RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/439102 / JE RK 25/1539 Datum uitspraak: 6 oktober 2025 Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling in de zaak van RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING ZEELAND-WEST-BRABANT, locatie Breda, hierna te noemen: de Raad, over [minderjarige 1] , geboren op [geboortedag 1] 2008 te [geboorteplaats 1] , [minderjarige 2] , geboren op [geboortedag 2] 2020 te [geboorteplaats 2] . De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [de moeder] , ingeschreven te [plaats 1] , maar wonende in België, hierna te noemen: de moeder, bijgestaan door mr. N.P.C.C. Langenberg, [de vader] , wonende te [woonplaats] , hierna te noemen: de vader, bijgestaan door mr. E.C.A.E. Verschuren, ter zitting waargenomen door mr. R.G.J. van Kerkhof. De kinderrechter merkt als informant aan: STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT,locatie Etten-Leur, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI). 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in haar beoordeling: het verzoekschrift van de Raad van 22 augustus 2025 met bijlage; het op 30 september 2025 ontvangen e-mailbericht van mr. Verschuren met bijlage. 1.
- Gelet op de nauwe samenhang van het verzoek van de Raad en de door de ouders ingediende verzoeken in het kader van de echtscheidingsprocedure, kenmerk C/02/418154 / FA RK 24-251, zijn deze verzoeken gelijktijdig tijdens de zitting van 6 oktober 2025 met gesloten deuren behandeld. In voormelde zaak zal bij separate beschikking worden beslist. Tijdens de zitting waren aanwezig: de moeder en haar advocaat; de vader en zijn advocaat; twee vertegenwoordigsters van de GI; een vertegenwoordigster van de Raad. 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld om zijn mening te geven. [minderjarige 1] heeft van deze gelegenheid gebruik gemaakt. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige 1] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 2.
- [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wonen in de echtelijke woning en de vader en de moeder zorgen week op week af voor hen in een birdnestingconstructie. 3Het verzoek 3.
- De Raad verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de duur van één jaar en de beslissing uitvoer bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- Door de Raad is, samengevat, in de stukken en op zitting het volgende naar voren gebracht. De grootste zorg over het veilig opgroeien van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] is de langdurige strijd en spanning tussen de ouders. Ouders worden het in het kader van hun echtscheiding niet eens over het ouderschapsplan en uiten over en weer beschuldigen. Het lukt hen niet om tot een constructieve communicatie te komen als het gaat om de kinderen. De ouders slagen er niet in om deze strijd bij de kinderen weg te houden, hetgeen belastend voor hen is. [minderjarige 2] laat sinds de scheiding van ouders problemen zien in zijn ontwikkeling. Hij begrijpt niet waarom zijn ouders uit elkaar zijn en uit op school zijn frustraties en boosheid door te slaan, schoppen en schelden. [minderjarige 2] heeft op school veel nabijheid, herhaling en controle nodig. [minderjarige 1] doet het goed op school, maar geeft aan dat hij geen goede relatie met zijn moeder meer heeft. Hij voelt zich mogelijk door zijn moeder verlaten, omdat zij hem niet heeft geïnformeerd over haar huidige verblijfplaats. Gelet op het voorgaande is sprake van een ernstig bedreigde ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , omdat zij langdurig belast worden met de spanningen en strijd tussen de ouders. De voortdurende conflicten en slechte communicatie tussen de ouders vormen een grote belemmering om de situatie zelf op te lossen. Zij zijn op dit moment onvoldoende bereid en/of in staat onder eigen verantwoordelijkheid de bedreiging weg te nemen en hulpverlening te accepteren. Zo hebben de ouders eerder een mediationtraject doorlopen, maar dit heeft niet geleid tot een ouderschapsplan waar zij beiden achterstaan. De moeder staat wel open voor ouderschapsbemiddeling, alleen heeft de vader aangegeven daar niet aan mee te willen werken. Ook is hij uit contact gebleven met Veilig Thuis. De Raad vindt dat ouders hulp en ondersteuning nodig hebben bij hun oudercommunicatie, zodat zij gezamenlijk afspraken kunnen maken die in het belang van de kinderen zijn. Het is van belang dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weten waar zij aan toe zijn en dat hun dagelijkse leven zoveel mogelijk rust en voorspelbaarheid bevat. Volgens de Raad is voor beide kinderen een kader met een verplichte vorm van hulp en regie noodzakelijk. Voor [minderjarige 2] is het belangrijk dat hij professionele hulp krijgt, bijvoorbeeld van een psycholoog of jeugdwerker, om te werken aan zijn agressieproblematiek en om zijn frustraties te verwerken. Ondanks dat [minderjarige 1] binnen afzienbare tijd meerderjarig zal zijn, kan hij baat hebben bij ondersteuning om zijn gevoelens te uiten en verwerken, door bijvoorbeeld gesprekken met een vertrouwenspersoon. De school en het netwerk kunnen bij beide kinderen een belangrijke ondersteunende rol vervullen. Een periode van twaalf maanden is volgens de Raad noodzakelijk, omdat binnen die periode kan worden ingezet op ouderschapsbemiddeling. 4.
- Door en namens moeder is aangevoerd dat zij kan instemmen met het verzoek van de Raad en de geformuleerde doelstellingen. De moeder vindt het van belang dat de oudercommunicatie verbetert. 4.
- Door en namens de vader is aangevoerd dat hij kan instemmen met het verzoek van de Raad en de geformuleerde doelstellingen. De vader begrijpt dat hulpverlening nodig is, maar wil andere soort hulpverlening dan er tot nu toe is geweest, bijvoorbeeld traumatherapie voor de kinderen en psychotherapie voor de ouders. 4.
- [minderjarige 1] heeft in het kindgesprek het volgende naar voren gebracht. Hij heeft geen goede band met zijn moeder. [minderjarige 1] vindt het lastig dat zijn moeder voor zijn gevoel niet altijd eerlijk tegen hem is geweest en dat zij negatief over zijn vader praat. Hij vindt hulpverlening en gesprekken ter verbetering van de band met zijn moeder niet nodig. [minderjarige 1] volgt een opleiding in [plaats 1] waarvoor hij stage loopt, heeft sportactiviteiten in [plaats 2] en dit alles zou bij elkaar te veel zijn. 4.
- Namens de GI is naar voren gebracht dat zij achter het verzoek van de Raad staat en bereid is om de verzochte ondertoezichtstelling uit te voeren. De GI sluit zich ook aan bij de door de Raad gestelde doelstellingen. Voor wat betreft de benoeming van een vaste jeugdbeschermer moet rekening worden gehouden met een wachttijd van drie tot vier maanden. Dit betekent dat de zaak eerst door het provinciaal instroomteam zal worden opgepakt, waardoor de ouders over een vast aanspreekpunt beschikken en al aan een plan van aanpak kan worden gewerkt. 5De beoordeling 5.
- Op grond van artikel 1:255 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en: a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW, in staat zijn te dragen. 5.
- Uit de overgelegde stukken en de zitting blijkt naar het oordeel van de kinderrechter dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ernstig in hun ontwikkeling worden bedreigd. De concrete bedreigingen in hun ontwikkeling zijn voornamelijk gelegen in de strijd en spanning tussen ouders waar de kinderen aan bloot gesteld zijn. De ouders zijn niet in staat om met elkaar samen te werken en op behoorlijke wijze met elkaar te communiceren. Bij [minderjarige 2] heeft dit geleid tot gedragsproblemen en bij [minderjarige 1] is mogelijk sprake van gevoelens van verlatenheid door zijn moeder. De kinderrechter acht het in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dat er snel rust komt tussen de ouders. Gelet op de hulpverlening die eerder in het vrijwillig kader tevergeefs is ingezet, waaronder een mediationtraject, heeft de kinderrechter er onvoldoende vertrouwen in dat het vrijwillig kader voldoende is om de ernstige ontwikkelingsbedreiging van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] weg te nemen. De kinderrechter acht regie ook nodig om hulpverlening voor de kinderen, met name [minderjarige 2] , te waarborgen. [minderjarige 2] dient voor zijn problematiek professionele hulp te krijgen en extra ondersteuning op school. Ook voor [minderjarige 1] moet extra ondersteuning mogelijk worden gemaakt. Een maatregel binnen het gedwongen kader is daarom noodzakelijk. De ouders zien zelf ook in dat hulpverlening voor de kinderen en henzelf noodzakelijk is en dat is positief. 5.
- Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat aan de wettelijke vereisten voor een ondertoezichtstelling is voldaan. Zij zal het verzoek toewijzen en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht stellen van de GI voor de duur van één jaar. 5.
- Als hulpverleningsdoelen binnen de ondertoezichtstelling worden aangemerkt: - [minderjarige 1] en [minderjarige 2] groeien op in een veilige en voorspelbare omgeving, zij zijn geen getuige meer van spanningen tussen ouders en weten waar ze aan toe zijn in hun dagelijks leven door duidelijke en haalbare afspraken over de omgang en verzorging; - [minderjarige 2] krijgt extra ondersteuning, zowel thuis als op school; - er is aandacht voor eventuele extra ondersteuning voor [minderjarige 1] . 5.
- De kinderrechter zal de beslissing, gelet op de aard daarvan, uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is verzocht door de Raad. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als hiertegen hoger beroep wordt ingesteld. 5.
- Tijdens het kindgesprek is met [minderjarige 1] afgesproken dat hij een brief krijgt over wat er is beslist en waarom. Tegelijk met deze beschikking zal onderstaande brief worden verzonden. In de brief is het volgende opgenomen: Beste [minderjarige 1] , Tijdens een zitting op 6 oktober heb ik met je ouders en hun advocaten gepraat. Ook was er iemand van de Raad voor de Kinderbescherming aanwezig om mij advies te geven. Verder waren er twee medewerkers van de jeugdbescherming. Iedereen is het erover eens dat een ondertoezichtstelling voor de duur van 1 jaar nodig is voor jou en jouw broertje. Dit is ook wat ik heb beslist. Dit betekent dat een jeugdbeschermer jullie gaat helpen. Ik vind het belangrijk dat jouw ouders worden geholpen met hun eigen situatie, zodat zij leren om beter met elkaar te praten en jou en jouw broertje buiten alle ruzies en spanningen te houden. Ik begrijp dat jij het druk hebt met school en sport, maar ik vind het ook belangrijk dat jij hulp kan krijgen als je dat nodig zou hebben, bijvoorbeeld van een vertrouwenspersoon. Als je nog vragen hebt, kan je die stellen aan de jeugdbeschermer. Ik wens jou het allerbeste toe en hoop dat deze hulp jullie verder helpt. Met vriendelijke groet, de kinderrechter 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- stelt de minderjarigen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Jeugdbescherming Brabant, locatie Etten-Leur, met ingang van 6 oktober 2025 tot 6 oktober 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025 door mr. van Beelen, kinderrechter, in tegenwoordigheid van de griffier en schriftelijk vastgesteld op 20 oktober
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.