RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/439589 / JE RK 25-1632 Datum uitspraak: 18 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland–West-Brabant, Breda, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] , advocaat mr. K.J. Kanning uit Assen. De kinderrechter merkt als informant aan: de gecertificeerde instelling STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI. 1Het verloop van de procedure 1.1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 9 september 2025. 1.2. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 november 2025. Tijdens deze zitting zijn ook de verzoeken van de vader en de moeder gericht op het contact tussen de man en [minderjarige] , bekend onder zaaknummer C/02/428626 / FA RK 24-5261, behandeld. Daarbij waren aanwezig: - de vader met zijn advocaat; - de moeder met haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.3. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.1. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.2. [minderjarige] woont bij haar moeder. 3Het verzoek 3.1. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.1. Namens de Raad wordt aangevoerd dat er sprake is van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige] , als gevolg van de aanhoudende communicatie- en samenwerkingsproblemen tussen ouders, waardoor structureel contact tussen [minderjarige] en vader ontbreekt. Waar gedurende het raadsonderzoek bij [minderjarige] nog ruimte leek voor contactherstel met vader, wijst zij inmiddels het contact met vader volledig af zoals is gebleken tijdens het kindgesprek van de kinderrechter met [minderjarige] . Het lijkt de moeder niet te lukken om [minderjarige] emotionele toestemming te geven voor contact met de vader. De Raad vindt een ondertoezichtstelling noodzakelijk om tot contactherstel tussen [minderjarige] en de vader te komen. Hiervoor is het noodzakelijk dat eerst een herstelgesprek tussen [minderjarige] en de vader plaatsvindt onder begeleiding van een professional. Daarnaast stelt de Raad dat er sprake is van een bedreiging in de identiteitsontwikkeling van [minderjarige] zolang zij het contact met de vader volledig afhoudt. [minderjarige] is een kind van beide ouders en zij moet zich zelf een beeld kunnen vormen van de vader en kunnen spiegelen aan beide ouders. Het doet veel met de eigenwaarde van [minderjarige] dat zij zich afvraagt of de man wel van haar houdt. Passende hulpverlening voor de sociaal, emotionele en cognitieve ontwikkeling van [minderjarige] in het vrijwillige kader komt niet van de grond. De Raad handhaaft het verzoek om [minderjarige] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van één jaar. 4.2. Door en namens de moeder wordt verzocht het verzoek van de Raad af te wijzen. De zorgen die worden genoemd zien met name op het ontbreken van het contact tussen [minderjarige] en de vader. Verder gaat het goed met [minderjarige] . Er hebben incidenten plaatsgevonden in de thuissituatie van de vader en de moeder heeft het contact tussen de vader en [minderjarige] stop gezet om de veiligheid van [minderjarige] te waarborgen. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen om toe te werken naar contactherstel tussen [minderjarige] en de vader. De moeder vindt het niet in het belang van [minderjarige] om nu toe te werken naar contactherstel met de vader, zonder dat is onderzocht hoe ervoor kan worden gezorgd dat [minderjarige] veilig is bij de vader. De moeder heeft geen vertrouwen in de vader en zij is alle procedures beu. Indien het verzoek van de Raad wordt toegewezen verzoekt de moeder de GI te belasten met de uitvoering en niet de William Schrikker Stichting, omdat zij gelet op het verleden geen vertrouwen heeft in de William Schrikker Stichting. 4.3. Door en namens de vader wordt ingestemd met de verzochte ondertoezichtstelling van [minderjarige] . De vader erkent dat er dingen niet goed zijn gegaan. Hij wil graag met [minderjarige] in gesprek om haar uit te leggen dat wat hij heeft gedaan verkeerd is en dit niet meer zal gebeuren. Het uitblijven van contact tussen de vader en [minderjarige] heeft een negatief effect op [minderjarige] . De vader is bereid overal aan mee te werken in het kader van de ondertoezichtstelling. 4.4. Namens de GI wordt aangevoerd dat wanneer de ondertoezichtstelling wordt uitgesproken er niet meteen een jeugdbeschermer wordt aangesteld, maar de zaak eerst door het Provinciaal Instroom Team (PIT) wordt opgepakt. Wanneer de uitvoering van de ondertoezichtstelling bij de William Schrikker Stichting wordt belegd is er wel direct een jeugdbeschermer beschikbaar. Wanneer de GI wordt belast met de uitvoering van de ondertoezichtstelling zal een contacthersteltraject worden gestart. Gedurende het contacthersteltraject zal eerst worden bekeken waarom het contact is verbroken en vervolgens op welke wijze contactherstel mogelijk is. Het contacthersteltraject laat de GI uitvoeren door een andere instantie en het PIT kan hiervoor de aanmelding al doen. Daarnaast denkt de GI dat individuele hulpverlening voor [minderjarige] nodig is. 5De beoordeling 5.1. De kinderrechter kan op grond van artikel 1:255 eerste lid BW een minderjarige onder toezicht stellen van een GI wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling wordt bedreigd. Daarnaast moet: de zorg die in verband met het wegnemen van deze bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.