← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:8209

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 25/5209 uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 november 2025 in de zaak tussen [verzoeker], uit [plaats], verzoeker en Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout (college), verweerder. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om het college te verplichten haar regierol te vervullen en om hem als vader met gezag toegang te geven tot het jeugdhulpdossier en de Caretake-app van zijn zoon [naam]. 1.
  2. Omdat het verzoek kennelijk ongegrond is, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk ongegrond is. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  3. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb alleen een voorlopige voorziening als "onverwijlde spoed", in de zin van een acute noodsituatie, dat vereist.
  4. In het verzoekschrift van 13 oktober 2025 stelt verzoeker dat sprake is van spoed omdat het uitgesloten zijn van informatie uit het jeugdhulpdossier en de Caretake-app directe en blijvende schade aan de ouder-kindrelatie en de wettelijke positie als gezaghebbend ouder veroorzaakt. Hiermee is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter nog niet onderbouwd dat dit gestelde belang als spoedeisend moet worden gekwalificeerd. De griffier heeft verzoeker vervolgens bij brief van 15 oktober 2025 verzocht om binnen een week nadien het spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening nader toe te lichten. 3.
  5. Verzoeker heeft op 20 oktober 2025 telefonisch contact opgenomen met de griffier. Verzoeker gaf aan de brief van 15 oktober 2025 pas op 20 oktober 2025 te hebben ontvangen. Verzoeker zegde toe zijn toelichting per e-mail naar de griffier te zullen sturen, om overschrijding van de gestelde reactietermijn te voorkomen. 3.
  6. De voorzieningenrechter stelt vast dat van verzoeker geen antwoord is ontvangen op de vraag wat zijn spoedeisend belang is bij het treffen van een voorlopige voorziening. Weliswaar heeft verzoeker de griffier op 9 november 2025 een brief toegestuurd, maar dit betreft een reactie op het verweerschrift van het college. In die brief is wel vermeld dat er belang is bij de procedure vanwege het feit dat zijn ex-partner een procedure tot eenhoofdig gezag is gestart. Het enkele feit dat er een procedure zou lopen is echter onvoldoende om spoedeisend belang aan te nemen en dat van hem niet kan worden verlangd dat hij de bezwaarprocedure afwacht. Conclusie en gevolgen
  7. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat sprake is van onverwijlde spoed. De voorzieningenrechter wijst het verzoek dan ook af wegens het ontbreken van een spoedeisend belang bij het treffen van een voorlopige voorziening. 4.
  8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A.M.L. van de Sande, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S. Constant, griffier, op 18 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.