RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/441703 / JE RK 25-1985 Datum uitspraak: 24 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie te Tilburg, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt mee in de beoordeling het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 november 2025. 1.2. De zitting heeft met gesloten deuren plaatsgevonden op 24 november 2025. Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI. De vader was, hoewel correct opgeroepen, niet bij de zitting aanwezig 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] is niet op het kindgesprek verschenen. 2De feiten 2.1. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 25 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 28 november 2024 tot 28 november 2025. 2.3. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 7 mei 2025 de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de andere ouder met gezag, te weten de vader, verlengd met ingang van 12 mei 2025 tot 28 november 2025. 2.4. [minderjarige] verblijft middels de machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader. 3Het verzoek 3.1. De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] bij de ouder met gezag, te weten de vader, te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.1. De GI heeft ter onderbouwing van het verzoek aangegeven dat [minderjarige] is opgegroeid in een instabiele en met momenten onveilige opvoedsituatie. [minderjarige] heeft van verblijfplek tussen de ouders moeten wisselen, waarbij er eerst een beperkt contact met de vader was en vervolgens een beperkt contact met de moeder, doordat zij onvoldoende sociaal-emotioneel beschikbaar konden zijn voor [minderjarige] . Er zijn nu periodes dat het relatief rustig is, maar ook periodes dat de ondertoezichtstelling nog nodig is. De afgelopen maand is het weer onrustig geworden. De vader is beperkt belastbaar door PTSS. [minderjarige] is een puber. Hij is op zichzelf gericht, omdat hij in het verleden niet kon steunen op zijn ouders. Het lukt de vader soms niet om rustig en begripvol te reageren en hij kan dan de schuld bij [minderjarige] leggen. Er ontstaan vele kleine conflicten tussen [minderjarige] en de vader en dit maakt de opvoedsituatie bij de vader onrustig. De vader heeft gevraagd om ambulante pedagogische ondersteuning om beter te leren communiceren met [minderjarige] . Dit zal door de GI worden ingezet. Bij de moeder kan ook sprake zijn van onrustige periodes. De pedagogische ondersteuning zal daarom ook bij moeder worden ingezet. Er is op dit moment meer contact tussen [minderjarige] en de moeder. Moeder geeft aan dat [minderjarige] zou hebben gezegd meer bij haar te willen zijn. [minderjarige] heeft recent nog bij de GI aangegeven dat hij bij zijn vader wil blijven wonen. Het is belangrijk dat iedereen transparant naar elkaar blijft en beslissingen goed overdacht en besproken worden, zodat er niet weer onrust ontstaat. Aangezien beide ouders beperkt belastbaar zijn, zou een gedeeld ouderschap goed zijn. Als er voldoende stabiliteit bij beide ouders is, zal de komende periode een vaste zorgregeling worden afgesproken, zodat het perspectief voor [minderjarige] duidelijk is. [minderjarige] heeft zijn hoofdverblijf bij de moeder, waardoor een machtiging tot uithuisplaatsing nog steeds noodzakelijk is. Een doel binnen de ondertoezichtstelling is ook het verbeteren van de oudercommunicatie. De ouders communiceren met elkaar, maar de partner van de vader weet niet dat zij contact hebben met elkaar en dat ligt gevoelig. Hierover moet openheid komen. Behandeling van [minderjarige] is geen doel meer van de ondertoezichtstelling. [minderjarige] was gestart bij [hulpverlening] voor diagnostiek en een cognitieve behandeling, nadat hij zelf had aangegeven daar behoefte aan te hebben. Door een gebrek aan behandelbereidheid bij [minderjarige] is het traject echter beëindigd. De vader ziet dat [minderjarige] wel aan bepaalde zaken zou moeten werken, maar gezien zijn leeftijd heeft dwingen geen zin. De vader heeft bij de GI aangegeven het eens te zijn met verlenging van de maatregelen. Ook [minderjarige] heeft bij de GI aangegeven dat de maatregelen nog nodig zijn, al vindt hij dat het meer voor zijn ouders is bedoeld. 4.2. De moeder stemt in met de verlenging van de ondertoezichtstelling. De afgelopen jaren is het niet goed gegaan bij de ouders. De moeder heeft inmiddels met alle negatieve contacten gebroken. De band tussen haar en [minderjarige] is goed en zij hebben ook vrijwel dagelijks contact met elkaar. Het is niet de bedoeling dat [minderjarige] alleen maar bij haar komt als hij ruzie heeft met zijn vader. Een vaste zorgregeling zou daarom goed zijn. De ouders communiceren met elkaar over [minderjarige] , al ligt dit nog gevoelig in verband met de partner van de vader. De moeder verzet zich niet tegen het feit dat [minderjarige] op dit moment bij de vader verblijft, maar is het vanwege financiële redenen niet eens met de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. [minderjarige] staat nu ingeschreven op het adres van de vader, waardoor zij niet meer het kindgebonden budget en de kinderbijslag ontvangt. Ze heeft die gelden nodig om in haar huis te kunnen blijven wonen. Daarom pleit ze ervoor dat [minderjarige] weer op haar adres wordt ingeschreven. Ze betaalt nog steeds kosten van [minderjarige] en krijgt geen kinderalimentatie. De moeder heeft een bewindvoerder. 5De beoordeling 5.1. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:260 eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar, als aan de grond van de ondertoezichtstelling (zoals beschreven in artikel 1:255 eerste lid BW) is voldaan. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarig zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet: a. de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.