RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/442432 / JE RK 25-2111 Datum uitspraak: 10 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van HET COLLEGE VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN DE GEMEENTE ROOSENDAAL, zetelende te Roosendaal, hierna te noemen: het college, over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof uit Gilze. De kinderrechter merkt in deze zaak als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- In het procesdossier zit het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 27 november
- 1.
- Op 10 december 2025 heeft de kinderrechter het verzoek, met gesloten deuren, ter zitting behandeld. Bij die zitting zijn verschenen en gehoord: - [minderjarige] , die afzonderlijk telefonisch is gehoord, bijgestaan door zijn advocaat die wel fysiek in de zittingszaal aanwezig was; - een vertegenwoordigster namens het college. De kinderrechter heeft daarnaast op verzoek van het college bijzondere toestemming verleend aan mevrouw [persoon] , werkzaam als jeugdreclasseerder bij de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, en in die hoedanigheid betrokken bij [minderjarige] , om de zitting als toehoorder bij te wonen. 1.
- [minderjarige] is voorafgaand aan de zitting telefonisch gehoord, omdat de oproeping voor de zitting vanwege een misverstand niet bekend was bij de groep waar hij verblijft en hij om die reden niet naar de rechtbank is gebracht. De kinderrechter heeft [minderjarige] daarop, met instemming van de advocaat en het college, telefonisch gehoord over het verzoek. Tijdens de zitting heeft [minderjarige] telefonisch kunnen meeluisteren. 1.
- Bij aanvang van de zitting constateert de kinderrechter dat de moeder niet is verschenen. Omdat de moeder in deze procedure is aangemerkt als belanghebbende, dient de kinderrechter te controleren of de moeder correct is opgeroepen voor de zitting. De kinderrechter stelt vast dat de moeder op 1 december 2025, dus met inachtneming van de minimale oproeptermijn van een week, zowel per gewone als aangetekende post is opgeroepen voor de zitting. De moeder is derhalve correct opgeroepen voor de zitting. Daarnaast heeft het college aangegeven dat zij de moeder kort voorafgaand aan de zitting telefonisch heeft gesproken en dat de moeder toen heeft aangegeven dat zij een enveloppe van de rechtbank heeft ontvangen, maar dat zij deze niet heeft opengemaakt. Nu de moeder correct is opgeroepen voor de zitting en zij de oproeping kennelijk wel heeft ontvangen, heeft de kinderrechter de zitting buiten aanwezigheid van de moeder voortgezet. De kinderrechter betrekt hierbij dat het college een schriftelijke, door de moeder ondertekende verklaring heeft overgelegd, waaruit blijkt dat de moeder als gezaghebbende ouder over [minderjarige] instemt met het verzoek. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het eenhoofdig ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 16 juni 2025 een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] tot 18 september
- Bij beschikking van 4 september 2025 is een (aansluitende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verleend tot 18 december
- 2.
- Op basis van de laatstgenoemde machtiging verblijft [minderjarige] momenteel bij [accommodatie] in [plaats 1] , in een gesloten setting. 3Het verzoek van het college en de onderbouwing daarvan 3.
- Het college verzoekt om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. 3.
- Het college heeft ter onderbouwing van haar verzoek, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. [minderjarige] verblijft inmiddels bijna een half jaar met een machtiging gesloten jeugdhulp bij [accommodatie] , in een gesloten setting. Het is de bedoeling om hem zo spoedig mogelijk over te plaatsen naar een (meer) open groep. Vanwege zijn (gedrags)problematiek en politie- en justitiecontacten, is er echter een beperkt aantal zorgaanbieders die hem kunnen bieden wat hij nodig heeft. Aanvankelijk werden er twee opties gezien, namelijk [zorggroep 1] in [plaats 2] en [zorggroep 2] in [plaats 3] . Bij de plek in [plaats 2] wordt echter dermate veel zelfstandigheid van [minderjarige] gevraagd en kan hem te weinig nabijheid en begeleiding worden geboden, waardoor het college, net als de betrokken hulpverlening vanuit OpenDoor en de jeugdreclasseerder, van mening is dat het risico op afglijden in negatief (crimineel) gedrag te groot is als [minderjarige] daar wordt geplaatst. De plek in [plaats 3] wordt wel passend geacht, maar [minderjarige] wil liever in [plaats 2] worden geplaatst, omdat hij daar bekend is en hij daar een netwerk heeft. Omdat er bij [minderjarige] nog te weinig intrinsieke motivatie wordt gezien voor een plaatsing op de plek in [plaats 3] , zal hij daar eerst een dag meelopen. Daarna zal hij een keer mee-eten en tot slot een keer overnachten. Het is dus nog niet zeker of [minderjarige] op de plek in [plaats 3] kan worden geplaatst. Bovendien is er nog geen concrete datum waarop hij zou kunnen worden geplaatst, omdat dit afhankelijk is van de doorstroom op de plek. Maar als [minderjarige] wordt geaccepteerd, dan verwacht het college dat [minderjarige] daar in januari 2026 kan worden geplaatst. 3.
- De huidige machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] loopt tot 18 december
- Volgens het college zijn er geen mogelijkheden om [minderjarige] in de periode tussen de afloopdatum van de huidige machtiging en de datum waarop hij eventueel kan worden geplaatst in [plaats 3] op een crisisgroep dan wel op de open groep bij [accommodatie] te plaatsen, zoals [minderjarige] graag wil, omdat hij daar niet wordt geaccepteerd. Daar kan hem namelijk onvoldoende nabijheid en begeleiding worden geboden. Om die reden is een tijdelijke terugkeer naar huis ook niet mogelijk. Daarbij komt nog dat er in de afgelopen weken zorgen zijn ontstaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag vanuit [minderjarige] naar groepsgenoten, waarbij het risico bestaat dat er nieuwe aangiftes tegen hem zullen volgen. Nu de huidige machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] op 18 december 2025 afloopt en er geen mogelijkheden zijn om [minderjarige] tijdelijk elders te plaatsen, verzoekt de GI om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor de duur van drie maanden. Hoewel een machtiging voor de duur van twee maanden mogelijk toereikend zal zijn, biedt een periode van drie maanden wat meer ruimte. Het college wil graag voorkomen dat de machtiging net niet toereikend zal zijn, waardoor er opnieuw een verlengingsverzoek zou moeten worden ingediend. Het college benadrukt hierbij dat de machtiging niet langer zal worden gebruikt dan noodzakelijk is en dat [minderjarige] , indien mogelijk, dus op een eerder moment zal worden overgeplaatst naar een (meer) open setting. Het college heeft tot slot de wens van [minderjarige] gehoord om een voogd te krijgen en zij heeft hierover al contact gehad met de Raad voor het instellen van een onderzoek. 4De standpunten van [minderjarige] en zijn advocaat 4.
- [minderjarige] heeft, samengevat, onder meer het volgende aangegeven. Volgens [minderjarige] is het al vaker gebeurd dat hij, als gevolg van een miscommunicatie vanuit de groep, niet van de zitting op de hoogte was. [minderjarige] weet wel waar het verzoek over gaat. Hij is het daar niet mee eens, omdat er steeds een nieuwe machtiging gesloten jeugdhulp wordt verzocht en verleend omdat er geen vervolgplek beschikbaar is. Dit terwijl de vorige rechter tegen hem heeft gezegd dat de machtiging op dat moment voor de laatste keer zou worden verlengd. [minderjarige] begrijpt niet waarom het college opnieuw verzoekt om een machtiging gesloten jeugdhulp voor hem te verlenen. [minderjarige] stelt voor om in de periode totdat hij de vervolgplek kan worden overgeplaatst, tijdelijk op een open crisisgroep of op de open groep van [accommodatie] te worden geplaatst. Maar hij erkent wel dat er nog steeds zorgen over hem zijn. [minderjarige] wil het liefste in [plaats 2] worden geplaatst. Maar als het niet anders kan, dan kan hij instemmen met een plaatsing in [plaats 3] . [minderjarige] heeft tot slot de wens geuit om een voogd over hem te krijgen, zodat zijn moeder niet langer de belangrijke (gezags)beslissingen over hem zal nemen. Dit omdat alles wat de moeder moet doen voor [minderjarige] , zoals het regelen van medische zaken, lang duurt. 4.
- De advocaat heeft, samengevat, onder meer het volgende aangevoerd. [minderjarige] vindt dat hij het bij [accommodatie] momenteel best goed doet. Hij heeft daar zijn draai gevonden, hij heeft aansluiting met de andere jongeren op de groep en hij gaat naar school. Maar hij is er nu klaar mee. Hij wil niet langer op de gesloten groep verblijven. Hij was gemotiveerd voor een plaatsing in [plaats 2] , maar volgens [minderjarige] heeft zijn moeder hiervoor geen toestemming gegeven. Als een plaatsing in [plaats 3] de enige mogelijkheid is, dan stemt [minderjarige] daarmee in. De advocaat vindt wel, dat in dat geval op termijn moet worden bezien of [minderjarige] alsnog in [plaats 2] kan worden geplaatst. Als tussenstap wil hij graag op een open crisisgroep of op de open groep van [accommodatie] verblijven. Gelet hierop verzoekt de advocaat primair om het verzoek van de GI af te wijzen. Subsidiair wordt verzocht om een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] te verlenen voor een beperkte duur. De advocaat benoemt tot slot, nu [minderjarige] nog in zijn proeftijd van een voorwaardelijke straf zit en er mogelijk nieuwe aangiftes tegen hem zullen worden gedaan, dat moet worden voorkomen dat hij opnieuw in een Justitiële Jeugdinstelling (JJI) wordt geplaatst. 5De beoordeling 5.
- In artikel 6.1.
- van de Jeugdwet staat dat de kinderrechter op verzoek een machtiging kan verlenen om een jeugdige in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven. Een machtiging kan slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter: jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren; de opneming en het verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken; en er geen minder ingrijpende mogelijkheden zijn om de opgroei- en opvoedingsproblemen te behandelen. 5.
- Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is besproken, overweegt de kinderrechter als volgt. Gebleken is dat [minderjarige] kampt met ernstige opvoed- en opgroeiproblematiek waardoor hij ernstig wordt belemmerd in zijn ontwikkeling richting volwassenheid. Deze problemen zien onder andere op seksueel grensoverschrijdend gedrag, het niet accepteren van grenzen en gezag, het negatieve (criminele) netwerk waarin hij zich begeeft en, in verband daarmee, het plegen van ernstige strafbare feiten. Daarnaast was er sprake van wegloopgedrag, waarbij het onduidelijk was waar en met wie [minderjarige] zich bevond. In verband hiermee heeft [minderjarige] in de afgelopen periode bescherming, begeleiding en behandeling nodig gehad in een gesloten setting. Gezien wordt dat [minderjarige] een kwetsbare jongen is die nabijheid, begrenzing en goede begeleiding nodig heeft. Gelet op de problematiek van [minderjarige] en zijn zorg- en begeleidingsbehoeften, is het niet gemakkelijk gebleken om een passende (meer) open vervolgplek voor hem te vinden. Op dit moment zijn er twee vervolgplekken in beeld: een plek in [plaats 3] en op de lange(re) termijn mogelijk een plek in [plaats 2] . In de komende weken zal [minderjarige] een aantal wenmomenten hebben bij de plek in [plaats 3] . Als hij daar wordt geaccepteerd, dan kan hij daar naar verwachting in januari 2026 worden geplaatst, zo heeft de GI gezegd. Echter, de huidige machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] loopt op 18 december 2025 af. 5.
- De kinderrechter overweegt dat een machtiging gesloten jeugdhulp niet is bedoeld voor enkel ter overbrugging van de periode totdat [minderjarige] op een (meer) open plek kan worden geplaatst. Echter zijn er op dit moment geen minder ingrijpende alternatieven om [minderjarige] (tijdelijk) te plaatsen. Totdat [minderjarige] op een passende vervolgplek kan verblijven, ziet de kinderrechter, met het oog op de problematiek van [minderjarige] en het risico op onttrekking, dan ook geen andere mogelijkheid dan het voorzetten van de opname en het verblijf van [minderjarige] in de gesloten jeugdzorg. 5.
- De GI heeft als bijlage bij het verzoek een schriftelijke verklaring van de onafhankelijke [gedragswetenschapper] overgelegd, waaruit blijkt dat de gedragswetenschapper, nadat hij [minderjarige] feitelijk heeft onderzocht, instemt met een machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] voor de (verzochte) duur van drie maanden. 5.
- De GI heeft daarnaast als bijlage bij het verzoek een schriftelijke, door de moeder ondertekende verklaring overgelegd, waaruit blijkt dat zij als enige gezaghebbende ouder van [minderjarige] instemt met het verzoek. 5.
- Gelet op het voorgaande wordt, naar het oordeel van de kinderrechter, voldaan aan de wettelijke gronden voor het verlenen van machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] . 5.
- Nu bij de GI de verwachting bestaat dat [minderjarige] in januari 2026 kan worden geplaatst op de (meer) open plek in [plaats 3] , ziet de kinderrechter aanleiding om het verzoek toe te wijzen voor de beperkte duur van twee maanden. Aangezien de huidige machtiging afloopt op 18 december 2025, zal de kinderrechter een (opvolgende) machtiging gesloten jeugdhulp voor [minderjarige] verlenen met ingang van 18 december 2025 tot 18 februari
- Het resterende deel van het verzoek zal worden afgewezen. Hoewel valt te begrijpen dat het college heeft ingezet op een machtiging voor de duur van drie maanden om iets meer tijd te hebben om de overplaatsing van [minderjarige] op een goede manier te realiseren, wil de kinderrechter met deze beslissing een signaal geven aan [minderjarige] dat hij zijn mening en bezwaren heeft gehoord en om te benadrukken dat de huidige gang van zaken, waarbij [minderjarige] langer in een gesloten setting moet blijven terwijl hij er klaar voor is om over te stappen naar een meer (open) setting, niet de bedoeling is. De kinderrechter wil hiermee ook de druk verhogen op de betrokken instanties, zonder daarbij af te doen aan de inspanningen van het college, om de overplaatsing van [minderjarige] op de kortst mogelijke termijn mogelijk te maken. 5.
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, met ingang van 18 december 2025 tot 18 februari 2026; 6.
- wijst het verzoek voor het overige af. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025 door mr. Sumner, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Wallerbos als griffier, en schriftelijk vastgesteld op 16 december
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.