RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/440627 / JE RK 25-1812 Datum uitspraak: 12 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING EN JEUGDRECLASSERING, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2022 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. S.M.E. van Fraaijenhove van der Maas uit Breda, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [woonplaats] , advocaat mr. A.E. Voorvaart-Kuik uit Breda. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 oktober 2025; de brief van de GI, ontvangen op 16 oktober
- 1.
- De mondelinge behandeling heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 12 november
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - de vader, bijgestaan door met zijn advocaat; - een vertegenwoordigster van de GI. 1.
- Aan mevr. [persoon 1] , begeleidster van de moeder vanuit [hulpverlening] , en aan mevr. [persoon 2] , begeleidster van de vader vanuit [hulpverlening] , is bijzondere toegang verleend om de mondelinge behandeling bij te wonen. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] woont bij zijn moeder. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 5 september 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 18 september 2025 tot 18 september
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten De GI 4.
- Ter onderbouwing van het verzoek voert de GI, samengevat, het volgende aan. [minderjarige] woont samen met zijn moeder in een ouder-kind voorziening van [hulpverlening] . Er zijn zorgen over de draagkracht van de moeder. Zij ervaart veel stress door verschillende omstandigheden die in haar leven spelen. Daarnaast volgt zij op dit moment traumabehandeling en start zij binnenkort met EMDR. Deze behandeling maakt veel los bij haar, waardoor zichtbaar is dat haar draagkracht vermindert en zij overvraagd raakt. Hierdoor is zij (emotioneel) onvoldoende beschikbaar voor [minderjarige] . Hoewel de moeder zich inzet en bereid is hulp te accepteren, lukt het haar momenteel niet om volledig de opvoeding van [minderjarige] op zich te nemen. Hierdoor ontstaan er spanningen in huis, waar [minderjarige] getuige van is. De moeder omschrijft zelf dat haar emmertje dan overloopt en het dan misgaat. Zij kan op zo’n moment gaan schreeuwen of met spullen gooien. Het gedrag is niet op [minderjarige] gericht, er zijn dus geen zorgen over zijn fysieke veiligheid, maar wel over zijn emotionele veiligheid. Om een beschikbare opvoeder voor [minderjarige] te kunnen zijn, is het belangrijk dat de moeder de ruimte krijgt om aan haar eigen herstel te werken. Daarvoor is het belangrijk dat de moeder wordt ontlast, zodat in alle rust gekeken kan worden wat zij op dat moment in haar proces aankan. Om dit te realiseren is het voorstel dat [minderjarige] in de weekenden gaat logeren in een gezinshuis. Binnen [hulpverlening] is er een gezinshuis beschikbaar dat deze opvang kan bieden en waar op dit moment ruimte is. De logeerweekenden zijn bedoeld om de moeder te ondersteunen in haar behandelingstraject en haar de rust en ruimte te geven om aan zichzelf te werken, en aan de andere kant [minderjarige] stabiliteit en continuïteit te bieden. Gelet op het voorgaande verzoekt de GI een deeltijdmachtiging uithuisplaatsing voor de weekenden – van vrijdagmiddag tot en met zondag – voor de duur van de ondertoezichtstelling. De moeder 4.
- Door en namens de moeder is, samengevat, aangegeven dat zij achter het verzoek staat. Zij begrijpt dat deze oplossing haar in de weekenden gaat ontlasten, waardoor zij ruimte krijgt om met haar therapie aan de slag te gaan. De moeder wil graag een beschikbare en betrokken opvoeder voor [minderjarige] blijven. In het belang van [minderjarige] is het goed dat er meer rust ontstaat, zodat de moeder op de andere dagen beter beschikbaar kan zijn voor hem. De moeder staat achter het verzoek voor de duur van de ondertoezichtstelling. De vader 4.
- Door en namens de vader is, samengevat, aangegeven dat hij de noodzaak van de machtiging tot uithuisplaatsing ziet. Hij zou alleen graag zien dat [minderjarige] in het weekend naar hem toekomt in plaats van naar een gezinshuis van [hulpverlening] te gaan. De vader vindt het moeilijk dat hij momenteel zo weinig contact heeft met [minderjarige] en dat er geen zicht is op uitbreiding van het contact. Hij stemt daarom in met het verzoek, met daarbij wel de vraag aan de GI om te gaan onderzoeken of er in de weekenden contact tussen hem en [minderjarige] mogelijk kan zijn, in welke vorm dan ook. 5De beoordeling 5.
- Op grond van artikel 1:265b lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. 5.
- Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in de weekenden noodzakelijk is in het belang van zijn verzorging en opvoeding. Gebleken is dat er op dit moment zorgen zijn over de draagkracht van de moeder. Zij ervaart de laatste tijd veel stress en is gestart met traumabehandeling. Binnenkort zal zij ook starten met EMDR. De kinderrechter complimenteert de moeder dat zij actief aan zichzelf werkt, en begrijpt dat deze behandeling veel van haar vraagt. Hoewel de moeder zich goed inzet en bereid is hulp te aanvaarden, is zij op dit moment (emotioneel) onvoldoende beschikbaar voor [minderjarige] en lukt het haar minder goed om de rust te bewaren. Dit leidt tot spanningen in huis, zoals schreeuwen of gooien met spullen. [minderjarige] is hier meerdere keren getuige van geweest. Er zijn geen zorgen over zijn fysieke veiligheid, maar zijn emotionele veiligheid komt hiermee wel in het geding. 5.
- Om de moeder de gelegenheid te geven zich te richten op haar herstel en de traumabehandeling, en [minderjarige] tegelijkertijd stabiliteit en rust te bieden, is het noodzakelijk dat de moeder in de weekenden wordt ontlast. Binnen [hulpverlening] is er een passend gezinshuis beschikbaar waar [minderjarige] in de weekenden kan verblijven. 5.
- De kinderrechter zal het verzoek van de GI daarom toewijzen. Dit betekent dat er een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend voor de periode van vrijdag na het kinderdagverblijf tot zondagmiddag, in een gezinsgerichte accommodatie. De kinderrechter merkt daarbij op dat het verzoek wordt toegewezen voor een plaatsing in een gezinshuis van [hulpverlening] . De machtiging zal worden verleend voor de duur van de ondertoezichtstelling. 5.
- De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verleent een deeltijdmachtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een gezinsgerichte accommodatie (gezinshuis van [hulpverlening] ) – voor ieder weekend van vrijdagmiddag tot zondagmiddag - met ingang van 12 november 2025 tot 18 september 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025 door mr. Van Triest, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 21 november
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.