RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 11429897 \ MB VERZ 24-1644 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 1 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 augustus
- Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor een motorrijtuig niet de vereiste verzekering afsluiten en in stand houden, geconstateerd middels de RDW-registercontrole op 13 april 2023 om 17:02 uur. Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene stelt de brief van het RDW met betrekking tot de schorsing van zijn motorfiets nooit per post te hebben ontvangen. In plaats daarvan is betrokkene uitsluitend digitaal op de hoogte gebracht. Dit heeft ertoe geleid dat betrokkene niet actief is herinnerd om de schorsing van zijn motorfiets te verlengen. Betrokkene heeft alleen een brief per post ontvangen nadat de schorsing al verlopen was. Daarop heeft betrokkene direct gehandeld en de motor meteen geschorst. Betrokkene wil benadrukken dat hij altijd zorgvuldig zijn administratieve verplichtingen nakomt en de schorsing van zijn motorfiets tijdig zou hebben verlengd als hij hiervan op de juiste manier op de hoogte heeft gebracht. Het ontbreken van de herinneringsbrief heeft betrokkene in deze zaak benadeeld, waardoor betrokkene het onrechtvaardig vindt om een boete opgelegd te krijgen zonder de kans te hebben gehad om tijdig te reageren. Aanvullend geeft betrokkene aan dat er geen gebruik wordt gemaakt van het voertuig en de motorfiets op het moment van de overtreding gedemonteerd en inactief was. Het betreft een restauratieproject. Betrokkene heeft begrip voor de wettelijke bepalingen omtrent verzekeringen als kentekenhouder. Verder heeft de situatie ertoe geleid dat betrokkene na ontvangst van de boete onmiddellijk heeft besloten zijn motor te verkopen. Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd dat hij het voertuig voor € 500,- had gekocht en het zijn hobby project betrof. Betrokkene vindt het een onredelijk hoge boete, mede omdat hij niet onverzekerd heeft gereden met het voertuig. Een matiging tot de helft vindt betrokkene alsnog hoog en onredelijk. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Een herinneringsbrief van de RDW is een stukje service waar geen rechten aan kunnen worden ontleend. Het is aan de kentekenhouder om het voertuig tijdig te laten verzekeren of te schorsen. In dit geval is dat niet tijdig gebeurd, waardoor de boete terecht is opgelegd. Wel is de redelijke termijn overschreden en bevat het dossier foto’s waaruit opgemaakt kan worden dat niet gereden kon worden met het voertuig, waardoor verzocht wordt om de boete te matigen tot de helft. Overwegingen Inhoudelijk De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene ontkent dit ook niet. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Het is de verantwoordelijkheid van betrokkene als kentekenhouder om het voertuig tijdig te verzekeren of te schorsen. Als dit wordt nagelaten, dient dat in beginsel voor eigen rekening en risico te komen. De boete is dus terecht opgelegd. Omstandigheden De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat betrokkene de administratieve kant niet op orde had. Het doel van de hoge boete is met name het niet onverzekerd op de openbare weg rondrijden. Uit de foto’s in het dossier is gebleken dat niet met het voertuig gereden kon worden. De gedraging dient daarom volgens de kantonrechter slechts deels voor eigen rekening en risico te komen. De boete zal worden gematigd tot €
- Overschrijding redelijke termijn Iedereen heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter samen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 2 juni 2023 en is de redelijke termijn dus met bijna twee maanden overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de reeds gematigde boete verder matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; ‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 75, plus € 9,- administratiekosten; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 325,- dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 1 augustus
- Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending: