← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9767

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/441911 / JE RK 25-2013 Datum uitspraak: 8 december 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, Zeeland–West-Brabant, Breda, hierna te noemen de Raad, over [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende op een bij de rechtbank bekend adres, advocaat mr. M. Hofland uit Breda. De kinderrechter merkt als informant aan: STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, locatie Etten-Leur, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI). 1Het verloop van de procedure 1.

  1. De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 14 november 2025; het rapport van de Raad van 21 november 2025, ontvangen op 21 november
  2. 1.
  3. De zitting heeft, met gesloten deuren, plaatsgevonden op 8 december
  4. Daarbij waren aanwezig: - de moeder, bijgestaan door haar advocaat; - een vertegenwoordiger van de Raad; - drie vertegenwoordigers van de GI. 1.
  5. De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat zij heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
  6. De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
  7. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 september 2025 [minderjarige] voorlopig onder toezicht gesteld met ingang van 30 september 2025 tot 16 december
  8. 2.
  9. De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 24 september 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder dan wel in een gezinsgerichte voorziening met ingang van 30 september 2025 tot 16 december
  10. 2.
  11. Op grond van voornoemde machtiging verblijft [minderjarige] op een vakantiepark met 24-uurs zorg vanuit [jeugdhulporganisatie] . 3Het verzoek 3.
  12. De Raad verzoekt [minderjarige] onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de Raad een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De Raad verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
  13. Ter onderbouwing van het verzoek voert de Raad, samengevat, het volgende aan. Na de uitspraak machtiging tot uithuisplaatsing is [minderjarige] geplaatst binnen een crisisgroep. Er was geen uitzicht op een passende vervolgplek, maar na tien dagen is de crisisplaatsing wel beëindigd. De GI heeft vervolgens geprobeerd een geschikte plek voor [minderjarige] te realiseren, maar dit is niet gelukt. Hierdoor is [minderjarige] tijdelijk teruggeplaatst bij de moeder thuis, wat geheel niet wenselijk was. Uiteindelijk is [minderjarige] , na wederom escalaties in de thuissituatie, geplaatst binnen de setting waar zij momenteel verblijft: een vakantiepark in [plaats] , met begeleiding vanuit [jeugdhulporganisatie] . Er bestaan nog steeds veel zorgen over [minderjarige] . Zij groeit op in een instabiele opvoedsituatie, waarbij zij onveiligheid heeft meegemaakt. [minderjarige] laat zelfbepalend gedrag zien en is moeilijk te begrenzen. Er zijn zorgen over de emotieregulatie van [minderjarige] . Daarnaast is sprake van een complexe en verstoorde dynamiek tussen [minderjarige] en haar moeder. 4.
  14. Gelet op het voorgaande acht de Raad een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Het is noodzakelijk dat er aansturing blijft plaatsvinden vanuit het gedwongen kader, met de inzet van passende hulpverlening. De komende tijd zal de hulpverlening zich richten op het herstellen van het contact tussen de moeder en [minderjarige] . [minderjarige] beschikt niet over een vaste steunfiguur of vertrouwenspersoon bij wie zij terechtkan of die naast haar staat. Het is wenselijk dat er een vertrouwenspersoon bij [minderjarige] wordt betrokken die haar kan ondersteunen. Daarnaast is de Raad van mening dat de focus meer dient te liggen op de onderliggende problematiek en de mentale toestand van [minderjarige] . Er heeft tot op heden geen diagnostiek plaatsgevonden waarin haar ervaringen uit het verleden en een mogelijke psychische erfelijke kwetsbaarheid zijn meegenomen. De Raad gunt [minderjarige] een hulpverleningstraject waarin aandacht is voor haar als persoon, haar kwetsbaarheden, haar verleden en haar mentale gezondheid. Een machtiging tot uithuisplaatsing is daarnaast noodzakelijk, aangezien er op korte termijn geen basis is voor thuisplaatsing. Er wordt nog gezocht naar een passend woonperspectief en passende diagnostiek. De Raad verzoekt daarom een ondertoezichtstelling en een machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van twaalf maanden. 4.
  15. Door en namens de moeder is, samengevat, het volgende aangegeven. Gisteren heeft zich opnieuw een incident voorgedaan op het vakantiepark waar [minderjarige] verblijft. Dit is heel vervelend, en de moeder geeft aan dat er de afgelopen periode meer stappen achteruit zijn gezet dan vooruit. Er wordt veel beloofd, maar zij heeft het gevoel dat er niks wordt gedaan. [minderjarige] zal nu worden geplaatst bij [accommodatie] . De moeder is het met de Raad en de GI eens dat er zo spoedig mogelijk diagnostiek en passende hulpverlening moet worden ingezet. [minderjarige] heeft duidelijke kaders en voorwaarden nodig. De voorkeur van de moeder gaat uit naar Almata boven [accommodatie] , maar zij stemt wel in met het verzoek van de Raad. 4.
  16. De GI geeft, samengevat, aan dat zij vanaf het begin van de voorlopige ondertoezichtstelling op zoek was naar een passende plek voor [minderjarige] . Het was duidelijk dat de thuissituatie bij de moeder onwenselijk was. Het proces is echter heel moeizaam verlopen. In de regio is geen passend zorgaanbod beschikbaar. Daarnaast was [minderjarige] geplaatst op een camping met twee begeleiders, zonder onderliggende methodiek, waarbij de hulpverlening was belegd bij het interventiepunt. De GI heeft hier voortdurend bovenop gezeten en is blijven zoeken naar passende hulp. Desondanks is het niet gelukt om hulpverlening van de grond te krijgen, mede doordat het interventiepunt verantwoordelijk was maar er niet uitkwam. Dit heeft geleid tot veel frustratie. [minderjarige] zal nu morgen worden overgeplaatst naar [bedrijf] in Rotterdam. Morgen vindt tevens een gesprek plaats met alle betrokken hulpverleningsinstanties, waaronder Open Door, Zorgcoördinator Hulp en Daadkracht, de gedragswetenschapper van Almata, de moeder en de GI. In dit overleg zal worden besproken hoe het zorgaanbod voor [minderjarige] verder vormgegeven dient te worden. De GI spreekt haar complimenten uit richting de moeder, die ondanks de moeizame periode nog steeds betrokken blijft. De GI hoopt dat er op korte termijn passende hulp voor [minderjarige] kan worden gerealiseerd. 5De beoordeling Wettelijk kader 5.
  17. Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en; b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.
  18. Op basis van artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. Inhoudelijke beoordeling 5.
  19. Uit de overgelegde stukken en hetgeen is besproken tijdens de zitting blijkt dat er veel zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van [minderjarige] zijn. [minderjarige] heeft veel meegemaakt en laat forse gedragsproblemen zien in de thuissituatie bij de moeder. Er is sprake van een complexe en verstoorde dynamiek tussen [minderjarige] en de moeder, met terugkerende escalaties als gevolg. Na de uitspraak over de machtiging tot uithuisplaatsing is [minderjarige] binnen een crisisgroep geplaatst. Hoewel er geen geschikte vervolgplek beschikbaar was, eindigde de crisisplaatsing na tien dagen. De GI heeft daarna geprobeerd een passende plek voor [minderjarige] te vinden, maar dit is niet gelukt. Hierdoor is [minderjarige] tijdelijk teruggeplaatst bij de moeder. Na escalaties in de thuissituatie is [minderjarige] uiteindelijk geplaatst op een vakantiepark in [plaats] , waar zij momenteel verblijft. De GI is op zoek gegaan naar een passende plek voor [minderjarige] . Ondanks deze inzet lukte het niet om hulpverlening van de grond te krijgen, mede doordat het interventiepunt hiertussen zat en geen oplossing kon bieden. De kinderrechter begrijpt dat deze periode voor de GI frustrerend is geweest, doordat er veel inzet was maar de gewenste resultaten uitbleven. De kinderrechter spreekt haar waardering uit voor de GI, en ook voor de moeder vanwege hun betrokkenheid en blijvende inzet voor [minderjarige] . 5.
  20. De kinderrechter is gelet op het voorgaande van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Ook is de kinderrechter van oordeel dat de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van haar verzorging en opvoeding. De kinderrechter zal [minderjarige] daarom onder toezicht stellen, en een machtiging tot uithuisplaatsing verlenen voor de duur van een jaar. 5.
  21. In de komende periode zal worden onderzocht welk hulpaanbod het meest passend is voor [minderjarige] en hoe dit verder vormgegeven kan worden. De nadruk ligt hierbij ook op de onderliggende problematiek en de mentale gezondheid van [minderjarige] . Het is van belang dat er diagnostisch onderzoek plaatsvindt, waarbij rekening wordt gehouden met wat [minderjarige] heeft meegemaakt en waarbij aandacht wordt besteed aan haar psychische kwetsbaarheid. Verder zal er worden ingezet op contactherstel tussen [minderjarige] en haar moeder. Er dient nog veel te worden opgestart en ingezet, waarbij betrokkenheid en regie vanuit de GI noodzakelijk is. 5.
  22. De kinderrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 5.
  23. Het voorgaande leidt tot de volgende beslissing. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
  24. stelt [minderjarige] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant met ingang van 8 december 2025 tot 8 december 2026; 6.
  25. verleent een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder met ingang van 8 december 2025 tot 8 juni 2026; 6.
  26. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 december 2025 door mr. Maandag, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. Van Krieken als griffier, en op schrift gesteld op 19 december
  27. Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.