← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2025:9810

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 23/11687 WHT uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 september 2025 in de zaak tussen [verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker en Dienst Toeslagen (voorheen Belastingdienst/Toeslagen), verweerder. Inleiding

  1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoeker om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoeker heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van zijn beroep van 14 november
  2. Hij heeft het beroep ingetrokken omdat hij overeenstemming heeft bereikt met verweerder. 1.
  3. De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om veroordeling in de proceskosten. Verweerder heeft de rechtbank meegedeeld met verzoeker tot een schikking is gekomen. Onderdeel van de schikking is dat er geen proceskosten worden vergoed. 1.
  4. De rechtbank doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling. Beoordeling door de rechtbank
  5. De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenveroordeling af. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt. Wanneer wordt een bestuursorgaan in de proceskosten veroordeeld?
  6. Als een beroep wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, kan de bestuursrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen?
  7. De rechtbank moet dus beoordelen of verweerder geheel of gedeeltelijk aan verzoeker is tegemoetgekomen. 4.
  8. Op 14 november 2023 heeft verzoeker beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op zijn aanvraag. Verweerder heeft op 1 december 2023 alsnog een besluit genomen, waarin de toeslagenschulden worden kwijtgescholden met betrekking tot de zorgtoeslag jaren 2015-2020, het kindgebonden budget jaren 2016-2020 en de kinderopvangtoeslag jaren 2011-
  9. Verweerder is hiermee aan verzoeker tegemoetgekomen. Op 19 juli 2024 heeft verzoeker het beroep ingetrokken. Moet verweerder de proceskosten van verzoeker vergoeden?
  10. Verweerder is weliswaar tegemoet gekomen aan het beroep van verzoeker, maar toch bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het beroepschrift is niet ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en ook verder is niet gebleken van proceskosten die voor vergoeding in aanmerking komen zoals bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht. Bovendien heeft verweerder terecht gewezen op het feit dat met verzoeker een schikking is getroffen, waarbij is afgesproken dat verzoeker niet in aanmerking komt voor een proceskostenvergoeding. Verzoeker heeft dit niet weersproken. De rechtbank wijst het verzoek als kennelijk ongegrond af. Beslissing De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af. Deze uitspraak is gedaan op 12 september 2025 door mr. R.P. Broeders, rechter, in aanwezigheid van mr. E.A. Vermunt, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, in samenhang met artikel 8:75a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit volgt uit artikel 8:75a van de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.