RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/440820 / JE RK 25-1847 Datum uitspraak: 18 november 2025 Beschikking van de kinderrechter over een wijziging van de verdeling van zorg- en opvoedingstaken in de zaak van STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2016 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] , advocaat mr. J.J. Bronsveld uit Bergen op Zoom, waargenomen door zijn kantoorgenoot mr. W.J. Jurgers, [de vader] , hierna te noemen de vader, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 oktober
- 1.
- De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 18 november
- Daarbij waren aanwezig: de moeder, bijgestaan door haar advocaat; de vader; - een vertegenwoordiger van de GI. 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze mogelijkheid geen gebruik gemaakt. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] heeft haar hoofdverblijf bij de vader. Er is een zorgregeling vastgesteld tussen [minderjarige] en de moeder, op grond waarvan zij elke woensdag en om het weekend contact met elkaar hebben. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 21 mei 2025 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd met ingang van 30 mei 2025 tot 30 november
- 2.
- De kinderrechter heeft bij beschikking van 16 juni 2020 de volgende verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld: [minderjarige] is bij haar moeder van maandag na schooltijd tot vrijdag ochtend voor schooltijd. [minderjarige] is bij haar vader van vrijdag na schooltijd tot maandag ochtend voor schooltijd. 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de door de kinderrechter op 16 juni 2020 vastgestelde verdeling van de zorg- en opvoedingstaken als volgt te wijzigen: [minderjarige] zal om het weekend in de even weken bij moeder zijn, van vrijdag uit school tot zondag 16.00 uur. Moeder haalt [minderjarige] op uit school en vader haalt [minderjarige] op zondag bij moeder op. [minderjarige] zal iedere woensdag na school tot 18.30 uur bij moeder zijn. Moeder haalt [minderjarige] uit school op en vader haalt [minderjarige] in de avond bij moeder op. Voor een verdeling in vakanties, feestdagen en andere extra dagen wordt verwezen naar het laatste ouderschapsplan dat ouders hebben gemaakt. 3.
- Tevens verzoekt de GI om de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- De GI geeft ter onderbouwing van het verzoek, samengevat, aan dat de ouders de afgelopen periode een ouderschapsplan hebben opgesteld, waarin zij afspraken hebben gemaakt over de zorg- en opvoedingstaken. De GI en de ouders willen de gemaakte afspraken laten vastleggen vóór het afronden van de ondertoezichtstelling. In het verzoek staat een typefout: er staat ‘iedere woensdag na school tot 18:30 uur’, terwijl in het ouderschapsplan 18:00 uur staat. De GI verzoekt om de regeling te volgen zoals is opgenomen in het ouderschapsplan. De ouders regelen de afspraken onderling goed, dit verloopt soepel en dat is erg fijn. 4.
- De moeder geeft, samengevat, aan dat zij in haar hart liever een andere situatie had gewild. Desondanks is zij van mening dat het, in het belang van [minderjarige] , op deze manier het beste is. Zij staat achter het verzoek. 4.
- De vader geeft aan dat hij achter het verzoek tot wijzigen van de zorg- en opvoedingstaken staat. 5De beoordeling 5.
- Ingevolge artikel 1:265g lid 1 van het Burgerlijk Wetboek kan de kinderrechter gedurende de ondertoezichtstelling op verzoek van de GI een verdeling van de zorg- en opvoedtaken wijzigen of vaststellen indien dat in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is. 5.
- De kinderrechter kan de hiervoor genoemde regeling wijzigen op de grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd, of dat bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. 5.
- De kinderrechter constateert dat de ouders de afgelopen periode veel positieve stappen hebben gezet, waaronder het opstellen van een ouderschapsplan. Hieruit is een nieuwe verdeling van de zorg- en opvoedingstaken voortgekomen. De ouders regelen de afspraken onderling op een goede manier. Dat is voor hen heel fijn, maar voornamelijk ook voor [minderjarige] . In het belang van [minderjarige] zal de kinderrechter het verzoek toewijzen. 5.
- De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
- Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- wijzigt de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en bepaalt deze als volgt: [minderjarige] zal om het weekend in de even weken bij moeder zijn, van vrijdag uit school tot zondag 16.00 uur. Moeder haalt [minderjarige] op uit school en vader haalt [minderjarige] op zondag bij moeder op. [minderjarige] zal iedere woensdag na school tot 18.00 uur bij moeder zijn. Moeder haalt [minderjarige] uit school op en vader haalt [minderjarige] in de avond bij moeder op. Voor een verdeling in vakanties, feestdagen en andere extra dagen wordt verwezen naar het laatste ouderschapsplan dat ouders hebben gemaakt. 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 november 2025 door mr. Phillips, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 1 december
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.