← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9806

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Kantonrechter Zittingsplaats Breda Zaaknummer / rekestnummer: 11790483 \ OV VERZ 25-2700 Beschikking van 26 november 2025 in de zaak van [verzoeker] , wonende te [plaats 1] aan het [adres 1], verzoekende partij, hierna te noemen: verzoeker, gemachtigde: mr. D.W. Ruys, advocaat te Amsterdam, tegen

  1. [verweerder 1], wonende te [plaats 2], New Zealand, aan het [adres 2],
  2. [verweerder 2], wonende te [plaats 3], België, aan het [adres 3], verweerders, hierna samen te noemen: verweerders, gemachtigde: mr. P.M. Boiten, advocaat te Dordrecht. 1De procedure 1.
  3. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift van 9 juli 2025 met producties; - de brief van verzoeker van 16 oktober 2025 met producties; - het op 23 oktober 2025 ter griffie ontvangen verweerschrift met producties en de daarbij ingediende aanvullende producties; - de brief van verzoeker van 26 oktober 2025 met producties; - de mondelinge behandeling van 27 oktober 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt; - de pleitaantekeningen van de gemachtigde van verzoeker, die op de mondelinge behandeling zijn voorgelezen, waarin een wijziging van het verzoek is opgenomen; - de spreekaantekeningen van de gemachtigde van verweerders, die op de mondelinge behandeling zijn voorgelezen. 1.
  4. De beschikking is bepaald op vandaag. 2Het verzoek en het verweer 2.
  5. Verzoeker verzoekt, na wijziging van het verzoek: - primair de sinds 2008 bestaande beheer regeling te bevestigen en te bekrachtigen, inhoudende dat verzoeker bevoegd is het beheer over de nalatenschap te voeren, waaronder:  het aangaan, wijzigen en beëindigen van pachtovereenkomsten;  het aanvragen, verantwoorden en beheren van natuurbeheersubsidies;  het uitvoeren of doen uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan grienden, hakhout en natuurgebied;  het voeren van overleg met Waterschap, RVO, gemeenten en andere overheden in het kader van het beheer;  het aanstellen van een professionele rentmeester (met macht van substitutie) voor de uitvoering van deze werkzaamheden;  het verrichten van alle overige handelingen die tot een goed beheer dienstig zijn; een en ander overeenkomstig de beheer regeling zoals tot stand gekomen in 2007-2008, met inachtneming van de jaarlijkse verplichting tot rekening en verantwoording aan alle deelgenoten; subsidiair, in het geval de kantonrechter oordeelt dat de beheer regeling is beëindigd, een nieuwe passende beheer regeling vast te stellen, met dezelfde inhoud als primair verzocht; primair en subsidiair de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor het geval verweerders een tegenverzoek instellen, vraagt verzoeker de door verweerders voorgestelde rentmeesters niet te benoemen wegens gebrek aan deskundigheid of wegens belangenverstrengeling. 2.
  6. Verweerders voeren verweer en vragen de verzoeken af te wijzen, dan wel dat de kantonrechter een rentmeester aanstelt, al dan niet één van de door hen voorgestelde rentmeesters, met veroordeling van verzoeker in de kosten. Ook vragen zij de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 3De beoordeling Bevoegdheid Nederlandse rechter en toepasselijk recht: 3.
  7. Verweerders zijn niet woonachtig in Nederland en de nalatenschap is niet in Nederland opengevallen, zodat de zaak een internationaal karakter betreft. De nalatenschap is opengevallen voordat de Erfrechtverordening is gaan gelden, zodat de Nederlandse rechter haar bevoegdheid niet kan ontlenen aan de verordening. Gelet op de bepalingen van het Nederlands-Belgisch Bevoegdheids- en Executieverdrag 1926 en artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering acht de kantonrechter zich bevoegd van het geschil kennis te nemen. Omdat de gemeenschap in kwestie in Nederland ligt en beide partijen zich op het Nederlands recht beroepen, acht de kantonrechter Nederlands recht van toepassing. Beheer regeling: 3.
  8. In artikel 3:168 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen dat de deelgenoten van een gemeenschap het genot, het gebruik en het beheer van gemeenschappelijke goederen bij overeenkomst kunnen regelen. In lid 2 van voornoemd artikel is opgenomen dat, voor zover een overeenkomst ontbreekt, de kantonrechter op verzoek van de meest gerede partij een zodanige regeling kan treffen, zo nodig met onderbewindstelling van de goederen. 3.
  9. Uit het primaire verzoek van verzoeker en de op de mondelinge behandeling gegeven toelichting op dat verzoek begrijpt de kantonrechter dat verzoeker zich primair op het standpunt stelt dat hij niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat er al een beheer regeling tussen partijen geldt. 3.
  10. Het primaire verzoek en de onderbouwing daarvan zijn pas ter mondelinge behandeling naar voren gebracht, zodat de kantonrechter van oordeel is dat verweerders onvoldoende in de gelegenheid waren daar adequaat op te reageren. De kantonrechter zal hen dan ook in de gelegenheid stellen in een antwoordakte te reageren op de eiswijziging. 3.
  11. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. 4De beslissing De kantonrechter 4.
  12. bepaalt dat verweerders binnen twee weken na heden bij antwoordakte mogen reageren op de wijziging van het verzoek; 4.
  13. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden. Deze beschikking is gegeven door mr. Stoof en in het openbaar uitgesproken op 26 november 2025.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.