← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9706

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummers: C/02/441945 / JE RK 25-2023 en C/02/441940 / JE RK 25-2022 Datum uitspraak: 30 december 2025 (Nadere) beschikking over een verlenging voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp, verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2008 in [geboorteplaats] te Bulgarije, hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. mr. M.M.W. Essenstam uit Tilburg. De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. A. Koop-van Vliet uit Breda. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling. In de zaak C/02/441945 / JE RK 25-2023: de beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 24 november 2025 en alle daarin vermelde stukken; het door de GI op 15 december 2025 overgelegde plan van aanpak van [accommodatie] van 19 november
  2. In de zaak C/02/441940 / JE RK 25-2022: het op 14 november 2025 ontvangen verzoek met bijlagen; de door de GI overgelegde brief van de Raad voor de Kinderbescherming van 25 november 2025; het door de GI overgelegde vonnis van de meervoudige strafkamer van 6 november
  3. 1.
  4. De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 30 december
  5. Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] met zijn advocaat; de vader met zijn advocaat; - een zittingsvertegenwoordiger van de GI. 1.
  6. [minderjarige] is op 30 december 2025 voor de zitting in het bijzijn van zijn advocaat ook afzonderlijk door de kinderrechter gesproken. 2De feiten 2.
  7. De vader is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  8. [minderjarige] verblijft op de hybride groep van [accommodatie] . 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 5 januari 2026 en een machtiging verleend om [minderjarige] te doen opnemen en te doen verblijven in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang 5 januari 2025 tot 5 juli
  10. 2.
  11. Bij beschikking van 1 juli 2025 heeft de kinderrechter een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 1 juli 2025 tot 1 december 2025 en een machtiging tot uithuisplaatsing verleend in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 1 juli 2025 tot 5 januari
  12. 2.
  13. In de zaak C/02/441945 / JE RK 25-2023 heeft de kinderrechter bij beschikking van 24 november 2025 een voorwaardelijke machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van 1 december 2025 tot 5 januari 2026 en is het verzoek voor het overige aangehouden. 3De verzoeken 3.
  14. In de zaak C/02/441945 / JE RK 25-2023 is aan de orde het (resterende) verzoek van de GI om de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp te verlengen tot 1 maart
  15. 3.
  16. In de zaak C/02/441940 / JE RK 25-2022 verzoekt de GI de ondertoezichtstelling van [minderjarige] en de machtiging om hem gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie jeugdhulpaanbieder te verlengen tot zijn meerderjarigheid, aldus tot [geboortedag]
  17. De GI verzoekt de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
  18. De GI heeft ter onderbouwing van de verzoeken het volgende aangegeven. [minderjarige] verblijft nog steeds op de hybride groep van [accommodatie] . Hij kan niet bij zijn vader wonen, omdat de vader onvoldoende kan bieden wat [minderjarige] nodig heeft en de regels van de woningbouw zijn verblijf daar niet toelaten. Het is nog noodzakelijk dat hij op de groep verblijft. Er is bij hem nog steeds sprake van een ernstige bedreiging van zijn ontwikkeling. Er is sprake van een verstoorde sociaal-emotionele gewetensontwikkeling. [minderjarige] heeft moeite met autoriteit en regels. Er is ook nog een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp nodig om het gedrag van [minderjarige] op de groep te kunnen blijven sturen. Zijn gedrag is namelijk onvoldoende te hanteren met alleen een reguliere machtiging tot uithuisplaatsing. Het gedrag van [minderjarige] fluctueert. Hij heeft goede momenten, waarin hij de geleerde vaardigheden laat zien en actief om hulp vraagt. Echter, in periodes van stress valt hij terug in zelfbepalend gedrag. Dan komt hij de afspraken van de groep niet na. De vader faciliteert dit door [minderjarige] bij hem te laten verblijven. Ook in de afgelopen periode is hiervan sprake geweest. [minderjarige] is op de vrijdag voor de kerstvakantie te vroeg vertrokken van de groep en na het toegestane verlof niet teruggekeerd. De laatste informatie van de groep is dat er op 24 december 2025 nog geen contact met [minderjarige] was. Het is de zittingsvertegenwoordiger niet bekend dat er een (vervolg)plan van aanpak gemaakt zou worden. De jeugdbeschermer is niet meer werkzaam bij de GI. [minderjarige] is op 6 november 2025 veroordeeld voor strafbare feiten, waarbij hij ook reclasseringstoezicht opgelegd heeft gekregen. Vanuit de jeugdbeschermer is dus een jeugdreclasseringsmedewerker betrokken. Één van de bijzondere voorwaarden is dat [minderjarige] meewerkt aan de plaatsing bij [accommodatie] . 4.
  19. [minderjarige] heeft aangegeven dat hij bij zijn vader wil wonen. Hij heeft niet de motivatie om nog in een groepssysteem te zitten. Hij heeft één keer per week behandeling van [hulpverlening] . Ook heeft hij nog begeleiding van zijn coach via [coaching] . Hij is bereid ambulante hulpverlening te accepteren als hij bij zijn vader verblijft. Hij vindt het dubbel dat hij voorwaarden heeft via de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp en door de voorwaardelijke straf. Hij heeft in november een keer de voorwaarden niet nageleefd, waardoor hij twee weken op de gesloten groep heeft verbleven. Sindsdien houdt hij zich aan de voorwaarden. Hij heeft daar geen problemen mee. Hij heeft de jeugdreclasserings-medewerker al maanden niet meer gesproken. De GI zegt dat er een vervolgplek zou worden gezocht gericht op zelfstandigheid, maar hij heeft daar al weken niets meer over gehoord. Er is ook geen nieuw plan van aanpak opgesteld. Hij verblijft nu al een week bij zijn vader. Dat gaat goed. Hij was de OV-pas van de groep kwijtgeraakt en kon daarom niet op tijd terug. Hij heeft om hulp gevraagd en is de volgende dag teruggekeerd. Zijn baantje heeft hij niet meer. Zijn baas heeft hem ontslagen, omdat zijn baas telkens aan [accommodatie] moest verantwoorden of hij daar was. Hij wil een nieuwe baan in de horeca, maar daarvoor is nodig om te weten waar hij gaat verblijven. 4.
  20. De advocaat van de vader heeft naar voren gebracht dat de jeugdreclasserings-medewerker eerder heeft aangegeven niets meer voor [minderjarige] te doen, omdat [minderjarige] niets wil. Er is vanuit de GI niets voor [minderjarige] gedaan. Er is geen nieuw plan van aanpak opgesteld en [minderjarige] en de vader zijn niet gesproken. De vraag is wat de meerwaarde is dat [minderjarige] bij [accommodatie] verblijft en er een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp is. Er moet een plan van aanpak worden gemaakt, waarin ook een wijziging van de bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke straf wordt meegenomen, want dit is gekoppeld aan het verblijf bij [accommodatie] . [minderjarige] wil niet naar een zelfstandigheidstraining. Hij wil bij zijn vader wonen. Hij wordt bijna achttien jaar en zal dan zelf een beslissing nemen. [minderjarige] krijgt behandeling via [hulpverlening] . Onduidelijk is wat de GI nog de komende maanden gaat doen. De advocaat stelt daarom voor om de maatregelen voor drie weken te verlengen onder aanhouding van de verdere verzoeken om de GI de gelegenheid te geven alsnog een nieuw plan van aanpak te maken. 5De beoordeling 5.
  21. In de beschikking van 24 november 2025 (met zaaknummer C/02/441945 / JE RK 25-2023) is opgenomen dat de GI voornemens is per direct te gaan werken aan een concreet (vervolg)plan van aanpak en dat de advocaat van de vader aan de GI heeft verzocht om bij het vervolgtraject ook de voorwaarden in de strafrechtelijke procedure te betrekken. De kinderrechter heeft geconstateerd dat de GI dit in de afgelopen weken niet heeft gedaan. Er is geen nieuw plan van aanpak overgelegd en klaarblijkelijk is er niet met [minderjarige] en de vader over gesproken. De kinderrechter vindt dit een zeer zorgelijke situatie. 5.
  22. [minderjarige] wordt over ongeveer een half jaar achttien jaar. Het is onduidelijk aan welke perspectief in dit half jaar nog wordt gewerkt binnen de ondertoezichtstelling en bij [accommodatie] . Dit maakt het uitzichtloos voor [minderjarige] . Het is de kinderrechter duidelijk dat op dit moment [minderjarige] op zijn achttiende ervoor zal kiezen om weer bij zijn vader te gaan wonen. Er is immers ook geen zicht op een alternatieve plek. In dat kader maakt de kinderrechter zich zorgen over de consequenties daarvan voor de voorwaardelijk opgelegde straf. Als bijzondere voorwaarde is immers gesteld dat [minderjarige] meewerkt aan een plaatsing bij [accommodatie] , Fasehuis of soortgelijke instantie, ook na zijn achttiende verjaardag. Er is een risico dat de Officier van Justitie van zal vragen de voorwaardelijke straf ten uitvoer te leggen. 5.
  23. De kinderrechter acht het daarom noodzakelijk dat de GI op korte termijn een concreet (vervolg)plan van aanpak opstelt, waarbij voor [minderjarige] en de vader duidelijk wordt aan welk perspectief in de komende maanden wordt gewerkt. Daarbij moet ook worden meegenomen of dit passend is in het kader van de opgelegde bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke straf en, indien nodig, daarvoor de nodige stappen te ondernemen. 5.
  24. De kinderrechter zal alle maatregelen voor een korte duur verlengen, namelijk tot 1 maart
  25. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding. De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Buiten de gesloten accommodatie kan de ernstige belemmering in de ontwikkeling naar volwassenheid alleen worden afgewend door het stellen en naleven van voorwaarden. Het is op dit moment niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. [minderjarige] heeft het plan van aanpak van [accommodatie] van 19 november 2025 met daarin de voorwaarden waar hij zich aan moet houden ondertekend en ter zitting aangegeven geen problemen te hebben met deze voorwaarden. De onafhankelijke gedragswetenschapper heeft in de instemmingsverklaring van 21 november 2025 ingestemd met de verzochte verlenging. 5.
  26. De kinderrechter zal de verdere verzoeken tot verlenging ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak met kenmerk C/02/441940 / JE RK 25-2022 aanhouden tot de zitting op [datum] 2026 om [uur] . 5.
  27. De kinderrechter verzoekt aan de GI om uiterlijk twee werkdagen voor de zitting het (vervolg)plan van aanpak over te leggen. 5.
  28. De kinderrechter heeft op de zitting met [minderjarige] besproken dat hij zich in de komende periode nog moet houden aan de afspraken met [accommodatie] . De kinderrechter vindt echter ook dat, gezien de leeftijd van [minderjarige] , er gewerkt moet worden aan ruimte voor [minderjarige] om bij zijn vader te verblijven. Daarnaast moet [minderjarige] ook zelf gaan bedenken hoe hij zijn leven wil gaan invullen na zijn achttiende verjaardag. De kinderrechter heeft daarom aan [minderjarige] gevraagd dat ook hij met een plan komt, waaruit blijkt dat hij heeft nagedacht over waar hij wil gaan verblijven, hoe hij zijn leven wil gaan inrichten, welke dagbesteding (opleiding of werk) hij wil, hoe hij zich aan de gestelde bijzondere voorwaarden zal gaan houden en aan zijn behandeling bij [hulpverlening] . Aangezien [minderjarige] bijna achttien jaar is, is het belangrijk dat hij een eigen verantwoordelijkheid hiervoor gaat nemen. Dit plan kan [minderjarige] voor de volgende zitting aan de kinderrechter laten zien. 5.
  29. Aangezien het verzoek over de voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp zal worden afgedaan, zal [minderjarige] voor de volgende zitting worden uitgenodigd voor een kindgesprek met de kinderrechter in plaats van de zitting. 5.
  30. Dit leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: inzake C/02/441945 / JE RK 25-2023: 6.
  31. verlengt de voorwaardelijke machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 5 januari 2026 tot 1 maart 2026, onder de voorwaarden welke aan [minderjarige] eerder in het plan van aanpak van [accommodatie] van 19 november 2025 zijn gesteld; inzake C/02/441940 / JE RK 25-2022: 6.
  32. verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 5 januari 2026 tot 1 maart 2026; 6.
  33. verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 5 januari 2026 tot 1 maart 2026; 6.
  34. verklaart het bepaalde onder 6.
  35. en 6.
  36. uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  37. houdt de behandeling van de resterende delen van de verzoeken tot verlenging van de ondertoezichtstelling en verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing aan tot de zitting op [datum] 2026 om [uur] (mr. Van Leuven) van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie [woonplaats] , Stationslaan 10, 4815 GW; 6.
  38. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als oproep voor die zitting voor de vader en zijn advocaat en de GI; 6.
  39. verzoekt de griffier om [minderjarige] uit te nodigen voor een gesprek met de kinderrechter op [datum] 2026 om [uur] ; 6.
  40. verzoekt aan de GI om uiterlijk twee werkdagen voor voornoemde zitting een (vervolg)plan van aanpak te overleggen, zoals aangegeven onder overweging 5.3; 6.
  41. behoudt zich verder iedere beslissing voor. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 30 december 2025 door mr Van Leuven, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Verger-Maas als griffier, en op schrift gesteld op 8 januari
  42. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW. Artikel 6.1.4, twaalfde lid jo. tweede lid, Jeugdwet (Jw).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.