RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 10202853 \ MB VERZ 22-937 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 1 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [plaats] hierna: betrokkene gemachtigde : [gemachtigde] Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 augustus
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: stilstaan op het trottoir, voetpad, fietspad, fiets/bromfietspad of het ruiterpas (niet de rijbaan gebruiken) op de Veemarktstraat te Breda op 12 augustus 2021 om 22:20 uur. Gemachtigde heeft namens betrokkene in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Gemachtigde stelt dat het niet mogelijk is om de rijbaan stil te gaan staan aangezien het een eenrichtingsweg betreft. Voorts voert gemachtigde aan dat op de stoeprand parkeren ook niet bevorderlijk zou zijn voor de doorstroom van het verkeer en dat de paaltjes naar beneden waren, waardoor gemachtigde erlangs kon rijden. Gemachtigde stelt dat hij aan het laden en lossen was voor de winkel. Ook moest er nog geholpen worden met het afsluiten van de winkel. Gemachtigde stelt dat er niet consequent gecontroleerd wordt. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat hij destijds een eigen zaak had en op donderdagavond de paaltjes standaard naar beneden waren tussen 19:00 en 22:00 uur. Binnen een bepaalde tijd is het toegestaan als ondernemer om daar te staan en laad- en losactiviteiten te verrichten. Gemachtigde reed ongeveer rond 22:30 uur weg en is in het bezit van een sleutel voor als de paaltjes weer omhoog stonden. Dit in overleg met EBN. Verder gaat het om foto’s en geen fysieke waarneming, waardoor sprake is van een momentopname. Daarbij is geen ruimte voor uitleg en discussie. Gemachtigde stelt dat de zaak lang duurt en hij een hardwerkende ondernemer is die tijdens covid de gedraging heeft verricht. Het gaat om een relatief simpele overtreding. Het laden en lossen duurde in dit geval door omstandigheden langer. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en de boete te matigen tot nihil. Inhoudelijk is de boete terecht opgelegd, aangezien uit de foto’s duidelijk blijkt dat het voertuig op het trottoir staat. Dat is nooit toegestaan, ook niet voor laad- en losactiviteiten. Wel ziet de zittingsvertegenwoordiger aanleiding voor de matiging, aangezien sprake is van een schending van de hoorplicht en de redelijke termijn al een lange tijd is overschreden. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. gemachtigde ontkent dit ook niet. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Een bestuurder van een voertuig dient zich ervan te vergewissen dat parkeren of stilstaan op een bepaalde gelegenheid is toegestaan. Dit is een eigen verantwoordelijkheid. De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in wat gemachtigde heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene in strijd met de wet niet is gehoord en dus de hoorplicht is geschonden en dat daarnaast de redelijke termijn flink is overschreden. Mede van belang zijn de door gemachtigde aangevoerde omstandigheden. De boete zal worden gematigd tot nihil. Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot nihil; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 109,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus
- Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: