RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02-068951-24 vonnis van de meervoudige kamer van 11 december 2025 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag 1] 1984 te [geboorteplaats] wonende te [woonplaats] raadsman mr. M.M. van der Marel, advocaat te Eindhoven 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 3, 7 en 8 oktober 2025, waarbij de officier van justitie, mr. J.F.M. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging; De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte feit 1: samen met een ander [slachtoffer 1] seksueel heeft uitgebuit (mensenhandel) in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 5 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr); feit 2: meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen minderjarige [slachtoffer 1] ; feit 3: meermalen seks tegen betaling heeft gehad met de toen minderjarige [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) ; feit 4: kinderporno heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad en verspreid. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft van de minderjarige [slachtoffer 1] meerdere seksueel getinte foto’s gemaakt tijdens een fotoshoot. Hij wist of heeft op zijn minst de aanmerkelijke kans aanvaard dat deze foto’s gebruikt zouden worden voor het sekswerk van [slachtoffer 1] . Hiermee heeft verdachte enige handeling ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Ook de feiten 2 en 3 kunnen wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft erkend dat hij met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] seks tegen betaling heeft gehad. Dat verdachte heeft verklaard dat hij niet wist dat zij toen minderjarig waren, maakt voor een bewezenverklaring niet uit. Tot slot kan feit 4 ook wettig en overtuigend worden bewezen. Verdachte heeft van de minderjarige [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] meerdere seksueel getinte foto’s en video’s gemaakt en heeft deze in het geval van [slachtoffer 1] ook naar haar gestuurd. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderporno en het vervaardigen en verspreiden ervan. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging bepleit vrijspraak van de feiten 1 en 4 omdat verdachte niet wist en niet had kunnen weten dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] minderjarig waren. Ten aanzien van feit 1 geldt bovendien dat verdachte niet hij dat [slachtoffer 1] de foto’s zou gebruiken voor een seksadvertentie. Voor de feiten 2 en 3 heeft de verdediging gelet op de bekennende verklaring van verdachte geen bewijsverweer gevoerd. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Algemene inleiding Op 4 augustus 2023 heeft de heer [naam] een melding gemaakt bij de politie dat hij was opgelicht, omdat hij had betaald voor een seksafspraak, maar de afspraak niet was doorgegaan. Door de politie is onderzoek gedaan naar de persoon waarmee de seksafspraak was gemaakt. Dit bleek de minderjarige [slachtoffer 1] te zijn. Op 11 augustus 2023 heeft er met [slachtoffer 1] een intake mensenhandel plaatsgevonden. In dit gesprek heeft [slachtoffer 1] verklaard dat zij seksueel is uitgebuit. Hierna is het strafrechtelijk onderzoek ‘Kleinpolderplein’ opgestart. Onder meer de telefoon en de bankrekeningen van [slachtoffer 1] zijn onderzocht. In haar latere verklaringen heeft [slachtoffer 1] verklaard over andere meisjes, waaronder [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , die ook als sekswerker werkzaam waren. Door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] is aangifte gedaan van mensenhandel, waarbij [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] worden aangewezen als de vermeende uitbuiters. Zij hebben allebei meerdere seksafspraken gehad met klanten tegen betaling en verklaren dat zij daartoe door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn gedwongen. [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] waren in die periode nog minderjarig. Verdachte is in beeld gekomen nadat naaktfoto’s van [slachtoffer 1] zijn aangetroffen op haar mobiele telefoon en doordat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] over hem hebben verklaard als een klant die zich voordeed als fotograaf en foto’s maakte van verschillende meiden. Bespreking van de feiten Om doelmatigheidsredenen bespreekt de rechtbank eerst de feiten 2 en 3. Daarna zal zij overgaan tot het bespreken van de feiten 1 en 4. Voor alle ten laste gelegde feiten geldt dat de verklaring van verdachte dat hij in de veronderstelling was dat [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] meerderjarig waren, voor de bewezenverklaring niet van belang is, nu de leeftijd van het slachtoffer is geobjectiveerd en de aanwezigheid van opzet of schuld voor dit aspect niet is vereist. Feiten 2 en 3 Op grond van de bewijsmiddelen, waaronder de bekennende verklaring van verdachte, acht de rechtbank de feiten 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 4.4. weergegeven. Feit 1 Aan verdachte is onder feit 1 tenlastegelegd dat hij samen met een ander [slachtoffer 1] seksueel heeft uitgebuit (mensenhandel) in de zin van artikel 273f, eerste lid, sub 5 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr); Wettelijk kader In artikel 273f, eerste lid, sub 5 Sr is een vorm van seksuele uitbuiting van een minderjarige strafbaar gesteld. Dit ziet op het ertoe brengen dat een minderjarige zich beschikbaar stelt tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling. Ook valt hieronder het ondernemen van handelingen waarvan een verdachte weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat een minderjarige daardoor daartoe overgaat. Het gaat daarbij in de kern om het beïnvloeden en beperken van de keuzemogelijkheden van de minderjarigen. Het kan ook alleen faciliterende handelingen betreffen. Het gebruik van een dwangmiddel is niet vereist. Het is niet relevant of het initiatief kwam van de minderjarige of van de verdachte. Ook is niet van belang of de minderjarige eerder in de prostitutie werkzaam is geweest. Toepassing op deze zaak De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte op 8 april en 6 mei 2023 een fotoshoot met [slachtoffer 1] heeft gehad, waarbij hij meerdere seksueel getinte foto’s van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. [slachtoffer 1] was op dat moment minderjarig. Verdachte is in contact gekomen met [slachtoffer 1] doordat hij als klant een seksafspraak met haar had gemaakt via een seksadvertentie. Gelet hierop in combinatie met de aard van de foto’s en de verklaring van verdachte dat hij weet dat dergelijke foto’s door vrouwen bijvoorbeeld worden gebruikt voor hun Onlyfans-account, is de rechtbank van oordeel dat verdachte redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 1] de foto’s zou gebruiken voor haar seksadvertentie(s), wat ook is gebeurd. Gelet op het feit dat verdachte de fotoshoots volledig zelf heeft gedaan, is er geen sprake geweest van een nauwe en bewuste samenwerking met een ander. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het medeplegen. Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte enige handeling heeft ondernomen waarvan hij redelijkerwijs moest vermoeden dat [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen, terwijl zij minderjarig was. Feit 4 Zoals hiervoor is overwogen onder feit 1, heeft verdachte op 8 april en 6 mei 2023 een fotoshoot met [slachtoffer 1] gehad, waarbij hij meerdere seksueel getinte foto’s van [slachtoffer 1] heeft gemaakt. Hij heeft daarnaast op andere data ook seksueel getinte video’s van [slachtoffer 1] gemaakt. Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank verder vast dat verdachte op 14 april, 17 april, 29 april, 5 mei, 13 mei en 10 juni 2023 ook seksueel getinte video’s van [slachtoffer 2] heeft gemaakt. Doordat zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] op dat moment minderjarig waren, heeft verdachte zich met het maken van deze seksuele getinte foto’s en video’s schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno. Verdachte heeft deze foto’s en video’s vervolgens ook in zijn bezit gehad. In het geval van [slachtoffer 1] heeft hij deze foto’s ook naar haar verstuurd, waardoor ook sprake is van het verspreiden van kinderporno. Concluderend acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het in het bezit hebben van kinderporno en het vervaardigen en verspreiden ervan. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte Feit 1 op tijdstippen in de periode van 8 april 2023 tot en met 6 mei 2023 te [plaats 1] en te [plaats 2] ten aanzien van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedag 2] 2005) enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte redelijkerwijs moestvermoeden dat die [slachtoffer 1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van seksuele handelingen, terwijl die [slachtoffer 1] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5°) immers heeft verdachte * fotoshoots gedaan met [slachtoffer 1] ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of ten behoeve van een of meer voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] bestemde seksadvertenties en* tijdens fotoshoots erotiserende/seksueel uitdagende foto’s gemaakt van die [slachtoffer 1] ten behoeve van de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] en/of ten behoeve van een of meer voor de prostitutiewerkzaamheden van die [slachtoffer 1] bestemde seksadvertenties; Feit 2 in de periode van 1 april 2023 tot en met 27 juli 2023 te [plaats 5] en te [plaats 1] en te [plaats 2] en te [plaats 3] meermalen ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag 2] 2005, die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, door het (telkens)* betasten en/of strelen van het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of* kussen met die [slachtoffer 1] en/of* het zich door die [slachtoffer 1] laten pijpen en/of* het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] en het op en neer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 1] ; Feit 3 in de periode van 10 april 2023 tot en met 10 juni 2023 te [plaats 1] en te [geboorteplaats] en [plaats 4] meermalen ontucht heeft gepleegd met [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag 3] 2005, die zich beschikbaar stelde tot het verrichten van een of meer seksuele handelingen met een derde tegen betaling en die de leeftijd van zestien jaren maar nog niet de leeftijd van achttien jaren had bereikt, door het (telkens)* betasten en/of strelen van het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of* (tong)zoenen en/of kussen met die [slachtoffer 2] en/of* vingeren van die [slachtoffer 2] en/of* beffen en likken van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of* zich laten aftrekken door die [slachtoffer 2] en/of* het zich door die [slachtoffer 2] laten pijpen en/of* het brengen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] en op en neer bewegen van zijn penis in de vagina van die [slachtoffer 2] ; Feit 4 in de periode van 1 april 2023 tot en met 7 november 2023 te [plaats 1] en te [plaats 2] , afbeeldingen/foto’s en films/video’s en gegevensdragers bevattende afbeeldingen/foto’s en films/video’s van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken,heeft in bezit gehad of vervaardigd en verspreid welke seksuele gedragingen - zakelijk weergegeven - bestonden uit:- het oraal, vaginaal en/of anaal penetreren met de penis, mond, tong van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt en - het betasten en aanraken van de geslachtsdelen en billen van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt met de vingers en/of hand en/of- het gedeeltelijk naakt laten poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of poseert in een omgeving en/of in een onnatuurlijke houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past en/of waarbij deze persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of door de onnatuurlijke pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of door het camerastandpunt nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen, borsten en/of billen in beeld gebracht worden, waarbij de afbeelding aldus telkens een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 maanden met aftrek van het voorarrest. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt om rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn. Gelet hierop en op de bepleite vrijspraken ten aanzien van de feiten 1 en 4, wordt verzocht aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 dagen onvoorwaardelijk en de maximale taakstraf van 240 uur. 6.3 Het oordeel van de rechtbank De aard en ernst van de feiten Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vier ernstige feiten. Allereerst aan het hebben van seks tegen betaling met de destijds zeventienjarige [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , waarbij sprake was van seksueel binnendringen. Verdachte was zelf negenendertig jaar oud. Er was dan ook een aanzienlijk leeftijdsverschil. In totaal zijn er vijf seksafspraken met de minderjarige [slachtoffer 1] en acht seksafspraken met de minderjarige [slachtoffer 2] geweest. Daarnaast heeft verdachte tijdens door hem opgezette fotoshoots kinderpornografische foto’s gemaakt van [slachtoffer 1] , terwijl hij – als klant van seksafspraken met haar – moest vermoeden dat [slachtoffer 1] deze foto’s zou gebruiken voor haar seksadvertenties. Dat is een vorm van seksuele uitbuiting. Ook heeft hij video’s opgenomen tijdens de seksafspraken met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Verdachte is schuldig aan het bezitten, vervaardigen en verspreiden van kinderporno. Verdachte heeft via internet een afspraak gemaakt met [slachtoffer 1] , waarbij in de advertentie werd vermeld dat zij meerderjarig was. Verdachte is dus niet bewust en doelgericht op zoek gegaan naar een minderjarige sekswerker. Ook ten aanzien van [slachtoffer 2] is dit niet gebleken. Wel heeft hij nagelaten zich voldoende te vergewissen van de daadwerkelijke leeftijd van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Dit geldt temeer nu hij zich niet begaf binnen de vergunde seksindustrie. Hierdoor heeft verdachte het risico genomen dat hij seks zou hebben met een minderjarig meisje en dat hij aldus strafbaar zou handelen. Het was aan verdachte om dit risico te ondervangen en om te voorkomen dat dit heeft kunnen gebeuren. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij dit heeft nagelaten, omdat hij door zijn handelen seks tegen betaling heeft gehad met minderjarigen en bovendien zo heeft bijgedragen aan de seksuele uitbuiting van twee minderjarig meisjes en daarmee aan het in stand houden van jeugdprostitutie. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de geestelijke en lichamelijke integriteit van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Minderjarigen moeten kunnen opgroeien in een veilige omgeving en zich veilig kunnen ontwikkelen, ook (juist) op seksueel gebied. Het is mede aan verdachte te wijten dat hen deze mogelijkheid is ontnomen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit soort feiten, al dan niet op latere leeftijd, schade kunnen toebrengen aan onder meer de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Dat de feiten ook op [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] impact hebben gehad, volgt uit de toelichting bij de vorderingen tot schadevergoeding. De persoon van verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte. Hieruit volgt dat verdachte eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten. Er is dan ook geen sprake van recidive. Gelet op de strafzaak tegen verdachte waarin de politierechter op 18 november 2024 vonnis heeft gewezen, zal de rechtbank rekening houden met het feit dat artikel 63 Sr van toepassing is. Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het reclasseringsrapport van 22 september 2025. Er is bij verdachte een diagnose gesteld waarbij wordt gesproken over een parafiele stoornis en problemen op meerdere leefgebieden, waaronder een matig-ernstige stoornis in cannabisgebruik. Verdachte geeft aan inmiddels gestopt te zijn met middelengebruik. Ook geeft hij aan dat hij na onderhavige feiten nog beter de leeftijd controleert van de modellen met wie hij fotoshoots heeft. Daarnaast is hij opnieuw in contact gekomen met zijn familie en heeft hij in een vrijwillig kader opnieuw hulp van een psycholoog. De reclassering beschouwt de leefgebieden psychosociaal functioneren en houding als risicofactoren. Verdachte geeft namelijk aan slachtoffer te zijn en 'tot dader gemaakt' te zijn en lijdt naar eigen zeggen enorm onder de beschuldigingen en de afhandeling van de zaak. Hiermee legt hij de verantwoordelijkheid voor zijn gedrag buiten zichzelf en geeft hij geen blijk van inlevingsvermogen voor de slachtoffers, aldus de reclassering. Verdachte zegt de slachtoffers te hebben leren kennen omdat zij in de prostitutie werkten en hij een 'klik' met hen ervaarde. De contacten waren wat hem betreft zowel seksueel als vriendschappelijk. Hij zegt vooral een band te voelen met meisjes die kwetsbaar zijn en problemen in het leven hebben ervaren. Het doet hem goed hen te steunen en te helpen. Gelet hierop staat verdachte ook niet open voor een reclasseringstoezicht, nu er voor hem geen reden is tot kritische zelfreflectie en gedragsverandering, aldus de reclassering. Het recidiverisico wordt als gemiddeld ingeschat, maar de kans op een succesvolle inzet van reclasseringsinterventies wordt door voornoemd gebrek aan reflectie en gebrek aan motivatie beperkt geacht. Bij een veroordeling adviseert de reclassering dan ook een straf zonder bijzondere voorwaarden. Mocht er toch een voorwaardelijke straf worden opgelegd, dan adviseert de reclassering oplegging van de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling (met mogelijkheid tot kortdurende klinische opname), contactverbod met de slachtoffers en meewerken aan middelencontrole. De straf De rechtbank neemt bij het bepalen van de straf de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd als uitgangspunt. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat sprake is van eendaadse samenloop voor de feiten 1 en 4, voor zover het bij allebei de feiten gaat om het maken van kinderpornografische foto’s (en video’
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.