← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:8285

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer: 11375919 \ MB VERZ 24-836 CJIB-nummer: [cjib-nummer] uitspraakdatum: 4 september 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. B. de Jong (Adviesbureau Skandara B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 4 september

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. R. Baltus (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens betrokkene is [naam] van Skandara B.V. ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder een puntstuk gebruiken op de Rijksweg A4/A58 hmp 234.8 afrit A58 te Bergen op Zoom op 21 maart 2023 om 09.51 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat betrokkene de gedraging in algemene zin betwist dan wel van mening is dat de (volledige) sanctie niet aan betrokkene kan worden verweten. Betrokkene is ten onrechte niet staande gehouden. De verklaring van de verbalisant is onvoldoende om te concluderen dat er geen sprake was van een reële mogelijkheid tot staande houding. De sanctie is ten onrechte opgelegd aan de kentekenhouder. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding. Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is geschonden en dat het sanctiebedrag met 25% dient te worden gematigd. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De gedraging kan worden vastgesteld. De verbalisant had geen reële mogelijkheid om betrokkene staande te houden. Het arrest waar gemachtigde naar verwijst ziet toe op een andere situatie. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren. Overwegingen De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken. De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd, een algemene betwisting, geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De boete is dus terecht opgelegd. Overschrijding redelijke termijn Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete. In dit geval is de boete opgelegd op 31 maart 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim vijf maanden overschreden. Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369). Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald. Ook zal de kantonrechter een proceskostenvergoeding toekennen. Daarbij komen alleen de proceskosten in de fase bij de kantonrechter voor vergoeding in aanmerking (zie ECLI:NL:HR:2024:1012). De proceskostenvergoeding is als volgt berekend: beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,5 x € 907,- = € 453,50 € 907,00 vermenigvuldigingsfactor artikel 13a, lid 2, Wahv: x 0,25 = € 226,75 Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond; wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten; draagt de officier van justitie op het bedrag van € 70,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen; veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 226,
  2. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 4 september
  3. Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.