RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/432819 FA RK 25-1215 27 november 2025 beschikking betreffende levensonderhoud in de zaak van 1 [de zus] , hierna te noemen [de zus] , en
- [de vrouw] , hierna te noemen de vrouw, gezamenlijk te noemen de curatoren, beiden wonende te [plaats 1] , in hun hoedanigheid van curatoren over [meerderjarige] , hierna te noemen [meerderjarige] , wonende te [plaats 2] , advocaat mr. H.C.M. Schaeken, en [de man] , wonende te [plaats 3] , hierna te noemen de man, advocaat mr. C.C.N. Cats.
- Het procesverloop 1.
- Dit blijkt uit de volgende stukken: - het op 11 maart 2025 ontvangen verzoekschrift met bijlagen; - het op 30 april 2025 ontvangen verweerschrift; - de brief van mr. Schaeken van 30 oktober 2025 tevens houdende gewijzigd verzoek met bijlagen. 1.
- De zaak is behandeld op de mondelinge behandeling van 12 november
- Bij die gelegenheid zijn verschenen partijen, bijgestaan door hun advocaten. 2De feiten 2.
- Op grond van de stellingen en overgelegde stukken staat tussen partijen het volgende vast. - [meerderjarige] is geboren uit de inmiddels verbroken relatie tussen de man en de vrouw; - [meerderjarige] is meerderjarig; hij heeft de leeftijd van 21 jaar nog niet bereikt; - bij beschikking van de kantonrechter van 20 januari 2023 is [meerderjarige] met ingang van 25 januari 2023 onder curatele gesteld met benoeming van de vrouw (zijn moeder) en [de zus] (zijn zus) tot curatoren; - er is geen rechterlijke uitspraak van kracht op grond waarvan de man een onderhoudsbijdrage ten behoeve van [meerderjarige] moet voldoen. 3Het verzoek 3.
- De curatoren verzoeken, samengevat, vaststelling van een door de man te betalen bijdrage in de kosten van levensonderhoud van [meerderjarige] van € 301,95 per maand, met ingang van 5 februari
- 4De beoordeling 4.
- De curatoren leggen aan het verzoek ten grondslag dat [meerderjarige] behoefte heeft aan een onderhoudsbijdrage van de man en dat de man de financiële draagkracht heeft een bijdrage te voldoen. 4.
- Ten aanzien van de behoefte van [meerderjarige] voeren de curatoren het volgende aan. [meerderjarige] is ernstig geestelijk gehandicapt, is door zijn beperking arbeidsongeschikt en verblijft in een woning van [stichting] . Zijn situatie is niet vergelijkbaar met een studerende jongmeerderjarige die thuis of op kamers woont. Hij zal altijd binnen een zorginstelling blijven functioneren en heeft dezelfde kosten als ieder ander. Daarom moet zijn behoefte worden bepaald aan de hand van de bijstandsnorm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder. Deze bijstandsuitkering bedraagt per 1 januari 2025 € 1.345,45 per maand. [meerderjarige] heeft daarnaast extra kosten die niet zijn begrepen in de bijstandsnorm. Deze extra kosten bedragen in totaal € 329,41 per maand, bestaande uit de niet gedekte premie zorgverzekering, het eigen risico ter zake de ziektekosten, de kosten van extra kleding ( [meerderjarige] vernielt veelvuldig zijn kleding), de kosten van bewassing en de vergoeding van de benzinekosten die de curatoren maken in verband met de bezoeken aan [meerderjarige] . De totale behoefte van [meerderjarige] bedraagt dus per 1 januari 2025 € 1.674,86 per maand. Aangezien de Wajong-uitkerking van [meerderjarige] nu, inclusief vakantietoeslag, € 1.272,25 per maand bedraagt, heeft hij nog behoefte aan een bijdrage van zijn ouders van € 402,61 per maand. 4.
- De man betwist dat [meerderjarige] behoefte heeft aan een bijdrage van zijn ouders en stelt in dit verband het volgende. Voor wat betreft de behoefte van een jongmeerderjarige moet in beginsel worden aangesloten bij de normbedragen in het kader van de Wet op de studiefinanciering (de WSF-normen). De WSF-norm voor een uitwonende student bedraagt ruim € 860,= per maand. De Wajong-uitkering van [meerderjarige] ligt hoger dan deze WSF-norm. De curatoren hebben niet inzichtelijk gemaakt dat de behoefte van [meerderjarige] hoger ligt dan zijn Wajong-uitkering. [meerderjarige] woont beschermd en heeft een indicatie op grond van de Wet Langdurige Zorg. Hij moet een inkomensafhankelijke bijdrage aan het CAK betalen voor zijn kosten van inwoning, eten en drinken. Hij is nagenoeg altijd intern en geeft bijna niets uit. De door de curatoren opgevoerde extra kosten zijn deels kosten die iedereen heeft en deels kosten die onvoldoende onderbouwd zijn. De curatoren hadden inzage kunnen geven in de werkelijke kosten van [meerderjarige] door hun jaarlijkse afrekeningen te laten zien, maar dit hebben zij, ondanks het verzoek van de man daartoe, nagelaten. Indien [meerderjarige] niet met zijn Wajong-uitkering in zijn levensonderhoud kan voorzien, moeten de curatoren onderzoeken of de hoogte van de eigen bijdrage aan het CAK kan worden aangepast of dat [meerderjarige] extra financiële ondersteuning kan krijgen door fiscale regelingen of potjes bij de gemeente. 4.
- De rechtbank overweegt als volgt. [meerderjarige] is geestelijk gehandicapt, is arbeidsongeschikt en woont beschermd bij de [stichting] . Gelet op de bijzondere situatie van [meerderjarige] kan voor wat betreft de behoefte van [meerderjarige] niet worden volstaan met een verwijzing naar de bijstandsnorm voor een zelfstandig wonende alleenstaande. Het had op de weg van de curatoren gelegen om inzage te verschaffen in de concrete kosten van [meerderjarige] , bijvoorbeeld door een recente jaarafrekening in het geding te brengen. Zelfs nadat de man in het verweerschrift om dit inzicht heeft gevraagd, hebben de curatoren dit inzicht niet gegeven. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank zich onvoldoende geïnformeerd om de behoefte van [meerderjarige] vast te kunnen stellen. Het verzoek van de curatoren om vaststelling van een door de man ten behoeve van [meerderjarige] te betalen bijdrage zal daarom worden afgewezen. 5De beslissing De rechtbank 5.
- wijst het verzoek af. Deze beschikking is gegeven door mr. Pulskens, en, in tegenwoordigheid van mr. De Wit, griffier, in het openbaar uitgesproken op 27 november
- Mededeling van de griffier: Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld: door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.