Rechtbank ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg Parketnummer: 02-308357-24 Vonnis van de meervoudige kamer van 27 november 2025 in de strafzaak tegen de minderjarige [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2009, ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres] , raadsman mr. B.M.C.F. de Groen, advocaat te Breda. 1Onderzoek op de terechtzitting De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting met gesloten deuren van 13 november 2025, waarbij de officier van justitie mr. S.A.J. Louwers en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander door middel van (bedreiging met) geweld een fatbike heeft gestolen van [aangever] . 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1. Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan een diefstal met geweld. De aangifte van [aangever] wordt op een groot aantal punten ondersteund door ander bewijs. Er was sprake van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte. 4.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen. Het dossier bevat onvoldoende bewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij de diefstal en (de dreiging met) het geweld. In het filmpje waarin wordt gezegd dat er een fatbike is ‘genakt’ (gestolen), wordt niet gezegd dat verdachte daarbij heeft geholpen. Het zegt ook niets over het moment waarop verdachte wetenschap had over de diefstal. Het filmpje biedt dus geen ondersteunend bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de diefstal met geweld. Verder is er geen letsel geconstateerd bij aangever. 4.3. Het oordeel van de rechtbank 4.3.1. De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2. De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Vaststelling feiten Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank het volgende af. [aangever] heeft verklaard dat hij op 11 juni 2024 omstreeks 14:50 uur met zijn fatbike op de Antwerpsestraat te Hoogerheide reed. Er reden twee jongens achter hem, die samen op een fatbike zaten. Degene achter het stuur was gekleed in het grijs en degene die achterop zat was gekleed in het zwart. Onder de tunnel aan de Antwerpsestraat spraken de jongens hem aan. De jongen in het grijs ging voor hem staan met zijn fatbike en de jongen in het zwart achter hem. De jongen in het zwart pakte hem bij zijn keel. Hij werd vervolgens de bosjes in geduwd en met een platte hand geslagen op de rechterkant van zijn hoofd. Daarnaast werd hij twee keer in zijn buik geslagen en twee keer op zijn rechterbovenarm. De jongen in het zwart sloeg met zijn rechtervuist. De jongen die hem had geslagen, stapte op zijn fatbike en reed ermee weg. Het feit zou volgens de aangifte omstreeks 14:58 uur hebben plaatsgevonden. De verklaring van aangever vindt steun in ander bewijs. Uit camerabeelden van de Antwerpsestraat volgt dat er op 11 juni 2024 een persoon in beeld komt rijden op een fatbike. Aangever heeft bevestigd dat hij die persoon is. Ongeveer 20 seconden later komen twee personen aanrijden op een fatbike. Degene aan het stuur is gekleed in het grijs en degene achterop in het zwart. Verdachte heeft bevestigd dat hij de persoon is die achter op de fatbike zit en aangever heeft verklaard dat dit de twee personen zijn die zijn fatbike hebben gestolen. Op camerabeelden op een later tijdstip is te zien dat er kort achter elkaar twee personen op een fatbike in beeld komen rijden. Een van hen (de eerste persoon die in beeld komt rijden) is gekleed in het grijs en een van hen (de tweede persoon die in beeld komt rijden) in het zwart. Verder is er een filmpje aangetroffen op de telefoon van verdachte van 11 juni 2024 om 15:11 uur, slechts 20 minuten nadat de fatbike zou zijn gestolen. Op dit filmpje zijn twee personen te zien, één gekleed in het zwart en één gekleed in het grijs, die door verbalisanten zijn herkend als verdachte en [medeverdachte] . De jongen in het zwart, verdachte, zegt op het filmpje “We komen net terug van Hoogerheide, Fatbike genakt, kanker [bijnaam] (fonetisch)”. Vervolgens legt hij zijn rechterarm om de nek van een jongen gekleed in het grijs. De rechtbank begrijpt dat met ‘genakt’ wordt bedoeld ‘gestolen’ en dat met ‘ [bijnaam] ’ wordt bedoeld ‘ [medeverdachte] ’ ( [medeverdachte] ). De rechtbank leidt uit dit filmpje af dat er in Hoogerheide een fatbike is gestolen en dat verdachte en [medeverdachte] daarbij betrokken waren. Omdat de verklaring van aangever wordt ondersteund door ander bewijs, gaat de rechtbank uit van wat volgens zijn verklaring is gebeurd, ook voor wat betreft het geweld. Hoewel het gebruik van het geweld op zichzelf niet wordt ondersteund door ander bewijs, is de rechtbank van oordeel dat het hiervoor genoemde steunbewijs niet in een te ver verwijderd verband staat ten opzichte van de verklaring van aangever en dus steun biedt voor zijn verklaring in het geheel. De rechtbank stelt dus vast dat de fatbike van aangever is gestolen door middel van geweld. Ten aanzien van het verweer over het ontbreken van zichtbaar letsel ten tijde van de aangifte (zoals door de verbalisant is genoteerd), overweegt de rechtbank als volgt. De aangifte vond plaats op 11 juni 2024 om 15:21 uur, dus ongeveer 20 minuten nadat de fatbike zou zijn gestolen. Gelet op de aard van het gebruikte geweld (er is met platte hand geslagen tegen het hoofd en met vuisten in de buik waarbij er niet is verklaard dat er met kracht is geslagen) acht de rechtbank mogelijk dat ten tijde van de aangifte – heel kort na het incident – (nog) geen letsel zichtbaar was bij aangever. De rechtbank ziet het ontbreken van zichtbaar letsel ten tijde van de aangifte in die zin daarom niet als een ontlastende omstandigheid. Medeplegen? De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard wanneer is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking. Uit het dossier en het onderzoek ter terechtzitting leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte en [medeverdachte] bij het tenlastegelegde het volgende af. Verdachte en [medeverdachte] zijn samen achter aangever aan gefietst. Zij hebben aangever aangesproken en hem vervolgens samen omsingeld door voor en achter hem te gaan staan. Verdachte heeft aangever bij de keel gepakt, hem in de bosjes geduwd en meermalen geslagen. Vervolgens is de fatbike van aangever meegenomen en zijn verdachte en [medeverdachte] weggefietst, ieder op één fatbike, waaronder die van aangever. Ongeveer 10 minuten daarna is een filmpje opgenomen waarop zowel verdachte en [medeverdachte] te zien zijn, waarop wordt gezegd dat er een fatbike is ‘genakt’ en waarbij de naam van [medeverdachte] wordt genoemd. Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] bij de diefstal met geweld die in de kern bestaat uit een gezamenlijke uitvoering. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen. Conclusie De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte en [medeverdachte] zich samen schuldig hebben gemaakt aan diefstal van de fatbike van aangever door middel van geweld. 4.4. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 juni 2024 te Hoogerheide, gemeente Woensdrecht tezamen en in vereniging met een ander een fatbike die aan [aangever] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken, door:- die [aangever] te omsingelen,- die [aangever] bij de keel vast te pakken en- die [aangever] in de bosschages te duwen en- die [aangever] meermalen, tegen hethoofd en het lichaam te slaan; Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een jeugddetentie van 63 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 1 jaar en de door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) geadviseerde bijzondere voorwaarden. Daarnaast vordert de officier van justitie een werkstraf van 80 uur, te vervangen door 40 dagen jeugddetentie. Als strafverzwarende omstandigheid wordt meegewogen dat verdachte geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor het feit. 6.2. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft vanwege de bepleite vrijspraak geen verweer gevoerd over de strafoplegging. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Aard en ernst van het feit Verdachte heeft zich op klaarlichte dag samen met de medeverdachte schuldig gemaakt aan een diefstal met geweld (straatroof). Zij hebben de fatbike van aangever gestolen en daarbij geweld gebruikt. Aangever is geslagen tegen zijn hoofd, arm en buik. Verdachte is degene geweest die aangever meermalen heeft geslagen. Dit is een ernstig feit. Verdachte heeft met zijn handelen geen respect getoond voor het eigendom van aangever en inbreuk gemaakt op zijn lichamelijke integriteit. Naast dat dergelijke feiten impact hebben op het slachtoffer, maken dit soort feiten ook in het algemeen een forse inbreuk op de rechtsorde en zorgt het voor gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. Persoon van verdachte De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Verder heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de Raad van 8 oktober 2025 en de aanvulling op het rapport die ter zitting is gegeven. Hieruit volgt dat er met name risico’s worden gezien op het gebied van vrije tijd, relaties en de houding van verdachte. Als het aandeel van verdachte groter is dan volgens zijn eigen verklaring, dan maakt de Raad zich grote(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.