← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7693

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Breda Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/5223 uitspraak van de voorzieningenrechter van 10 november 2025 in de zaak tussen [bewindvoerder] in hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van de betrokkene [verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker (gemachtigde: mr. A.J.C.M. de Graaff), en De burgemeester van de gemeente Bergen op Zoom, de burgemeester. Als derde-partij neemt aan de zaak deel: Stichting Stadlander uit Bergen op Zoom. Samenvatting

  1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het sluiten van een woning voor de duur van drie maanden. De verzoekende partij is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of hij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt hij aan de hand van de verzoeksgronden. 1.
  2. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Procesverloop
  3. Met het bestreden besluit van 9 oktober 2025 heeft de burgemeester besloten om de door [verzoeker] bewoonde woning aan [adres] te sluiten op grond van de Opiumwet voor drie maanden. Verzoekende partij heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. 2.
  4. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 3 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: namens de verzoekende partij [verzoeker] en de gemachtigde, en namens de burgemeester mr. B. Wouters. Derde-partij Stichting Stadlander heeft zich afgemeld voor de zitting. [bewindvoerder] heeft de rechtbank laten weten dat de zitting kon doorgaan zonder zijn aanwezigheid. Feiten en omstandigheden
  5. [verzoeker] woont in de woning aan [adres] (de woning) die wordt gehuurd van Stichting Stadlander. Uit de bestuurlijke rapportage van 17 september 2025 blijkt dat de politie op 22 augustus 2025 in de woning een onderzoek heeft ingesteld naar aanleiding van een MMA-melding met betrekking tot (onder andere) overlast van vermoedelijke drugshandel. 3.
  6. In de woning werd het volgende aangetroffen: Slaapkamer - Hennep: 7.90 gram; - Onbekende stof: 9 witte pillen, 1.22 gram; - Amfetamine: 2 witte pillen, 0.64 gram; - Opiaten: 109 gele pillen (vermoedelijk MDMA); - Opiaten: 6 blauwe en beige pillen (vermoedelijk MDMA); en - Opiaten: 27 beige pillen (vermoedelijk MDMA). Woonkamer - Hasj: 31.50 gram. Washok - Amfetamine: 470 gram; - Amfetamine: 1287 gram; - Amfetamine: 193.70 gram; - Amfetamine: 98.88 gram; - Amfetamine: 80.84 gram; - Opiaten: 306.67 gram (roze pillen en roze poeder); - Amfetamine: 488 pillen; - Opiaten: 6.6 gram (roze poeder); en - Amfetamine: 39.94 gram (bruin poeder). Naast de soft- en harddrugs zijn de volgende goederen aangetroffen die volgens de politie wijzen op de productie/bewerking van verdovende middelen: - magnesium: grote zak (25 kilo) met daarop magnesiumsulfaat; - cellulose: grote zak met daarop cristaline cellulose; - methanol: grote jerrycan met etiket methanol (25 liter jerrycan); - een speciekuip met daarop een bruine substantie; - een mixer met daarop witte opgedroogde substantie; - een gasmasker met daarop witte substantie; - een vervuilde koolstoffilter met slakkenhuis; - een grijze afvalzak met daarin zaken zoals lege bakjes, gebruikte latex handschoenen, vervuilde lepels, vervuilde doeken ten behoeve van het zeven/filteren van amfetaminepasta; - 5 gevulde literflessen aceton; - 23 gevulde literflessen isopropanol; en - 5 gevulde literflessen ethanol. In de woning is tevens verpakkingsmateriaal aangetroffen. 3.
  7. De burgemeester heeft het voornemen kenbaar gemaakt om de woning met toepassing van artikel 13b van de Opiumwet voor een periode van drie maanden te sluiten. De verzoekende partij heeft naar aanleiding daarvan een zienswijze naar voren gebracht. 3.
  8. Bij het bestreden besluit heeft de burgemeester gelast om de woning te sluiten en gesloten te houden voor een periode van drie maanden, met ingang van 21 oktober 2025, om 12:00 uur. 3.
  9. Naar aanleiding van het ingediende verzoek om voorlopige voorziening heeft de burgemeester op 16 oktober 2025 besloten om de voorgenomen sluiting op te schorten tot twee weken na de uitspraak van de voorzieningenrechter. Beoordeling door de voorzieningenrechter Spoedeisend belang
  10. Indien tegen een besluit bij de bestuursrechter beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de bestuursrechter, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. 4.
  11. De voorzieningenrechter is van oordeel dat sprake is van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat [verzoeker] de woning op korte termijn zou moeten verlaten. De burgemeester heeft het spoedeisend belang ook niet betwist. Is de burgemeester bevoegd tot sluiting van de woning?
  12. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna kortweg: drugs, harddrugs of softdrugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Doorgaans houdt de last in dat de woning voor een bepaalde periode wordt gesloten. De burgemeester kan artikel 13b van de Opiumwet toepassen als er in of vanuit een woning in drugs wordt gehandeld (verkopen, afleveren, verstrekken) of als drugs met het oog op die handel in de woning aanwezig zijn. Als uitgangspunt kan worden aanvaard dat bij aanwezigheid van meer dan 0,5 g harddrugs, 5,0 g softdrugs of vijf (hennep)planten (het door het openbaar ministerie gehanteerde criterium voor eigen gebruik) de aangetroffen hoeveelheid drugs in beginsel (mede) bestemd wordt geacht voor de verkoop, aflevering of verstrekking. 6.
  13. Uit de bestuurlijke rapportage van de politie blijkt dat op meerdere plaatsen in de woning (woonkamer, slaapkamer en het washok) aanzienlijke hoeveelheden soft- en harddrugs zijn aangetroffen. Deze hoeveelheden overschrijden ruimschoots de handelshoeveelheid van 0,5 gram harddrugs en 5 gram softdrugs. Daarnaast zijn er in de woning stoffen en goederen aangetroffen die volgens de politie wijzen op de productie/bewerking van verdovende middelen. In de bestuurlijke rapportage heeft de politie uitgelegd hoe het kristallisatieproces van amfetamine in zijn werk gaat en welke goederen vaak worden aangetroffen bij een kristallisatielocatie. 6.
  14. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn er ruim voldoende aanwijzingen dat in de woning sprake was van (de productie van) drugs met het oog op handel. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet en het beleid van de burgemeester heeft hij dus de bevoegdheid om de woning te sluiten. Kon de burgemeester gebruik maken van zijn bevoegdheid tot sluiting?
  15. De burgemeester heeft besloten om gebruik te maken van zijn bevoegdheid en de sluiting van de woning, in overeenstemming met zijn beleid, te gelasten voor de duur van drie maanden. 7.
  16. Als de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet bevoegd is om in een concreet geval op te treden met een last onder bestuursdwang en hij overweegt om een woning te sluiten, zal hij moeten beoordelen of dat in de omstandigheden van het geval gerechtvaardigd is, en zo ja, voor hoe lang. Wanneer hij daarvoor beleid heeft geformuleerd, zal hij dat beleid in de regel moeten toepassen en ook moeten bezien of er grond bestaat om daarvan af te wijken. Steeds zal hij daarbij moeten beoordelen of zijn optreden in een concreet geval evenredig is. De burgemeester moet zich ervan vergewissen dat de sluiting van een woning en de duur ervan met het oog op de hiervoor genoemde doelen geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is. 7.
  17. De gemachtigde van de verzoekende partij stelt dat de burgemeester ten onrechte heeft besloten om over te gaan tot sluiting van de woning. Hij vindt dat rekening gehouden moet worden met alle omstandigheden van het geval, waaronder de omstandigheden dat [verzoeker] met zijn huisdieren geen geschikte vervangende woonruimte kan regelen en hij geen wetenschap had van wat voor spullen in de woning lagen. Hij heeft de woning tijdelijk ter beschikking gesteld om voor een aantal dagen spullen in op te slaan zonder te weten om wat voor spullen het ging. Daarom is sluiting van de woning niet gerechtvaardigd. Bovendien wijst de gemachtigde erop dat de overtreding al in augustus 2025 zou hebben plaatsgevonden. Maanden later (per 21 oktober 2025) zou de woning pas worden gesloten. Uit het besluit van de burgemeester blijkt dat niet zozeer de persoon die woonachtig is in het pand van belang is bij de beslissing tot sluiten, maar met name het pand zelf. De zogenaamde ‘loop’ of ‘bekendheid’ van en naar het pand moet eruit gehaald worden. Dat belang is volgens de gemachtigde na zoveel maanden stil te hebben gezeten vanuit de burgemeester volstrekt illusoir. Aangezien er ook geen nieuwe strafbare feiten zijn geconstateerd bij de woning, betekent dat er geen enkele loop naar het pand is of bekendheid als drugspand in het drugscircuit. Geschiktheid
  18. De voorzieningenrechter stelt voorop dat een woningsluiting in zijn algemeenheid een geschikt middel kán zijn om drugshandel vanuit een woning tegen te gaan. 8.
  19. Uit een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat tijdsverloop tussen enerzijds het constateren van de overtreding en anderzijds het tijdstip waarop de burgemeester ingevolge zijn besluitvorming tot sluiting overgaat, ertoe kan leiden dat sluiting van een woning redelijkerwijs niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met een dergelijke sluiting worden gediend. Als de burgemeester de beoogde doelen niet meer kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt. 8.
  20. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval niet is gebleken van een dusdanig tijdsverloop dat de doelen die met sluiting van de woning worden gediend, niet meer kunnen worden bereikt. De drugs zijn aangetroffen op 22 augustus 2025 en dat is nu 2,5 maand geleden. Een dergelijk tijdsverloop is niet ongebruikelijk in het kader van een zorgvuldige besluitvorming. Dat betekent dat sluiting van de woning hier een geschikt middel is. Noodzakelijkheid
  21. Bij beoordeling of sluiting van een woning noodzakelijk is, is de vraag aan de orde of de burgemeester, gegeven zijn bevoegdheid om bestuursdwang uit te oefenen, met een minder ingrijpend middel had kunnen en dus ook moeten volstaan, omdat het beoogde doel ook daarmee had kunnen worden bereikt. Een minder ingrijpend middel dan woningsluiting is het opleggen van een last onder dwangsom of het geven van een waarschuwing. 9.
  22. Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs. De burgemeester mag daarbij een onderscheid maken tussen hard- en softdrugs. Ook is relevant of de drugs feitelijk in of vanuit de woning worden verhandeld en of de woning feitelijke bekendheid heeft als drugspand. Dat drugs feitelijk in of vanuit de woning werden verhandeld, kan bijvoorbeeld blijken uit meldingen bij of onderzoek van de politie over mogelijke handel vanuit de woning. Wanneer sprake is van toeloop, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving, kan het noodzakelijk zijn om die met sluiting van de woning ongedaan te maken. Hierbij kan mede van belang zijn of in de nabije omgeving van de woning in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of drugsgerelateerde criminaliteit. Verder kan sluiting van de woning noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie, handelslocatie, opslaglocatie voor handel elders of omdat toegang tot de woning wordt verschaft aan derden om er te gebruiken. Met de sluiting wordt de woning aan de keten van drugshandel onttrokken. Wanneer een woning ten slotte eerder betrokken is geweest bij overtreding van artikel 13b van de Opiumwet en dus sprake is van een situatie van herhaling, kan ook dit relevant zijn bij de beslissing om tot sluiting van de woning over te gaan, met het oog op het structureel beëindigen van de overtreding en de effecten ervan en op voorkomen van nieuwe overtredingen. 9.
  23. De burgemeester vindt het noodzakelijk dat de woning wordt gesloten. Handel in drugs leidt volgens de burgemeester tot verstoring van de openbare orde en aantasting van het woon- en leefklimaat. Het enkel weghalen van de aangetroffen spullen is onvoldoende om de relatie van de woning met het drugscircuit te doorbreken en een nieuwe overtreding te voorkomen. De sluiting is daarom volgens de burgemeester noodzakelijk om de openbare orde te herstellen en ter bescherming van het woon en leefklimaat bij de woning. Daarbij vindt de burgemeester van belang dat er over de woning een melding over drugshandel is ontvangen, dat de woning is gelegen in een voor drugshandel kwetsbare wijk, en dat er sprake is van recidive. 9.
  24. De gemachtigde van de verzoekende partij stelt dat er geen noodzaak is om de woning te sluiten. In dat kader heeft hij aangevoerd dat er geen ‘loop’ was naar de woning of bekendheid van de woning als drugspand. Verder is de gedane melding niet verifieerbaar en onduidelijk. Die melding gaat voornamelijk over vuurwerk en dat is niet aangetroffen. Dat de woning is gelegen in een voor drugshandel kwetsbare wijk, ziet slechts op de wijk en niet op deze specifieke woning. Ten aanzien van de gestelde recidive staat in de bestuurlijke rapportage weliswaar dat er op 18 december 2024 drugs zijn aangetroffen (hennep, hasj en GHB), maar de gemachtigde mist daar tekst en onderbouwing van. 9.
  25. Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd dat hij in dit geval niet kon volstaan met een minder ingrijpend middel en dat sluiting van de woning noodzakelijk is. Daarbij is in de eerste plaats van belang de aard en omvang van wat er in de woning is aangetroffen (harddrugs, waaronder een zeer grote hoeveelheid amfetamine(pillen), en goederen voor de productie van drugs). Wat er ook zij van de (inhoud van de) MMA-melding, deze is in ieder geval aanleiding geweest voor het onderzoek in de woning waarbij het voorgaande is aangetroffen. Verder zijn de wijk en recidive – gelet op het geschetste beoordelingskader in 9.1 – relevante omstandigheden die de burgemeester bij zijn besluitvorming mocht betrekken. Evenwichtigheid
  26. Als de conclusie is dat de burgemeester zijn beoogde doelen niet met een minder ingrijpend middel dan sluiting van de woning voor een bepaalde duur kan bereiken en een woningsluiting dus het aangewezen middel is, betekent dit nog niet dat hij hiertoe steeds mag overgaan. Daarvoor moet hij zich ervan vergewissen dat de sluiting in de gegeven omstandigheden ook evenwichtig is. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid moeten de voor bewoners nadelige gevolgen van de sluiting worden afgewogen tegen de doelen die de burgemeester met de sluiting wil bereiken. 10.
  27. De stelling van de verzoekende partij dat [verzoeker] geen wetenschap had van de aanwezigheid drugs in de woning vindt de voorzieningenrechter niet geloofwaardig. De burgemeester neemt terecht, zoals op zitting is benoemd, enige verwijtbaarheid aan gelet op wat er in de bestuurlijke rapportage staat, namelijk dat [verzoeker] op het moment van het onderzoek aanwezig was in de woning en na vordering door de politie heeft verklaard dat hij verdovende middelen had liggen in de bovenste lade van de slaapkamer en in de vriezer. De politie heeft hem aangehouden. Ook staat in de rapportage dat de politie in de woning een sterke hennepgeur en een duidelijke amfetaminelucht heeft waargenomen. Op de zitting verklaarde [verzoeker] hierover dat hij blowt en dat je de amfetamine rook als de deur naar het washok openstond. Ten aanzien van de nadelige gevolgen voor [verzoeker] is aangevoerd dat het moeilijk gaat worden om vervangende woonruimte te vinden voor hem en zijn huisdieren en dat de woningsluiting mogelijk gevolgen heeft voor de uitkering die hij ontvangt van het UWV. De voorzieningenrechter overweegt hierover dat het inherent is aan een woningsluiting dat de bewoner vervangende woonruimte moet zoeken en dat dat zeker in de huidige tijd niet eenvoudig is, maar dat van een bijzondere binding met deze woning niet is gebleken. De huisdieren zal [verzoeker] mee moeten nemen naar een andere woonruimte of moeten onderbrengen in een opvang. Alles overwegende geven de door de verzoekende partij genoemde omstandigheden de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het voorlopige oordeel dat de gevolgen van het bestreden besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
  28. Uit het voorgaande volgt dat het bestreden besluit naar verwachting in bezwaar in stand zal blijven, zodat er geen aanleiding is voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter zal het verzoek afwijzen. Conclusie en gevolgen
  29. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de woning gesloten mag worden. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Ponds, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.A. de Rooij, griffier, op 10 november 2025 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open. Meld Misdaad Anoniem. Artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Damoclesbeleid District de Markiezaten, basisteam Bergen op Zoom
  30. Uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS2025:2922, R.O.
  31. Uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS2025:2922, R.O. 10.2.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.