← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:8938

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht zaaknummer: BRE 24/8222 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 december 2025 in de zaak tussen [belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende en de ontvanger van de Belastingdienst, de ontvanger. Inleiding

  1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de ontvanger van 13 november
  2. Het beroep ziet op de verrekening van € 8,00 met de aanslag Zorgverzekeringswet 2013 met [aanslagnummer] . 1.
  3. Op 20 december 2024 heeft de rechtbank belanghebbende medegedeeld dat de belastingrechter niet bevoegd is om de beslissing tot verrekening in stand te laten of de beslissing tot verrekening op zichzelf te beoordelen. De rechtbank heeft belanghebbende gevraagd of hij het beroep wil intrekken. 1.
  4. Op 20 januari 2025 heeft de rechtbank de intrekkingsverklaring retour ontvangen. Op de intrekkingsverklaring heeft belanghebbende aangegeven het beroep niet in te willen trekken. 1.
  5. Omdat de belastingrechter kennelijk onbevoegd is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. Beoordeling door de rechtbank
  6. Met dagtekening van 13 november 2024 heeft de ontvanger het bezwaar tegen de verrekening niet-ontvankelijk verklaard, omdat het verrekenen van bedragen niet bij voor bezwaar vatbare beschikking gebeurt. 2.
  7. De belastingrechter is als uitgangspunt niet bevoegd te oordelen over beslissingen van de ontvanger op grond van de Invorderingswet
  8. Voor bepaalde besluiten is in de regelgeving een uitzondering gemaakt. De beslissing tot verrekening van bedragen valt niet onder een van de uitzonderingen. Omdat geen beroep bij de belastingrechter kan worden ingesteld, is het evenmin mogelijk bezwaar te maken. Een geschil over verrekening van bedragen kan worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. 2.
  9. De rechtbank heeft zich daarom onbevoegd verklaard. Beslissing De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Dekkers, griffier, op 15 december 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De rechter, De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld. Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Dit volgt uit artikel 8:5 van de Awb en artikel 1 van de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak die behoort bij de Awb. In dat artikel 1 wordt de Invorderingswet 1990 genoemd. Of bezwaar kan worden gemaakt, is namelijk ervan afhankelijk of beroep kan worden ingesteld (artikel 7:1 van de Awb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.