← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:8250

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Tilburg zaaknummer : 10814873 \ MB VERZ 23-1240 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 12 september 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 12 september

  1. Namens de officier van justitie is verschenen [zittingsvertegenwoordiger] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Als gemachtigde is verschenen [gemachtigde] . De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 13 km per uur harder rijden dan mag binnen de bebouwde kom op de Heikantlaan (kruising Telemannpad) te Tilburg op 12 september 2022 om 08:27 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. Betrokkene betwist de H1-bebording te zijn gepasseerd en heeft een rijroute kenbaar gemaakt. Deze rijroute is voldoende concreet. Op grond van het overzichtsarrest dient het Openbaar Ministerie te voldoen aan drie eisen. Uit de meest recente jurisprudentie volgt dat in ieder geval aan twee van de drie eisen dient te worden voldaan. Als de schouwrapporten langer dan zes maanden van de pleegdatum afliggen, dan dient aan alle drie de eisen te worden voldaan. Met de gegevens in het dossier is (vooralsnog) de deugdelijkheid van de bebording niet komen vast te staan. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden. Het dossier bevat een oud schouwrapport uit
  2. Schouwlijsten zijn eigenlijk in zaken met H1-bebording niet relevant, aangezien het niet ziet op de bebording. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep gegrond te verklaren vanwege het schouwrapport dat niet klopt. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Daarbij is van belang dat het schouwrapport in deze zaak niet in orde is. Dit betekent dat de boete ten onrechte is opgelegd. Het beroep is daarom gegrond. De beschikking waarbij de boete is opgelegd en de beslissing van de officier van justitie zullen worden vernietigd. Het bedrag dat betrokkene aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen, die als volgt is berekend: administratief beroepschrift: 1 punt x gewicht 0,5 x € 647,- = € 323,50 beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 € 1.230,50 Beslissing De kantonrechter: ‒ verklaart het beroep gegrond; ‒ vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie en de beschikking waarbij de boete is opgelegd; ‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 131, dat betrokkene als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; ‒ veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 1.230,
  3. Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E. Alekperov, en in het openbaar uitgesproken op 12 september
  4. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.