RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Tilburg zaak/rolnr.: 11488261 CV EXPL 25-230 vonnis d.d. 12 november 2025 inzake de publiekrechtelijke rechtspersoon naar vreemd recht Agència Estatal de Resolució d’Entitats Bancàries, gevestigd en mede kantoorhoudende te Andorra la Vella (Andorra), opposante, gemachtigde: mr. B.W. Wijnstekers en mr. M. Vreuls, advocaten te Amsterdam, tegen 1 [geopposeerde 1] , 2. [geopposeerde 2] , beiden wonende/adreshoudende te [plaats 1] (Andorra) en te [plaats 2] , geopposeerden, procederende in persoon. Partijen worden hierna “AREB” en “ [geopposeerden] ” (in mannelijk enkelvoud) genoemd. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. het verstekvonnis van de kantonrechter te Tilburg met zaaknummer 10999229 CV EXPL 24-1381 van 26 juni 2024 met de daarin genoemde stukken; b. de verzetdagvaarding van 5 november 2024 met producties; c. het betekeningsexploot van 8 november 2024 met bijgevoegd de tweede verzetdagvaarding van 5 november 2024 en producties; d. de conclusie in het incident van [geopposeerden] van 5 november 2024 met producties; e. de antwoordakte betreffende de juridische status van [geopposeerden] van 8 november 2024 met producties; f. de akte van memorie van antwoord op het verzet van [geopposeerden] van 18 november 2024 met producties; g. de rolbeslissing van 29 januari 2025; h. de antwoordakte uitlating ontvankelijkheid verzet van 12 februari 2025 met producties. 2Het geschil In oppositie: In de hoofdzaak: 2.1 Bij op 31 oktober 2023 uitgebrachte dagvaarding heeft [geopposeerden] , als eiser in de verstekzaak, een zaak aanhangig gemaakt tegen AREB, als gedaagde in de verstekzaak. 2.2 Bij verstekvonnis van 26 juni 2024 heeft de kantonrechter de vordering van [geopposeerden] toegewezen, in die zin dat zij voor recht heeft verklaard dat in een geschreven en gedekte Call-optie CRS contract zowel bij aan- en verkoop 1000 aandelen zitten en dat AREB aansprakelijk is voor de door [geopposeerden] geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. AREB is vervolgens veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 233,83, en de wettelijke rente daarover. 2.3 AREB komt in verzet van voornoemd vonnis. Zij vordert dat zij wordt ontheven van de bij het verstekvonnis tegen haar uitgesproken veroordeling, dat de kantonrechter zich onbevoegd verklaard (op meerdere gronden) en, voor zover de kantonrechter zich bevoegd acht, dat de vordering van [geopposeerden] alsnog wordt afgewezen, met hoofdelijke veroordeling van [geopposeerden] in de kosten van het verzet en de wettelijke rente daarover. 2.4 [geopposeerden] voert verweer. In de incidenten: 2.5 AREB doet een beroep op staatsimmuniteit, zodat de Nederlandse rechter niet bevoegd is van de zaak kennis te nemen. Voor zover dit beroep niet slaagt, stelt zij dat de kantonrechter niet bevoegd is de zaak te behandelen, gelet op het geldelijk belang van de zaak. Zij vraagt de zaak te verwijzen naar Cluster II kamer voor andere zaken dan kantonzaken van het team Civielrecht van de onderhavige rechtbank. 2.6 [geopposeerden] voert verweer. 3De beoordeling In oppositie: In de hoofdzaak en de incidenten: 3.1 [geopposeerden] voert als meest verstrekkende verweer aan dat AREB te laat in verzet is gekomen. Het verstekvonnis van 26 juni 2024 is op 19 augustus 2024 door mevrouw [naam] , vertegenwoordiger van AREB, persoonlijk in ontvangst genomen. Op dat moment is de verzettermijn van acht weken gaan lopen, zodat deze op 14 oktober 2024 is geëindigd. De verzetdagvaarding is op 5 november 2024 betekend. Dit is te laat. Ter onderbouwing van zijn stellingen overlegt [geopposeerden] een bericht van zijn deurwaarder, waarin wordt vermeld dat de aangetekende verzending van het vonnis op 19 augustus 2024 door [naam] in ontvangst is genomen. 3.2 AREB voeren allereerst aan dat de door [geopposeerden] ingediende processtukken nietig zijn, omdat deze niet zijn voorzien van een ‘natte’ handtekening. Vervolgens voert zij aan dat het verstekvonnis is betekend volgens hetgeen is voorgeschreven in artikel 55 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Dit heeft ertoe geleid dat het verstekvonnis feitelijk pas op 11 september 2024 was betekend en op dat moment de verzettermijn is gaan lopen. De verzettermijn liep af op 6 november 2024, zodat AREB tijdig de verzetprocedure aanhangig heeft gemaakt. Ondertekening processtukken: 3.3 De kantonrechter overweegt dat het belang bij de ondertekening van processtukken is gelegen in het kunnen vaststellen dat het processtuk door de desbetreffende partij is ingediend. De stukken van [geopposeerden] zijn elektronisch ondertekend en zijn met het e-mailadres van [geopposeerde 1] ingediend. Uit artikel 83 lid 1 Rv en artikel 2.2 van het geldende procesreglement volgt niet dat een elektronische handtekening niet voldoende kan zijn om een processtuk te authentiseren. Daarbij gaat de wet er in het handelsverkeer al wel vanuit dat een elektronische handtekening voldoende kan zijn. Tot slot is van belang dat de stukken zijn ingediend via het e-mailadres van [geopposeerde 1] . De kantonrechter ziet daarin aanleiding, voor zover nodig met toepassing van artikel 1.16 van het geldende procesreglement, de stukken te accepteren zoals deze zijn ingediend. Nadere reactie: 3.4 AREB heeft bij haar antwoord in het incident diverse producties overgelegd, die haar stellingen onderbouwen. [geopposeerden] heeft hierop nog niet kunnen reageren en zal in de gelegenheid worden gesteld te reageren op die producties. 3.5 Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter: In oppositie: In de hoofdzaak en de incidenten: verwijst de zaak naar de terechtzitting van woensdag 26 november 2025 te 09.00 uur, voor het nemen van een akte na tussenvonnis door [geopposeerden] zoals bedoeld in overweging sub 3.4; houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. Eijssen-Vruwink en in het openbaar uitgesproken op 12 november 2025.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.