← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:7797

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Breda zaaknummer.: 11333888 \ MB VERZ 24-1323 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 15 augustus 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 1 augustus

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. I.M.E. van der Meijden (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: doorgaan bij een driekleurig verkeerslicht (stoplicht) dat op rood staat op de Claudius Prinsenlaan op 12 juni 2023 om 13:28 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene is van oordeel dat de verbalisant onvoldoende heeft gerelateerd om de gedraging te kunnen vaststellen. Betrokkene stelt niet door rood te hebben gereden en ook niet te zijn staande gehouden. Gemachtigde stelt verder dat het van cruciaal belang is om te toetsen of de verbalisant rechtstreeks zicht had op de situatie of niet. Gemachtigde verwijst naar jurisprudentie. Bij een conflicterende rijrichting dient een verbalisant nader (technisch) onderzoek te doen naar de verkeerslichtinstallatie. Dat is niet gebeurd. De gedraging kan dan ook niet worden vastgesteld. De inleidende beschikking komt voor vernietiging in aanmerking. Gemachtigde verwijst verder naar artikel 5 Wahv en stelt dat er een reële mogelijkheid tot staandehouding bestond, zodat ten onrechte is bekeurd op kenteken. De door de verbalisant gegeven verklaring is volgens gemachtigde onvoldoende om af te zien van een staandehouding. Gemachtigde verwijst hiervoor naar uit¬spraken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Gemachtigde verzoekt om een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor verzocht wordt om de boete met 25% te matigen. Daarnaast heeft gemachtigde aangevoerd ervan overtuigd te zijn dat er meer bewijs moet zijn waaruit blijkt dat er geen middelen waren voor een staandehouding. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gedeeltelijk gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Uit het zaakoverzicht blijkt niet dat de verbalisant uit de tegengestelde richting kwam. Hij gaf aan te hebben gezien dat betrokkene de doorgetrokken streep negeerde. Gelet op dat de verbalisant zicht op het verkeerslicht had, ziet de zittingsvertegenwoordiger geen reden om te twijfelen. Wat betreft de staandehouding was de verbalisant in privétijd, waardoor geen reële mogelijkheid bestond om betrokkene staande te houden. Wel is de redelijke termijn overschreden, waardoor verzocht wordt om de boete te matigen met 25%. Overwegingen Uit artikel 5 van de Wahv volgt het uitgangspunt dat wanneer een gedraging wordt geconstateerd, de verbalisant de bestuurder staande houdt en zijn identiteit vaststelt, zodat hem een boete kan worden opgelegd. Slechts wanneer er geen reële mogelijkheid is geweest om de identiteit van de bestuurder vast te stellen, mag de boete aan de kentekenhouder worden opgelegd. Volgens het zaakoverzicht heeft de verbalisant afgezien van staandehouding omdat de waarneming in privétijd werd gedaan. Naar het oordeel van de kantonrechter is de reden om van staandehouding af te zien te summier en daarom geen gegronde reden. Immers sluit waarneming in privétijd niet uit dat dit tijdens woon-werkverkeer in een dienstvoertuig is gedaan en mogelijk zelfs waren er stopmiddelen aanwezig en was verbalisant mogelijk nog in uniform tijdens het woon-werkverkeer. De boete is dan ook ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 € 1.230,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 289,- dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen. ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 15 augustus
  3. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 90008, 4800 PA Breda Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.