← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9443

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht Zittingsplaats Bergen op Zoom zaaknummer : 11441965 MB VERZ 24-962 CJIB-nummer : [cjib-nummer] uitspraakdatum : 11 september 2025 proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) in de zaak van naam : [naam] B.V. adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] hierna: betrokkene gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.) Verloop van de procedure Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft de beschikking vernietigd en een proceskostenvergoeding toegekend aan gemachtigde. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. De zaak is behandeld op de zitting van 11 september

  1. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Gemachtigde en betrokkene zijn niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan. Standpunten De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden op de A4 te Bergen op Zoom op 15 februari 2024 om 11.07 uur. Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat artikel 13a Wahv niet van toepassing is bij toekenning van de proceskostenvergoeding door de officier van justitie. Artikel 13a lid 2 en 3 Wahv zijn in strijd met het discriminatieverbod van artikel 14 EVRM. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding voor alle gemaakte en nog te maken kosten. De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en verwijst hierin naar een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2025:985). Overwegingen De kantonrechter is met de zittingsvertegenwoordiger van oordeel dat er sprake is van een terechte toepassing van artikel 13a lid 2 Wahv. Hetgeen door gemachtigde is aangevoerd geeft geen reden de extra wegingsfactor niet toe te passen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Gelet hierop is er geen aanleiding voor het toekennen van een proceskostenvergoeding. Beslissing De kantonrechter: verklaart het beroep ongegrond; wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af. Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier E.H. de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 11 september
  2. Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als: de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld. Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde. U dient daarbij het zaaknummer te vermelden. De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten. Datum verzending:

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.