← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9762

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/440545 / JE RK 25-1788 Datum uitspraak: 6 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2013 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats 1] , advocaat mr. mr. A.L. Witteveen uit Rotterdam, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend de RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, hierna te noemen de Raad, om de kinderrechter over het verzoek te adviseren. 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 2 oktober 2025; de brief van de vader met bijlagen, ontvangen op 3 november
  2. 1.
  3. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 6 november
  4. Daarbij waren aanwezig: de moeder bijgestaan door haar advocaat; de vader; - een vertegenwoordigster van de Raad; - twee vertegenwoordigers van de GI. Aan de rechter in opleiding, die meeliep met de Raad, is bijzondere toegang verleend. 1.
  5. Gelet op de nauwe samenhang van de door de GI ingediende verzoeken met kenmerk C/02/440533 / JE RK 25-1785 (verlenging ondertoezichtstelling) en kenmerk C/02/440551 / JE RK 25-1790 (bekrachtiging schriftelijke aanwijzing), zijn deze verzoeken gelijktijdig mondeling behandeld. Op de verzoeken van de GI is bij afzonderlijke beschikking beslist. 1.
  6. De kinderrechter heeft [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar hun mening gevraagd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hierover telefonisch een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  7. De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
  8. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen bij hun moeder. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 november 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] verlengd met ingang van 7 november 2024 tot 7 november
  10. 2.
  11. De kinderrechter heeft bij beschikking van 3 augustus 2017 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld. De rechtbank bepaalt dat de minderjarigen, voornoemd, in het kader van de vaststelling van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, bij de vader zullen zijn: een weekend in de veertien dagen, waarbij de moeder de kinderen op vrijdagavond naar [restaurant] in [plaats 2] brengt alwaar zij de kinderen om 18:00 uur aan de vader overdraagt en de vader de kinderen op zondag naar het [hotel] in [plaats 3] brengt, alwaar hij de kinderen om 16:30 uur overdraagt aan de moeder. 3Het verzoek 3.
  12. De GI verzoekt de door de kinderrechter op 3 augustus 2017 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt te wijzigen: - het contact tussen vader en [minderjarige 2] 1 keer per 2 weken vindt plaats op neutraal terrein en onder begeleiding van een professional, waarbij de GI is belast met de regie over een mogelijke uitbreiding van de regeling (qua frequentie, duur, locatie en vorm (wel of geen begeleiding), in samenwerking met [hulpverlening] ; - de GI is belast met de regie over het contactherstel tussen vader en [minderjarige 1] , waarbij er zo mogelijk zal worden toegewerkt naar een regeling waarbij vader en [minderjarige 1] eveneens 1 keer per 2 weken contact met elkaar hebben op neutraal terrein, onder begeleiding van een professional, welke regeling vervolgens zo mogelijk door de GI kan worden uitgebreid (qua frequentie, duur, locatie en vorm (wel/niet begeleid), in samenwerking met [hulpverlening] ; - dan wel een zodanige contactregeling tussen vader en [minderjarige 2] en vader en [minderjarige 1] vast te stellen als uw rechtbank juist acht. 3.
  13. Tevens verzoekt de GI om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten De GI 4.
  14. Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. Ten tijde van de vorige zitting waren er ernstige zorgen over de strijd tussen de ouders en de kinderen die enorm klem zitten. Ondanks alle zittingen, gesprekken en interventies vanuit de hulpverlening is de situatie nog niet verbeterd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden steeds meer in hun ontwikkeling bedreigd en er is geen zicht op verandering. De complexe scheiding tussen de ouders, de zorgen van de vader over onveiligheid bij de moeder en het feit dat er geen enkele vooruitgang is, zorgen ervoor dat de strijd steeds verder verhardt. [minderjarige 2] geeft aan graag bij haar vader te willen wonen en doet zorgelijke uitspraken over de situatie bij de moeder thuis. Er zijn echter geen signalen dat sprake is van (fysieke) mishandeling door de moeder. [minderjarige 2] trekt zich bij de moeder terug, zoekt conflicten op om deze vervolgens op te nemen en ervaart weinig ruimte om samen met haar moeder en [minderjarige 1] leuke dingen te doen. Het lijkt alsof ze het alleen bij vader leuk ‘mag’ hebben. 4.
  15. In de zomervakantie van 2025 heeft de moeder in de telefoon van [minderjarige 2] een WhatsApp gesprek aangetroffen tussen de vader en [minderjarige 2] over het maken van geluidsopnames in de thuissituatie van de moeder. De vader instrueert [minderjarige 2] hierin over hoe zij dit moet doen en geeft aan dat zij de opnames niet direct naar de GI, maar eerst naar hem moet sturen. De GI vindt het erg zorgelijk dat [minderjarige 2] op afstand wordt aangestuurd om zulke opnames te maken. Hiermee krijgt [minderjarige 2] het signaal dat zij bewijs moet verzamelen en dat zij verantwoordelijk is voor het beïnvloeden van de situatie. Dat is een rol die niet bij een kind hoort. De vader lijkt zich er onvoldoende van bewust hoe schadelijk dit is voor [minderjarige 2] . De GI vindt dat de vader een grote rol speelt in het niet accepteren van het hoofdverblijf van [minderjarige 2] bij de moeder. 4.
  16. Bij de moeder is eerder vastgesteld dat sprake is van goed genoeg ouderschap. Er zijn geen directe zorgen over de fysieke veiligheid van [minderjarige 2] bij de vader, maar er bestaan wel grote zorgen over haar emotionele veiligheid en de mate waarin zij bij de vader wordt belast. Gelet op het voorgaande is de GI van mening dat het contact tussen de vader en [minderjarige 2] beperkt moet worden tot begeleide contacten, te beginnen met één keer per twee weken. De GI is zich ervan bewust dat dit een keuze is tussen twee kwaden en dat het verzoek niet aansluit bij [minderjarige 2] ’s wens. Tegelijkertijd ziet de GI dat de vader de moeder blijft diskwalificeren, geen emotionele toestemming geeft voor het verblijf van [minderjarige 2] bij de moeder en [minderjarige 2] onvoldoende ruimte biedt om haar leven daar op te bouwen. [minderjarige 1] heeft momenteel geen contact met haar vader. Ook voor haar wordt verzocht om de contacten te beperken tot begeleide momenten, omdat [minderjarige 1] eerder heeft aangegeven wel open te staan voor contact wanneer hierbij een begeleider aanwezig is. 4.
  17. De GI spreekt de hoop uit dat binnen twee maanden weer gestart kan worden met het opbouwen naar onbegeleid contact tussen de vader en [minderjarige 2] . De GI wil de ontwikkelingen hierin de komende tijd volgen. Nu [hulpverlening] betrokken is, kunnen de uitkomsten van dit hulpverleningstraject daarbij worden meegenomen. De vader 4.
  18. Door de vader is, samengevat, het volgende aangegeven. Ten aanzien van [minderjarige 1] kan hij zich vinden het in het verzoek. Hij is het ermee eens dat samen met [vereniging] gekeken kan worden hoe contactherstel vormgegeven kan worden. De vader wil graag weer contact met [minderjarige 1] , maar hij wil geen druk op haar leggen. Met betrekking tot [minderjarige 2] kan hij zich niet vinden in het verzoek. Hij geeft aan dat hij zijn best doet en niet de indruk heeft dat hij [minderjarige 2] belast. Volgens hem komt [minderjarige 2] zelf met vragen en probeert hij deze zo goed mogelijk te beantwoorden. De vader krijgt nu ondersteuning vanuit [hulpverlening] en geeft aan dat hij al goede stappen zet. Als [minderjarige 2] nu met vragen komt, dan verwijst hij naar de GI of de hulpverlening. Hij verzoekt daarom om de uitkomsten van dit traject af te wachten voordat er zo’n ingrijpende beslissing wordt genomen. De moeder 4.
  19. Door en namens de moeder is, samengevat, naar voren gebracht dat zij achter het verzoek van de GI staat. Zij is zich ervan bewust dat het een ingrijpend verzoek is, maar zij vindt begeleide omgang op dit moment noodzakelijk. Het is niet de bedoeling dat de omgang voor altijd begeleid blijft, maar de huidige zorgelijke situatie vraagt om ingrijpen. De vader belast [minderjarige 2] met zaken die niet bij een kind horen. Er is al een schriftelijke aanwijzing gegeven waar de vader zich niet aan houdt, en [minderjarige 2] komt hierdoor steeds meer klem te zitten. Ook in het belang van [minderjarige 1] vindt de moeder begeleide omgang belangrijk. Er is nog een mogelijkheid bij [minderjarige 1] tot contactherstel met haar vader, mits dit onder begeleiding plaatsvindt. De moeder gaat opnieuw contact opnemen met [vereniging] , omdat [minderjarige 1] nu nog op de wachtlijst staat. De moeder ondersteunt het verzoek van de GI, omdat zij van mening is dat de vader eerst veranderingen in zijn houding en gedrag moet laten zien. De Raad 4.
  20. De Raad adviseert, samengevat, als volgt. Er zijn grote zorgen over de situatie. Het verzoek van de GI is ingrijpend en vereist een zorgvuldige afweging. De Raad heeft hierbij gekeken naar zowel de wens van [minderjarige 2] en haar vader als naar het belang van het beperken van het contact vanwege de zorgen. Wanneer een kind op deze manier wordt beïnvloed, kan dit schadelijke gevolgen hebben. Op dit moment is de Raad van oordeel dat het contact tussen [minderjarige 2] en de vader nog niet hoeft te worden beperkt. Wel is het van groot belang dat er daadwerkelijk een kentering komt, omdat het voortduren van deze situatie erg schadelijk is voor haar. Ten aanzien van [minderjarige 1] kan het verzoek wel worden toegewezen. 5De beoordeling Wettelijk kader 5.
  21. Op grond van artikel 1:265g, eerste lid, BW kan de kinderrechter op verzoek van de gecertificeerde instelling voor de duur van de ondertoezichtstelling een zorgregeling of omgangsregeling vaststellen of wijzigen voor zover dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk is. 5.
  22. De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 5.
  23. Uit het derde lid van voormeld artikel volgt dat, zodra de ondertoezichtstelling is geëindigd, de op grond van het eerste lid vastgestelde regeling als een regeling als bedoeld in artikel 1:253a, lid 2, onder a BW. Dit betekent dat de vastgestelde zorg- en contactregeling doorloopt, ondanks dat de ondertoezichtstelling is geëindigd. Inhoudelijke beoordeling 5.
  24. Naar aanleiding van de overgelegde stukken en wat er tijdens de zitting is gebleken, overweegt de kinderrechter als volgt. De kinderrechter heeft samen met alle betrokkenen ernstige zorgen over de situatie van de kinderen. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zitten klem in de strijd tussen hun ouders, wat hun ontwikkeling ernstig bedreigt. In de afgelopen jaren hebben de kinderen veel spanningen en ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt. 5.
  25. Ten aanzien van [minderjarige 1] zal de kinderrechter het verzoek toewijzen. Momenteel heeft zij geen contact met haar vader, maar hier is nog wel een opening voor. De GI krijgt de volledige regie over de opbouw van het contactherstel en zal hierin de uitkomsten van de hulpverlening via [vereniging] betrekken. De kinderrechter vindt het positief dat alle betrokkenen deze werkwijze ondersteunen. 5.
  26. Wat betreft [minderjarige 2] heeft ook de kinderrechter grote zorgen over haar emotionele veiligheid en de mate waarin zij bij haar vader wordt belast. Deze situatie waarin [minderjarige 2] zich al jaren bevindt is uiterst schadelijk voor haar en mag niet voortduren. Tegelijkertijd is er onvoldoende zicht op hoe [minderjarige 2] zal reageren op de verzochte drastische beperkingen in het contact met haar vader en of dit mogelijk verdere psychische schade zal veroorzaken. Momenteel is [hulpverlening] betrokken als hulpverleningsinstantie en die zal de komende periode intensief met de ouders aan de slag gaan. Ook komt er een kindbehartiger voor [minderjarige 2] . Om zicht te krijgen op de verschillende dynamieken, is het naar het oordeel van de kinderrechter van belang dat de huidige contactsituatie niet wordt gewijzigd. De kinderrechter wil daarom het verloop en de uitkomsten van deze hulpverlening een aantal maanden afwachten. De kinderrechter hoopt dat in deze periode positieve stappen kunnen worden gezet, aangezien verandering wel noodzakelijk is. Gelet hierop wordt het verzoek ten aanzien van het beperken van het contact tussen [minderjarige 2] en de vader aangehouden voor een periode van drie maanden. 5.
  27. De kinderrechter verzoekt aan de GI om uiterlijk twee weken voorafgaand aan de volgende zitting schriftelijk verslag uit te brengen over de actuele stand van zaken, waarbij in elk geval de visie van [hulpverlening] ten aanzien van de contactbeperking tussen [minderjarige 2] en de vader wordt overgelegd en tevens haar standpunt kenbaar te maken over het aangehouden deel van het verzoek. 5.
  28. De kinderrechter zal [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet opnieuw uitnodigen voor een kindgesprek, maar verzoekt de GI om bij de kinderen na te gaan of hier behoefte aan is. Als zij behoefte hebben aan een gesprek, kan dit uiteraard (telefonisch) met de kinderrechter plaatsvinden. De kinderrechter vraagt de GI om dit in dat geval tijdig door te geven. 5.
  29. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
  30. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  31. wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt deze als volgt: - de GI is belast met de regie over het contactherstel tussen vader en [minderjarige 1] , waarbij er zo mogelijk zal worden toegewerkt naar een regeling waarbij vader en [minderjarige 1] eveneens 1 keer per 2 weken contact met elkaar hebben op neutraal terrein, onder begeleiding van een professional, welke regeling vervolgens zo mogelijk door de GI kan worden uitgebreid (qua frequentie, duur, locatie en vorm (wel/niet begeleid), in samenwerking met [hulpverlening] ; 6.
  32. verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad; 6.
  33. houdt de behandeling van het verzoek ten aanzien van [minderjarige 2] aan roept de GI, de Raad, de moeder en haar advocaat en de vader op te verschijnen tijdens de zitting van de kinderrechter (mr. Phillips) in de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, in het gerechtsgebouw aan Stationslaan 10 te Breda, op [datum] 2026 om [uur], teneinde op het resterende verzoek te worden gehoord; 6.
  34. bepaalt dat een afschrift van deze beschikking geldt als een oproep voor de GI, de Raad, de moeder en haar advocaat en de vader voor deze zitting; 6.
  35. behoudt zich iedere verdere beslissing voor. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 november 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 20 november
  36. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.