sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] . Gebleken is dat de moeder niet in staat is om de verantwoordelijkheid voor de opvoeding van [minderjarige] te dragen. De moeder heeft, zo heeft zij summier uitgelegd, te maken met dakloosheid en eigen problematiek. Daarbij komt dat de moeder door het ziekenhuis positief is getest op cannabisgebruik. Het lukt de moeder niet om de zorg voor [minderjarige] te dragen. Zij is volhardend en duidelijk in haar wens om niet bij [minderjarige] betrokken te zijn en te worden. Zij weet niet waar [minderjarige] verblijft, weet niet hoe het met hem gaat en zij kent ook zijn naam niet. De moeder heeft tijdens en na haar zwangerschap uitdrukkelijk aangegeven afstand van [minderjarige] te willen doen. Gelet op de zeer jonge leeftijd van [minderjarige] is de aanvaardbare termijn kort. De rechtbank sluit aan bij de stelling van de Raad dat [minderjarige] slechts voor korte duur in afwachting kan blijven van zijn toekomstperspectief. Met de Raad is de rechtbank van oordeel dat die termijn inmiddels is verstreken en de verwachting gerechtvaardigd is dat de moeder niet in staat is om binnen deze aanvaardbare termijn de verzorging en opvoeding voor [minderjarige] te kunnen dragen. 4.
  15. Op dit moment woont [minderjarige] bij zijn aspirant adoptieouders. Daar gaat het goed met hem. Binnen dit gezin kan [minderjarige] zich hechten en verder ontwikkelen. Voogdij 4.
  16. Omdat de beëindiging van het gezag van de moeder ertoe zal leiden dat een gezagsvoorziening over [minderjarige] komt te ontbreken, dient de rechtbank op grond van artikel 1:275, eerste lid, BW een voogd over hem te benoemen. De rechtbank onderschrijft ook hier het standpunt van de Raad; de voogdij kan belegd worden bij de GI, zodat de jeugdbeschermer als voogd kan opkomen voor de belangen van [minderjarige] en hem begeleiden om een goede en gezonde ingroei bij de aspirant adoptieouders te garanderen. Bovendien kan de voogd de pleegouders in de toekomst op een goede wijze begeleiden in het proces van een adoptieverzoek. Betrokkenheid van de GI is ook hierom gewenst. 4.
  17. De GI heeft zich bereid verklaard de voogdij op zich te nemen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de GI moet worden belast met de voogdij. 4.
  18. In verband met het bepaalde in artikel 2, aanhef en sub a, van het Besluit Gezagsregisters zal de rechtbank de griffier verzoeken een afschrift van deze beschikking te sturen aan het gezagsregister om daarin aantekening te doen van de gewijzigde gezagssituatie. Uitvoerbaar bij voorraad 4.
  19. De rechtbank verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 4.
  20. Al het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 5De beslissing De rechtbank: 5.
  21. beëindigt het ouderlijk gezag van [de moeder], geboren op [geboortedag 2] 1990 in [geboorteplaats] over de minderjarige; - [minderjarige], geboren op [geboortedag 1] 2025 in [geboorteplaats] ; 5.
  22. benoemt tot voogdes over genoemde minderjarige, Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Tilburg, 5.
  23. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 5.
  24. verzoekt de griffier om van deze beslissing een aantekening te maken in het gezagsregister. Deze beschikking is gegeven door mr. Van Gessel, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 november 2025, in aanwezigheid van mr. Vos als griffier. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.