RECHTBANK Zeeland-West-Brabant Civiel recht Zittingsplaats Breda Zaaknummer: C/02/434172 / HA ZA 25-205 Vonnis van 19 november 2025 in de zaak van [eiser] , h.o.d.n. [handelsnaam 1], te [plaats] , eiser, hierna te noemen: [eiser] , advocaat: mr. J.M. van Gool, tegen [gedaagde] H.O.D.N. [handelsnaam 2] , te [plaats] , gedaagde, hierna te noemen: [gedaagde] , niet verschenen. 1De procedure 1.
- Op 28 oktober 2024 is door [naam] c.s. een dagvaarding uitgebracht tegen [eiser] . Die procedure is bij deze rechtbank bekend onder zaaknummer C/02/428252 / HA ZA 24-610 (hierna: de hoofdzaak). Op 5 maart 2025 is een vonnis in incident gewezen in de hoofdzaak, waarin [eiser] toegestaan is om [gedaagde] in vrijwaring op te roepen. 1.
- [eiser] heeft op 4 april 2025 een dagvaarding in vrijwaring met 15 producties uitgebracht tegen [gedaagde] . 1.
- [gedaagde] is in deze procedure niet verschenen. Tegen hem is verstek verleend. 1.
- Bij vonnis van 14 mei 2025 is bepaald dat in de hoofdzaak en deze vrijwaringszaak gelijktijdig vonnis zal worden gewezen. 1.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 2De beoordeling 2.
- [eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd. 2.
- De vordering in vrijwaring wordt bij verstek en gelijktijdig met de veroordeling in de hoofdzaak toegewezen omdat deze vordering de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. 2.
- [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld tot betaling van de proceskosten, aan de zijde van [eiser] tot de datum van dit vonnis begroot op: - kosten van de dagvaarding € 120,21 - griffierecht € 0 - salaris advocaat € 786,00 (1 punten × € 786,00) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 1.084,21 2.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 3De beslissing De rechtbank 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen datgene waartoe [eiser] als gedaagde in de hoofdzaak jegens [naam] c.s. is veroordeeld in randnummers 6.1 tot en met 6.6 van het vonnis van deze datum in de hoofdzaak, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.084,21, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan. 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. Goedegebuur en in het openbaar uitgesproken op 19 november 2025.