RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer / rekestnummer: 11451129 \ OV VERZ 24-5094 Beschikking van 12 augustus 2025 in de zaak van 1 [verzoeker 1] , wonende te [plaats 1] ,
- [verzoeker 2], wonende te [plaats 2] , verzoekende partijen, hierna samen te noemen: [verzoekers] , procederend in persoon, tegen [V.v.E.] , statutair gevestigd te [plaats 1] , verwerende partij, hierna te noemen: VvE, gemachtigde: mr. S.M.E. Janssen. belanghebbenden in de procedure zijn:- [belanghebbende 1] EN [belanghebbende 2], wonende te [plaats 1] , hierna te noemen: [belanghebbenden 1 en 2] , - [belanghebbende 3], die ook zelfstandig tegenverzoeker is, wonende te [plaats 1] , hierna te noemen: [belanghebbende 3] . 1De zaak in het kort 1.
- [verzoekers] zijn eigenaar van appartementen in het complex aan de [straat] te [plaats 1] en daarmee lid van de VvE van dat complex. Op 2 december 2024 heeft de algemene ledenvergadering van de VvE met 28 van de 52 stemmen besloten tot renovatie van de lift van het complex. [verzoekers] beroepen zich op nietigheid van dat besluit omdat het niet met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen is genomen en vernietiging wegens een gesteld gebrek bij de besluitvorming. De kantonrechter wijst het beroep van [verzoekers] op nietigverklaring en vernietiging van het besluit van 2 december 2024 af. 1.
- [belanghebbende 3] heeft in de procedure tegenverzoeken ingediend. Ten aanzien van die tegenverzoeken wordt [belanghebbende 3] niet ontvankelijk verklaard omdat die geen verband houden met het verzoek. 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van [verzoekers] met producties; - het verweerschrift van de VvE met producties; - het verweerschrift van [belanghebbenden 1 en 2] ; - het verweerschrift van [belanghebbende 3] met producties, met zelfstandige tegenverzoeken; - de mondelinge behandeling van 10 juni 2025 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. 2.
- De beschikking is bepaald op vandaag. 3De feiten 3.
- [verzoeker 1] is eigenaar van de appartementen aan [adres 1] en [adres 2] en de winkel aan [adres 3] te [plaats 1] . [verzoeker 2] is eigenaar van het appartement aan [adres 4] te [plaats 1] . De appartementen en winkel maken deel uit van het gebouw aan de [straat] te [plaats 1] . 3.
- Bij akte van splitsing van 20 september 2000 is het appartementencomplex aan de [straat] te [plaats 1] gesplitst in appartementsrechten (hierna: splitsingsakte). Het appartementencomplex bestaat uit 26 appartementsrechten over drie verdiepingen waarbij de verdiepingen te bereiken zijn met een trap en lift. 3.
- De appartementseigenaren, waaronder ook [verzoekers] , zijn (van rechtswege) lid van de VvE. 3.
- In de splitsingsakte is het Modelreglement 1992 van toepassing verklaard en de volgende (hier van belang zijnde) bepalingen van het Modelreglement gelden: “(…) Artikel 38 (…)
- De beslissing over het onderhoud van de gemeenschappelijke gedeelten en de gemeenschappelijke zaken berust bij het bestuur. Het bestuur kan echter geen onderhoudswerkzaamheden opdragen die een bedrag dat door de vergadering zal worden vastgesteld te boven gaan, tenzij het daartoe vooraf door de vergadering is gemachtigd. (…)
- Besluiten door de vergadering tot het doen van buiten het onderhoud vallende uitgaven die een totaal door de vergadering vast te stellen bedrag te boven gaan, kunnen slechts worden genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van het aantal uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin een aantal eigenaars tegenwoordig of vertegenwoordigd is, dat tenminste twee/derde van het totaal aantal stemmen kan uitbrengen. In een vergadering, waarin minder dan twee/derde van het in de vorige zin bedoelde maximum aantal stemmen kan worden uitgebracht, kan geen geldig besluit worden genomen. (…)” 3.
- In artikel 13 van de splitsingsakte is vermeld dat het maximum aantal stemmen 52 is. 3.
- In artikel 14 van de splitsingsakte is een bedrag van fl 2.500,00 (€ 1.134,45) genoemd tot welk bedrag het bestuur bevoegd is opdracht te geven als bedoeld in de artikelen 38 leden 2 en 5 van het Modelreglement. 3.
- Op 2 december 2024 is een extra ledenvergadering gehouden om te besluiten over renovatie van de lift – bestaande uit vervanging van het besturingssysteem, cabine en etagetableau en de sensorlijst – voor een bedrag van € 24.145,00 exclusief btw. Het bedrag is gebaseerd op een offerte van Lift Service Totaal (hierna: LST) van 5 november
- In de vergadering waren 47 van de 52 stemmen aanwezig en is met 28 stemmen voor renovatie van de lift gestemd. Tegen de renovatie waren 19 stemmen. 3.
- In de notulen van de eerdere ledenvergadering van 28 oktober 2024 is onder 5.1.b vermeld dat er geen groot onderhoud aan het complex is gepland. Het MJOP van 2025 is in de ledenvergadering van 28 oktober 2024 met een meerderheid van stemmen vastgesteld. In dat MJOP is een bedrag van € 27.286,00 begroot voor “besturing van de lift vervangen”. 4Het verzoek en het verweer 4.
- [verzoekers] verzoeken de kantonrechter om het besluit genomen op 2 december 2024 voor het vervangen van de besturing van de lift te vernietigen c.q. nietig te verklaren en [verzoekers] te vrijwaren van de liftkosten indien de werkzaamheden toch zijn uitgevoerd tegen het besluit in, met veroordeling van VvE in de kosten van de procedure, waaronder griffierecht, € 500,00 voor het opstellen van het verzoekschrift en € 200,00 voor gemaakte onkosten. 4.
- [verzoekers] leggen aan hun verzoek het volgende ten grondslag. Het besluit van 2 december 2024 over de lift is nietig c.q. vernietigbaar omdat de offerte ziet op vervanging van de lift en voor de besluitvorming daarover is 2/3 meerderheid vereist en daarvan is geen sprake. [verzoekers] hebben bij LST ook een offerte opgevraagd voor onderhoud aan de lift voor een bedrag van € 9.000,
- De offerte van LST had dus goedkoper gekund en de afspraak is gemaakt om meerdere offertes op te vragen. 4.
- VVE voert als verweer het volgende aan. Er is sprake van onderhoud van de lift en een besluit daarover kan met een gewone meerderheid van stemmen worden genomen. Die meerderheid is behaald met 28 stemmen van de in totaal 47 stemmen. In het MJOP van 2025 is vervanging van de besturing van de lift ook opgenomen met een bedrag van € 27.286,
- Er is sprake van spoedeisende werkzaamheden omdat veel bewoners op leeftijd zijn en aangewezen zijn op de lift. Alleen de commerciële eigenaren hebben tegen het besluit gestemd, maar zij dienen op grond van artikel 3 van de splitsingsakte mee te betalen aan kosten van onderhoud voor de lift. [verzoekers] dienen in de kosten van de procedure veroordeeld te worden. 4.
- [belanghebbenden 1 en 2] heeft als belanghebbende een verweerschrift ingediend. 4.
- [belanghebbende 3] heeft als belanghebbende ook een verweerschrift ingediend. [belanghebbende 3] heeft daarbij tegenverzoeken gedaan: tot toekenning van een bedrag van € 10.000,00 aan VvE ‘met oormerk woningen’ voor extra gemaakte kosten sinds 2018 voor administrateur, beheerder, mediation en rechtsbijstand; tot toekenning van een bedrag aan VvE ‘met oormerk woningen’ voor geleden immateriële schade door de bewoners; om [verzoekers] een bestuursverbod op te leggen; tot bepaling dat [verzoekers] uiterlijk 30 juni 2025 de vordering van VvE van € 37.500,00 en rente dienen te betalen aan VvE; tot bepaling dat [verzoekers] uiterlijk 30 juni 2025 de overige vanaf 1 januari 2024 nog niet betaalde bijdragen conform de splitsingsakte en het Modelreglement en rente conform artikel 6 van het Modelreglement aan VvE betalen. 5De beoordeling Inzake de verzoeken Beroep op nietigheid en vernietigbaarheid 5.
- De kantonrechter heeft na een toelichting van [verzoekers] begrepen dat zij zich beroepen op zowel nietigheid als vernietigbaarheid van het besluit van 2 december
- Nietigheid omdat niet voldaan is aan de gekwalificeerde meerderheid van stemmen op grond van de splitsingsakte en het Modelreglement. Daarnaast vernietiging omdat het besluit inhoudelijk niet redelijk is wegens het niet opvragen van meerdere offertes en er een goedkoper alternatief van dezelfde aanbieder is. 5.
- In een verzoekschriftprocedure bij de kantonrechter tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de VvE kan ook een beroep op de nietigheid van dat besluit aan de orde worden gesteld. De procedure hoeft dus niet te worden gesplitst om het beroep op de nietigheid in een afzonderlijke (dagvaardings)procedure door de rechtbank te laten beoordelen (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2020, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2020:1275). Nietigheid? 5.
- In geschil is tussen partijen of het besluit van 2 december 2024 over renovatie van de lift is te beschouwen als onderhoud waarvoor op grond van artikel 38 lid 2 van het Modelreglement slechts een meerderheid van stemmen vereist is of dat het om “ buiten het onderhoud vallende uitgaven” gaat in de zin van lid 5 van dat artikel. Voor het antwoord op die vraag komt het aan op uitleg of van “onderhoud” sprake is. 5.
- [verzoekers] voeren aan dat geen sprake is van gewoon onderhoud maar van vernieuwing. VvE betwist dit en voert aan dat het gaat om onderhoud, omdat vervanging van het besturingssysteem van de lift nodig is om de lift in gebruik te houden. 5.
- De kantonrechter volgt de uitleg van VvE. Die uitleg past binnen het systeem van het Modelreglement, namelijk dat er een gekwalificeerde meerderheid van stemmen nodig is voor kosten, waarmee je als lid geen rekening kon of hoefde te houden. Hier is sprake van vervanging van een deel van de installatie, maar dat is een uitvloeisel van onderhoud in die zin dat de lift langdurig en veilig in gebruik kan blijven. Vervanging van de besturing van de lift staat in de MJOP van 2025 ook op het programma. Met dat MJOP is door de ALV ingestemd. Het enkele feit dat in de vergadering van 28 oktober 2024 is gezegd dat er geen groot onderhoud is gepland, maakt niet dat er geen sprake meer is van onderhoud aan de lift. Zoals toegelicht bleek enige tijd later dat deze onderhoudskosten naar voren moesten worden gehaald. 5.
- Vast staat dat er in november 2024 sprake was van storing aan de lift waardoor die niet meer goed gebruikt kon worden en naar aanleiding van die storing heeft LST een offerte opgesteld. Vast staat ook dat de lift na het besluit (in het voorjaar van 2025) helemaal onbruikbaar is geworden. Die omstandigheden onderbouwen naar het oordeel van de kantonrechter dat sprake is van onderhoud aan de lift. Het feit dat er ook een offerte is van LST waarbij de liftbesturing niet werd vervangen betekent niet dat de offerte waaraan de algemene ledenvergadering goedkeuring heeft gegeven niet als onderhoud kan worden gezien. Het voorgaande leidt tot het oordeel dat voor het besluit van 2 december 2024 over de lift een volstrekte meerderheid voldoende was en hier is aan voldaan. Dit betekent dat het beroep op nietigheid van het besluit niet opgaat. Vernietiging? 5.
- [verzoekers] beroepen zich op een gebrek bij de besluitvorming omdat er niet meer offertes zijn opgevraagd. VvE heeft ter zitting aangeven dat er een onderhoudscontract voor de lift is met LST waardoor er niet aan andere partijen wordt verzocht een offerte uit te brengen als het gaat om werkzaamheden die onder onderhoud vallen. 5.
- De kantonrechter is van oordeel dat de door [verzoekers] gestelde afspraak over opvraging van meerdere offertes niet is onderbouwd en nergens uit blijkt. Vanwege het bestaande contract met LST ligt het voor de hand dat VvE aan LST een offerte heeft gevraagd voor renovatie van de lift. 5.
- Daarnaast beroepen [verzoekers] zich erop dat LST nog een offerte heeft uitgebracht die lager was en dat een goedkoper alternatief was. Ten aanzien daarvan voert VvE aan dat het geen volwaardig alternatief is en LST dat na november 2024 heeft bevestigd aan haar. 5.
- De kantonrechter is van oordeel dat [verzoekers] onvoldoende onderbouwd hebben dat de lagere offerte van LST een voldoende alternatief was en volstaan kon worden met revisie van het bestaande besturingssysteem van de lift, waarmee een kwalitatief gelijkwaardige oplossing werd bereikt. Een onderbouwing had gezien het verweer van VvE op de weg van [verzoekers] gelegen en omdat die is uitgebleven wordt ervan uitgegaan dat de andere offerte van LST geen volwaardig alternatief was. 5.
- Op grond van het voorgaande is er geen reden voor vernietiging van het besluit van 2 december 2024 en dit beroep wordt dan ook afgewezen. 5.
- Het verzoek van [verzoekers] om hen te vrijwaren van de liftkosten zal worden afgewezen. In artikel 3 van de splitsingsakte is opgenomen dat schulden en kosten voor rekening van de gezamenlijke eigenaren zijn. Hierdoor dienen ook [verzoekers] gelijk hun aandeel aan de liftkosten bij te dragen, ook al maken zij als appartementseigenaren van de winkels geen gebruik van deze lift. Inzake de tegenverzoeken 5.
- [belanghebbende 3] stelt tegenverzoeken in. Op grond van artikel 282 lid 4 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mag iedere belanghebbende een zelfstandig tegenverzoek indienen mits dit verzoek betrekking heeft op het onderwerp van het oorspronkelijke verzoek (eis van connexiteit). Aan die eis is niet voldaan. [belanghebbende 3] heeft verzoeken ingediend die allemaal zien op een ander geschil dat tussen partijen speelt. Daarnaast is ter zitting gebleken dat VvE met [verzoekers] over andere onderwerpen via hun gemachtigden in onderhandeling zijn met elkaar. [belanghebbende 3] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn tegenverzoeken. Proceskosten 5.
- In principe komen de proceskosten voor rekening van [verzoekers] omdat zij als de in het ongelijk gestelde partij moeten worden aangemerkt. Gelet op de aard van het geschil, ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Voor wat betreft de zelfstandige tegenverzoeken ziet de kantonrechter geen aanleiding om een proceskostenveroordeling uit te spreken. 6De beslissing De kantonrechter 6.
- wijst de verzoeken en de tegenverzoeken af; 6.
- compenseert de proceskosten inzake de zaak van de verzoeken, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Deze beschikking is gegeven door mr. Dijkman en in het openbaar uitgesproken op 12 augustus
- Artikel 2:14 Burgerlijk Wetboek (BW) Artikel 2:15 BW